Review

Echo Collective plays Amnesiac: een Radiokopstoot van jewelste

2 'Echo Collective plays Amnesiac' van Echo Collective. © rv

De voorman van het klassieke kamerorkest Echo Collective beweert dat hij tot voor kort nooit naar Radiohead heeft geluisterd. Mogelijk is net dát de zegen geweest voor deze hommage aan Amnesiac. Met liefde, lentefrisse inzichten en zonder kwijlerig fanatisme herinterpreteert het gezelschap één van de eerste meesterwerken van de 21ste eeuw.

Share

Zelfs een genie als Prince heeft zich ooit vertild aan Radiohead, terwijl Jamie Cullum zijn pianovingers lelijk brandde aan hun werk

Rond de eeuwwisseling distantieerde Radiohead zich van zijn eigen nineties-successen en fairweather-fans door géén tweede OK Computer of The Bends te bedenken, maar wel het experimentele tweeluik Kid A (2000) en Amnesiac (2001). De groep gooide alle verwachtingen en zekerheden overboord met een eigenzinnige productie, stuurse grooves en abstracte magie. Laatstgenoemde plaat vindt nu een tweede adem dankzij Echo Collective, een in Brussel gestationeerd klassiek kamerorkest.

Een vermetele beslissing, want zelfs een genie als Prince heeft zich ooit vertild aan ‘Creep’, terwijl Jamie Cullum zijn pianovingers lelijk brandde aan ‘High and Dry’, en talloze andere covers stuiterden tussen pijnlijk en banaal. Dan wéét je als artiest dat je met Radiohead bokst boven je gewicht. Maar Echo Collective is natuurlijk van geen kleintje vervaard: eerder herwerkten ze ook een ambientplaat van Burzum, stonden ze met Blixa Bargeld en A Winged Victory For The Sullen op de planken, en sloegen ze de handen in elkaar met componist Jóhan Jóhannsson en de synthpop-veteranen van Erasure.

Extase en esoterische schoonheid

Het mag al vanaf de ouverture duidelijk zijn dat het orkest rond Neil Leiter en Margaret Hermant de songs van Amnesiac grondig heeft bestudeerd, geanalyseerd en ontmanteld. Zij het dan met de onbevangen blik van een outsider. Aan de complexe opbouw van de plaat werd zo vernuftig gesleuteld, dat de groep zich Amnesiac eigenlijk mee toegeëigend heeft. Grote woorden? Allicht. Alleen hoeven we er geen letter van terug te nemen.

Share

Een puristische imitatie had je met een zeurderig eerbetoon opgezadeld. Echo Collective liet zich gelukkig niet beteugelen door overdreven respect voor het origineel

Hoewel de arrangementen soms grondig verschillen, raak je in extase wanneer de esoterische schoonheid van ‘Pyramid Song’ je nu alwéér ontroert. De peilloze droefenis en fragiliteit in de stem van Thom Yorke krijgt op de plaat al eens een grotere gelaagdheid mee dankzij spookachtige viool en klarinet, terwijl je in de neo-klassieke arrangementen van Echo Collective plots merkt hoe on-Westers Radiohead soms klonk op Amnesiac. Was ons nooit eerder opgevallen.

Een contrafagot neemt de rol van de bassynth over in ‘Packt Like Sardines in a Crushed Tin Box’, dat verrassend dansbaar door de kamer zindert. Elders klinkt Echo Collective nu eens filmisch, dan weer speels jazzy of wonderlijk minimalistisch. Percussieve grooves stuwen de plaat subtiel vooruit, terwijl het klassieke orkest ook gedurfd afwijkt van de haar bekende, academische paden. Het lijkt net alsof Echo Collective ook zichzelf onder de loep heeft genomen en zichzelf beter leerde kennen als muzikant. Door de eigen klassieke achtergrond lijkt dit gezelschap zich alleszins niet te laten kooien. 

2 Echo Collective is op 2/5 te bewonderen in de AB. © rv

Los in de voet?

‘Hunting Bears - Like Spinning Plates’ is mogelijk één van de mooiste herwerkingen op deze plaat. Die eerste song ontpopte zich in de handen van Thom Yorke en co als een vrij ascetische gitaarsong, maar wordt door Echo Collective voorzien van delicate harp, dramatische strijkers, elegische piano en kristalbroze galm. ‘Like Spinning Plates’ krijgt op zijn beurt een sombere blazerssectie mee. Als één langgerekte compositie geldt deze tour de force als een hoogtepunt op dit album.

Elke minder begenadigde groep had met een neo-klassieke aanpak ongetwijfeld los in eigen voet geschoten: de stap naar loungy muzak is te snel gezet, en een puristische imitatie van de songs had je dan weer met een zeurderig eerbetoon opgezadeld. Echo Collective liet zich gelukkig niet beteugelen door overdreven respect voor het origineel, of een bezeten copy-paste-perfectionisme.

Wordt er, zoals eerder gezegd, boven het gewicht gebokst door zich in de ring met Radiohead te meten? Nee dus. Omdat er doodleuk geen krachtmeting kan plaats vinden in een parallel universum. Al moeten we u misschien toch maar een waarschuwing meegeven. Aan het eind van de plaat geeft Echo Collective je met het meeslepende en magistrale  ‘Life in a Glasshouse’ je wél een Radiokopstoot van jewelste, die nog even blijft nazinderen onder het glas van deze broeikas. 

Echo Collective plays Amnesiac is verschenen bij 7K!

Echo Collective speelt 2/5 in de AB Club, Brussel

nieuws

zine