Recensie

Magnus Allstars in AB: springlevend begraven

4 © Alex Vanhee

Aan alles komt een eind. Ook aan Magnus, het gelegenheidsverbond van oppergOD Tom Barman met techno-dj en producer CJ Bolland, dat de jongste vijftien jaar een sluimerend bestaan leidde. “I feel very emotional”, bekende Barman op het podium van de AB, waar de groep, bijgestaan door enkele special guests, nu met twee afscheidsconcerten feestelijk ten grave werd gedragen.

Magnus, de gedaante waarin Barman en Bolland graag de dansvloer mogen aanvegen, kan zich niet langer meten met de jonge honden uit de elektronische sector. ‘It’s a young man’s game’, luidt het excuus. ‘Onze manier van werken is te traag en te duur geworden’. Daarbij komt dat de twee protagonisten het zo druk hebben met van alles en nog wat, dat ze er amper nog in slagen hun agenda’s op elkaar af te stemmen. Maar bij de beslissing definitief de handdoek in de ring te gooien, hebben ongetwijfeld nog andere factoren meegespeeld. Internationaal kwam Magnus, door een gebrekkige promotie, nooit echt van de grond en vooral in Groot-Brittannië waren de recensies aan de lauwe kant.

Tot overmaat van ramp gaapte er tussen het langspeeldebuut van het gezelschap, The Body gave You Everything, en opvolger When Neon Goes To Die een kloof van tien jaar. In die tussentijd was er zo veel veranderd dat Magnus iets weg had van een roman waarvan je wel het begin en het einde kon lezen, maar halverwege enkele essentiële hoofdstukken had gemist.

4 © Alex Vanhee

Barman en Bolland kwamen met twee totaal verschillende platen op de proppen en dat veroorzaakte verwarring. Ten tijde van hun debuut – het uitgangspunt was toen: Kraftwerk meets JJ Cale – waren de heren nog hedonistische nachtbrakers. Een decennium later had hun luchtige synthese van techno, breakbeat, drum’n’bass, rock, funk en elektropop een melancholisch randje gekregen.

Pas na When Neon Goes To Die zwol het duo, dat zich aanvankelijk tot dj-sets beperkte, op tot een opwindende live-band. Too little, too late dus. Niettemin kan Magnus vandaag terugkijken op twee zinnenprikkelende platen, een remix-cd, een ep en een ‘Best Of’-collectie. Wij kennen groepen die met veel minder eretekens naar de eeuwige jachtvelden moeten trekken.

4 © Alex Vanhee

In de AB wuifde Magnus ons uit in een Allstar-versie. De reguliere line-up, met, naast Barman en Bolland, Tim Vanhamel (Millionaire) op gitaar, Joris Caluwaerts (STUFF.) op toetsen en Christophe Claeys (ex-Balthazar) op drums, zou in de loop van de avond nog met enkele vrienden worden aangevuld. Er werd afgetrapt met de repetitieve beats, knorrende synths en het vervormde parlando van Tom Barman in ‘Balkan Style’. Vanaf het heupwiegende ‘Last Bend’ werden de semi-raps van de aanvoerder regelmatig aangevuld met melodieuze zangpartijen van Vanhamel, die door de ceremoniemeester consequent als Vènhemel werd aangekondigd. ‘Future Postponed’ rolde een donkere groove uit, maar pas vanaf het springerige ‘Rhythm is Deified’ kwam er écht leven in de brouwerij. Halverwege ‘French Movies’ dook Mauro Pawlowski op, eerst vergezeld van zijn gitaar, maar tijdens het even hoekige als funky ‘Jump Needle’ ook actief op bas. ‘Ça bouge un peu, AB?’ wilde Barman weten. De vraag stellen was ze beantwoorden: stilstaan behoorde blijkbaar niet tot de beschikbare opties.

4 © Alex Vanhee

Lanegan

In ‘D.R.A.M.A.’ koppelde Magnus hiphop aan de eighties elektro van pakweg Fad Gadget. ‘Catlike’, een swingend nummer over de kunst van het songschrijven, ontstond volgens Tom Barman uit een afgewezen bijdrage aan een project van Netsky en ‘Rock Chick’ was zo’n nummer dat klonk alsof het ook wel in de hEMEL had kunnen gedijen. Vervolgens ontving de groep het hoge bezoek van Mark Lanegan, die zijn stem leende aan het wervelende ‘Singing Man’, het fraaie (oorspronkelijk met David Eugene Edwards van Wovenhand ingeblikte) ‘Getting Ready’ en het door een minimalistische piano aangedreven ‘Assault on Magnus’. Die drie nummers, waarvan de laatste twee in de catalogus van dEUS niet hadden misstaan, behoorden tot de onmiskenbare hoogtepunten van de set. CJ Bolland verraste nog met een solospotje waarin hij, weggedoken achter zijn machines, demonstreerde dat hij als geluidstovenaar nog altijd moeiteloos iedere discotheek in lichterlaaie kan zetten. De inderhaast uitrukkende brandweer arriveerde net op tijd om te vermijden dat de licht ontvlambare soul van ‘Soft Foor Shuffle’ de belendende panden in de Steenstraat in de as legde. Toen de set op zijn einde liep, werd het podium ingepalmd door swingende fans. Want hey, het was nu of nooit.

Tijdens de verlengingen eiste Tim Vanhamel andermaal de hoofdrol op in ‘Look At Us Now’ en het hyperkinetische ‘Puppy’. Maar het verhaal van Magnus eindigde uiteindelijk zoals het begon, met het zwoele ‘Summer’s Here’. In dat sensuele loungenummer, dat destijds prominent figureerde in Tom Barmans eerste langspeelfilm Any Way the Wind Blows en steunde op een sample van jazzman Donald Byrd, een man met een eh... grote toeter, mocht bassist Tomas De Smet (ex-Zita Swoon en Think of One, tegenwoordig actief bij King Dalton) als laatste genodigde de snaren beroeren. En toen werd Magnus (spring)levend begraven, wat in juridische kringen nog steeds als een strafbare daad wordt beschouwd. Tijdens de afterparty werd zelfs tot in de vroege uurtjes op zijn graf gedanst. Het rapport van de de patholoog wordt in de AB dan ook met een klein hartje tegemoet gezien.

Dossier Muziek, maestro!
Dossier Muziek, maestro!

Honger naar muziek? Die kan u hier stillen met de recensies en andere artikels van onze muziekredactie.

Lees alle artikels

nieuws

cult

zine