De wei, de wereld

De triomf van Ashcroft en de grandioze discoshow van Róisín Murphy: dit was Cactusfestival Dag Eén

De Belgen triomferen, Richard Ashcroft pakt Brugge met verve in

7 Róisín Murphy, auteur van de grandioze discoshow op Cactusfestival ©Stefaan Temmerman

1. De revanche van Richard

The man who casts no shadow. Zo werd Richard Ashcroft ooit bewonderend genoemd door Noel Gallagher. De ex-gitarist van Oasis moet ons evenwel hoogdringend uitleggen hoe het komt dat de voormalige frontman van The Verve de rest van de (nochtans uitstekende) affiche overschaduwde op vrijdag. Als er al één optreden was waarbij we beurtelings ontroerd, euforisch, opgewonden of gehypnotiseerd raakten, dan wel dat van Richard Ashcroft.

Het is inmiddels twintig jaar geleden dat het meesterwerk Urban Hymns uitkwam, The Verve een keer of drie splitte en de frontman een veelvoud van keren ten prooi viel aan zware depressies. Maar op Cactus nam hij een prachtige revanche op zijn demonen.

Richard Ashcroft, hét optreden van de eerste dag Cactusfestival ©Stefaan Temmerman

In Brugge zagen we Ashcroft in bloedvorm, alsof hij het geheim van de eeuwige jeugd bezat. Goed, zijn stem lag tegen het eind van de set nét niet aan duigen, maar dat kon tegen dan evengoed gezegd worden van ons gemoed. Ashcroft keerde zijn ziel dan ook binnenstebuiten om iedereen aan zijn kant te krijgen. Geen makkie, want u toonde zich bij wijlen érg mak. Nochtans had hij ons bij ‘Sonnet’ - de tweede song in de set godbetert - al uitgeteld in de touwen hangen. En dan moesten nog die andere klassiekers volgen:  ‘Lucky Man’ en ‘Bitter Sweet Symphony’. 

Maar ook zijn solowerk sloeg gensters: ‘Break the Night with Colour’ was een gewis hoogtepunt, als een ode aan de levenslust en een uitgestoken middelvinger naar het woekerende nachtduister in je hoofd. Net zo goed wist ‘A Song for the Lovers’ je midscheeps te raken.

“This,” wees Ashcroft dan ook omstandig naar podium en publiek, “this has become more important than ever.” Een tikkeltje melodramatisch misschien, maar tijdens zijn set geloofde je inderdaad dat muziek het won van alle ellende in dit tranendal. Al dachten een paar heethoofden in het publiek daar kennelijk anders over: die vonden het nodig om een prachtversie van ‘Bitter Sweet Symphony’ voor zichzelf te verprutsen door met elkaar op de vuist te gaan. Ashcroft riep de onbenullen kordaat tot de orde, waarna hij zelfverzekerd een pint ad fundum in zijn keel kapte. Topkerel! Topconcert! 

2. Van engel tot crooner: Tamino

“Twintig jaar?! Dat is mijn leeftijd! Identiteitscrisis incoming!” lazen we op de Facebook-pagina van De Morgen, toen Tamino-Amir Moharam Fouad in een filmpje te kennen gaf hoe jong hij is. Op Cactus mocht hij het festival voor geopend verklaren, wat een meesterzet van de organisatie bleek. 

Tamino, de perfecte publiekstrekker ©Stefaan Temmerman

Meestal druppelt het publiek traag binnen bij de eerste acts, maar het Minnewaterpark bleek al bijzonder goed gevuld voor dit jonkie, dat zich met ‘Habibi’ vergewiste van een rechtstreekse verbinding naar het collectieve geheugen. Met een verscheurd hart leek hij op het podium te staan, terwijl zijn stem balanceerde tussen engelachtige falset en sombere crooner. Om heel eerlijk te zijn: méér woorden dan in onze vijfsterren-recensie van een week geleden kunnen we niet vuilmaken aan deze Egyptische prins op Mortselse grond. We verwijzen u dan ook graag naar die laatste keer dat we stonden te zwijmelen op onze benen. 

3. Het Zesde Metaal bewijst dat VDB nog altijd leeft

Nog nooit kleurde Cactus zo tricoloor: Het Zesde Metaal was één van de acht artiesten uit eigen land die grote sier mocht maken tijdens de 36ste editie van het festival. Met dien verstande dat ze de enige was die zich van de eigen landstaal bediende. 

Onze persoonlijke favoriet blijft ‘Naar de wuppe’, met zijn moddervette hiphopbeat, snerende gitaar en héérlijk sarcasme. Maar daar dacht u kennelijk anders over: 'Ploegsteert' annexeerde Brugge, hoewel er een slordige zeventig kilometer tussen beide lag. Wannes Cappelle moet die song om en bij de triljard keer opgevoerd hebben, maar nog bracht hij die ode aan Frank Vandenbroucke met zo'n mooie gesmoorde snik dat het leek alsof VDB in de coulissen stond mee te kijken.  

