Muziekrecensie

'Waiting On A Song' van Dan Auerbach: Gewiekste retro-stijloefening

Black Keys-frontman lonkt naar onschuldiger tijden

2 Dan Auerbach. ©Warner Music

Geen smerige bluesrock of psychedelische gitaaruitjes op Dan Auerbachs nieuwe soloplaat. Zorgeloze, lekker groovende retropop, ja, dat dan weer wel. 

Waiting On A Song wordt wel eens een zomerplaat genoemd, zij het door lieden die in de waan verkeren dat onze zomers nog steeds die van 1963 zijn. Aan ons geestesoog cruisen met vetkuiven getooide jongelui na schooltijd in de Cadillac Seville van hun vader door de blanke, na-oorlogse suburbs waar hun ouders in hun met witgeschilderde tuinhekjes omzoomde huizen verstrooiing zoeken bij The Dick Van Dyke Show op forse televisionele toestellen. 

Op woensdagnamiddagen lokt hun nageslacht z’n liefjes mee naar het afgelegen kerkhof nabij het bos, om er achter de grafzerken elkaar te bepotelen in de zomerzon terwijl Elvisclassics uit de radio van de geparkeerde Seville schallen. 'Livin’ In Sin’ zingt Auerbach dan ook op zijn tweede soloplaat, wellicht meewarig glimlachend. Zoals toen wordt het nooit meer.

Nee, als er deze zomer muziek uit de auto’s van cruisende jongelingen zal schallen, is het wellicht die van Kendrick Lamar en Future, van Calvin Harris of van Imagine Dragons. Jahaa, da’s een reality check waar de alternativo’s onder u wellicht even van duizelen.

Frisse bries

Maar Dan Auerbach dus: één helft van het in Akron gewortelde bluesrockduo The Black Keys, bezieler van het psychrockbandje The Arcs, producer voor oa. Lana Del Rey, Dr.John, Bombino en, zowaar, The Pretenders. Sinds zijn vorige soloplaat Keep It Hid (uit 2009 alweer) is Auerbach een alternatieve superproducer geworden à la Jack White, de White Stripe die evenals Auerbach huis en homestudio in Nashville kocht. De twee hebben er net een morsige muzikantenvete opzitten waarover wij niet wéér gaan berichten.

Share

Auerbach is op z’n best als hij laidback songs van broeierige soul voorziet

Waiting On A Song lijkt wel de broodnodige frisse bries die Auerbach door zijn leven moet laat waaien na de scheiding van een naar verluidt psychologisch onstabiele ex-echtgenote. De gitaarpopsongs die hij voorschotelt, zetten hun goede luim bijgevolg wel érg naarstig in de verf. Toch is Auerbach op z’n best als hij deze laidback songs van broeierige soul voorziet, zoals in het met een prachtig sixtiesarrangement getooide 'Undertow’. Zijn zang gaat er diep en doet warm en doorleefd aan. 

Sultan of swing

Ook de liedjes waarin de Black Key zijn muzikale helden opvoert, bruisen naar behoren. 'King Of A One Horse Town’, bijvoorbeeld: tedere blue eyed soul die knipoogt naar Lee Hazlewood én naar Burt Bacharach (die strijkers!). Rockabilly-ster Duane Eddy schudt er een melancholische twang uit zijn gitaar die verklapt dat hij naar onschuldiger tijden verlangt.

Countrylegende John Prine schreef mee aan het titelnummer dat een geut Californische zonneschijn over ons heen pleurt en dat met een loom shakend ritme Auerbachs zorgeloosheid kracht bij zet.

De puike, haast euforische single 'Shine On Me’ krijgt van Mark Knopfler een huppelend Dire Straits-riffje zoals we dat niet meer hebben gehoord sinds 'Sultans Of Swing’. Onweerstaanbaar. En wat een song!

Tussendoortje

©Warner Music

Zeker, Auerbach demonstreert op deze plaat dat hij tegenwoordig in de hoogste categorie van singer-songwriters vertoeft. Zijn grooves beschikken over een losse swagger die je vandaag nog amper in de rock-'n-roll hoort. Zijn arrangementen ademen klasse en een grondige kennis van de rockgeschiedenis. Alleen doet Waiting On A Song iets te vaak aan als een gewiekste stijloefening in plaats van als een album waarmee Auerbach de lat hoger wil leggen.

Wordt deze plaat een tussendoortje in zijn oeuvre? Zal hij er definitief zijn publiek mee verbreden? Eén ding staat vast: het allerbeste moet nog komen. (Nonesuch/Warner)

zine