Review

Hiphop heeft er een nieuwe mijlpaal bij met Kendrick Lamars nieuwe plaat

2 Christian San Jose

Vorige maandag dropte Kendrick Lamar onverwacht To Pimp a Butterfly op Spotify. Een muzikale millefeuille, verpakt als hiphop. Over een nacht ijs gaan om een oordeel te vormen, was uitgesloten. Maar één dag voor de officiële release en na talloze luisterbeurten zijn we er finaal uit. Hiphop heeft er wel dégelijk een nieuwe mijlpaal bij, én een magistraal manifest. 

2 Cover van 'To Pimp a Butterfly' AP

De hoes van Kendrick Lamars derde plaat toont een stelletje zwarte streetkids in de voortuin van het Witte Huis. Zijn ze over de omheining geklommen voor een block party met Obama? Of is er méér aan de hand: hebben ze net een staatsgreep gepleegd? Dat laatste lijkt het geval. De enige blanke op de foto is een rechter, die onder de voet wordt gelopen. Op cartooneske wijze maakt de prent zijn dood duidelijk: de ogen zijn met een x overtekend. In het licht van de actuele politieperikelen in zwart Amerika (denk aan Michael Brown en Trayvon Martin), is het niet ondenkbaar dat Kendrick & the Gang de macht grepen en in één beweging het huidige justitie-apparaat naar het graf hebben verwezen. 

Na een enkele beluistering is het trouwens al onmogelijk om To Pimp a Butterfly niét als een politiek statement te beschouwen. De titel van de nieuwe plaat is overigens een woordspeling op de southern gothic novel To Kill a Mockingbird van Harper Lee - een roman over racisme. 

Voortdurend worden de wanverhoudingen tussen blank en zwart belicht. Maar opvallend genoeg wordt de zwarte piet niet alléén naar de bange, blanke man toegespeeld. De vooruitgestuurde single was daar al een perfecte illustratie van. In 'The blacker the berry' maakt Lamar een stevige vuist naar Amerikaanse Apartheid, en zet hij black power op een beat: "My dick is big, my nose is round and wide," rapt hij, om daarna te snauwen: "You hate my people, your plan is to terminate my culture". Het échte venijn zit hem evenwel in de staart: Lamar houdt ook zijn brothers een kritische spiegel voor, door bendegeweld en zijn eigen hypocrisie te hekelen: "So why did I weep when Trayvon Martin was in the street? When gang banging make me kill a nigga blacker than me?" 

Op andere momenten trekt hij al eens fluwelen handschoenen aan in zijn discours, maar de stompen die hij uitdeelt, komen steeds even hard aan. Al na één ronde hingen wij dan ook een week in de touwen.

Share

Fuckin' wow

Gunter Van Assche

Protégé van Dr. Dre

To Pimp a Butterfly volgt drie jaar op de sublieme plaat good kid, m.A.A.d city, waarmee Kendrick Lamar voor het eerst een miljoenenpubliek bereikte. In zijn songs veegde de Amerikaanse rapper toen de vloer aan met alle machistische uitwassen van het genre. Net als zovele gangsta rappers belichtte hij weliswaar zijn natuurlijke biotoop - de beruchte gettowijk Compton. Maar in zijn rhymes schilderde hij zich eerder af als pantoffelheld dan als revolverheld. Angst en wanhoop kregen daarmee een authentieke stem mee.   

Met die plaat luidde deze protégé van Dr. Dre een nieuw reveil in. Pharrell Williams noemde hem "de Bob Dylan van dit tijdperk", terwijl Snoop Dogg het hield op "de Nieuwe Leider van de West Coast".   

Sinds Pimp wordt Kendrick Lamar ook steeds vaker bestempeld als de belichaming van "Changes": het toekomstperspectief waar 2Pac postuum indertijd op aandrong. K. Dot wordt op die manier stilaan de patroonheilige van hiphoppers die "thug life" achter zich willen laten. De stem van een generatie die méér belezen dan breedgeschouderd voor de dag wil komen, en zinloos geweld, materialisme of seksisme afzweert. 