Nog mooier: een volwassen man in het park zagen we ter plekke volschieten, terwijl hij met Cappelle mee prevelde: “Die laatsten dag met dochterlief / ge leerde ze nog fietsen / heur wiel begost te draaien / ge kost er ondanks alles van genieten / maar zonder vrouw en kind / de colle waar da' j' nog mee tuop' hing / was 't gedaan / de schepper ha' compassie, ge mocht gaan.” 

En wij? Wij hadden gewoon last van iets in ons oog. Opvallend stoffige parkje, daar aan het Minnewater. 

Het Zesde Metaal, ontroerend knap ©Stefaan Temmerman

4. Discoparels voor de zwijnen met Róisín Murphy

De gedachte aan decadente feestjes in legendarische New Yorkse nightclubs rond 1981 was nooit ver weg bij Róisín Murphy. Maar dat leek het publiek aan de collectieve reet te roesten. Hoewel de Ierse zangeres een verrukkelijk excentrieke set neerpootte in het Minnewaterpark, bleef haar theatrale show niet echt aan uw ribben kleven. 

©Stefaan Temmerman

Miss Murphy toonde zich als vanouds het Mardi Gracieuze achternichtje van Grace Jones, maar haar carnavaleske vertoning  - waarin ze zichzelf elfendertig hilarische hoofddeksels aanmat - sloeg pas aan toen ze haar verleden met Moloko opdelfde. Tijdens 'Forever More' kwam er éindelijk wat beweging in het publiek, dat voordien wat verbaasd en verdwaasd bleef staren naar deze disco queen en haar bodemloze verkleedkoffer. 

Parels voor de zwijnen, dat bracht deze arme schat. Wij genoten nochtans intens van elke seconde in 'Dear Miami', of van 'Jealousy' dat opgerekt werd tot een manische en epische disco-marathon.  Was Róisín de gedroomde afsluiter? Nee, helaas. Maar dat lag evenwel nauwelijks aan haar. 

5. Kinderarbeid blijkt een deugd

©Stefaan Temmerman

Toegegeven: met zo'n tussentitel jagen we Unicef vast de gordijnen in. Maar op Cactusfestival bleek kinderarbeid effectief een zegen. Tussen de benen van de festivalgangers door laveerden tientallen ukkies om bekertjes te rapen. Veel kinderhanden maakten kennelijk licht werk: hoewel er behoorlijk wat drank werd verzet in het Minnewaterpark, lag het terrein er onberispelijk bij na middernacht. Een kinderhand bleek overigens ook gauw gevuld. Toen wij ons bekertje aan zo'n opruim-drommeltje gaven, keek die met zo'n dankbare lach omhoog dat we ons spontaan de Moeder Theresa van de Droge Lever waanden. 

6. Zwart op wit begeestert Michael Kiwanuka 

"I'm a black man in a white world", zong Michael Kiwanuka voor een publiek van bleekneusjes. De Britse singer-songwriter met Oegandese roots groeide op in Londen, wat hem bij zijn eerste stappen naar de roem een identiteitscrisis bezorgde. "Vier jaar geleden merkte ik uit eigen hand hoe stereotypering je zelfbeeld kan aantasten," vertelde hij vorig jaar nog aan ons. "Als Londense kerel uit de middle-class beantwoord ik bijvoorbeeld niet bepaald aan raciale clichés. Maar toen ik The Sound of BBC won, werd ik voortdurend een zwarte soulzanger genoemd. Erg raar, want zo had ik me nooit gevoeld. Ik voelde me altijd meer verwant met de folkscene, country en pop.”

In Brugge kwamen die genres inderdaad ruimschoots aan bod. Maar eigenlijk overtuigde hij vooral met 'Black Man in a White World', dat meesterlijk funky klonk en daarna uitgesponnen werd tot een psychedelische jam. Geen idee of de song op een kwartier dan wel een half uur afklokte, maar het had verdorie nog lànger mogen duren. Wat een virtuoos kluitje muzikanten had Kiwanuka ook verzameld!

Elders in de set hoorden we af en toe vage verwijzingen naar helden als Otis Redding, Marvin Gaye en Nick Drake. Maar vooral als funkateer begeesterde deze band. Helaas werd die song zo vroeg in de set binnengesmokkeld, dat de Brit meteen ook veel te vroeg piekte. Daarna was je voornamelijk getuige hoe het Minnewaterpark zachtjes indommelde tegen valavond. Mooi, maar niet memorabel. 

Michael Kiwanuka ©Stefaan Temmerman

nieuws