Maar minstens net zo belangrijk: op To Pimp a Butterfly neemt Lamar als mainstream hiphopper ook een artistieke voortrekkersrol op zich. Dat doet hij onder meer door salonjazz, experimentele geluiden, ouderwetse P-funk, scats of emotionele spoken word in zijn wereld te betrekken. Wie niet bang is van de bokkensprongen die ook The Roots, Common of André 3000 durven maken op hun platen, heeft hier een vette kluif aan.  

Het funky openingsnummer 'Wesley's Theory' trapt dan weer af met een sample uit 'Every Nigga is a Star' van Boris Gardiner, waarna Lamar rapt over de beats die de laptop-virtuoos Flying Lotus voor hem smeedde. Ondertussen richt een rubberen baslijn van Thundercat de frontale aanval op je heupen. Midweg schakelt de song even over op voicemail met Doktersadvies van Dre, die ook als executive producer aantreedt op de plaat: "Remember the first time you came out to the house?" vraagt Dr. Dre. "You said you wanted a spot like mine / But remember, anybody can get it / The hard part is keeping it, motherfucker." Alsof de gastenlijst nog niet genoeg tot de verbeelding spreekt, landt George Clinton tussendoor ook nog even met zijn ruimteschip.   

Fuckin' wow.

Op eenzame hoogte

Nog meer invité's: God daagt op als dakloze in 'How Much a Dollar Cost', terwijl ook Tupac Shakur van gene zijde oversteekt om te spreken met Kendrick Lamar. Flarden uit een oud interview met de vermoorde West Coast-legende zijn handig gemonteerd in een gesprek met de jonge rapper. Die interviewt zijn grote voorbeeld over hoe het is om zwart te zijn in de Verenigde Staten. Veel "changes" zijn er niet. Het resultaat klinkt huiveringwekkend om zoveel redenen.   

Al even killig wordt het in de kamer, bij de muzikale hallucinatie van 'For Sale?'. In dit interludium giet Lamar chaos en angst in geluid na een flirt met Lucy - de naam van een geschifte groupie of slang voor LSD? Daar tegenover staat het ogenschijnlijk hilarische 'For Free?'. In dit interludium voert Lamar al jazz-scattend een prijsschatting van zijn eigen pielemans uit. De adder onder het gras? Op het eind sneert hij "Oh America, you bad bitch / I picked cotton and made you rich / Now my dick ain't free".   

Verder klinkt To Pimp bij momenten ook ongegeneerd sexy. Pharrell Williams nam de stotterende productie van 'Alright' op zich, wat de plaat even in de richting van de popwereld duwt. Al net zo aanstekelijk zijn het funky 'King Kunta' en 'Hood Politics': tragedie en drama beheersen de lyrics, maar muzikaal beleef je een feestelijk banket.

To Pimp is dan ook een plaat die geen moment verveelt, maar zich wel zo vaak beroept op een rijk geschakeerd kleurenpalet dat de luisterervaring het uiterste van je bevattingsvermogen eist. Ontelbaar zijn de verwijzingen naar zwarte muziekgeschiedenis, pop culture of naar het discours van Lamar zélf. Zo is er een terugkerend gedicht waar gaandeweg regels aan worden toegevoegd: een uitgebreide metafoor waarin een rups tot vlinder transformeert, een zoektocht naar zelfkennis en transcendentie.   

Het zal vast nog een paar weken kosten voor alle verschillende lagen afgepeld raken, alle verborgen betekenissen onthuld en je helemaal bevat hoeveel moed en meesterschap deze mijlpaal in de mainstream hiphop heeft gekost.  

"The hard part is keeping the spot," waarschuwde Dr. Dre. Voorlopig nog steeds op eenzame hoogte: Kendrick Lamar.

cult

zine