Albumrecensie

Black Box Revelation – ‘Tattooed Smiles’: een tongkus van de juf en een bank vooruit

1 Black Box Revelation © RV

De blues heeft meer dan één smoel, wist Keith Richards jaren geleden al. En wat geldt voor de Stones, past net zo goed in het vunzige straatje van Black Box Revelation. Op Tattooed Smiles wisselt de groep meer dan eens van tronie. En toch krijg je het idee dat de groep ook voor het eerst zijn ware gelaat toont.

Share

De ene keer klinkt Paternoster als een op hol geslagen liefdesjunkie, daarna word je met zijn rusteloze aard geconfronteerd

Vier platen geleden dreef het Dilbeekse schorremorrie van Black Box Revelation op een formule van exploderende drums en klauwende gitaren. Gewéldige formule. Maar die aanpak wordt op hun vijfde boreling al eens naar het achterplan verwezen. De sinusitis van Jan Paternoster speelt wél weer vertrouwd op: zijn nasale sneer – met de panache van een Iggy Pop of Mick Jagger, zoals The New York Times eerder schreef – jaagt nog steeds als een vlijmende kettingzaag door de nieuwe songs. Wees gerust: op papier klinkt die vergelijking minder wervend dan op plaat.

Hoe bekender het kunstje, hoe bedenkelijker, moeten de twee evenwel hebben 
gedacht. De eerste vooruitgestuurde single ‘Tattooed Smiles’ kon nog tellen als een korte, krachtige lap bluesrock waarbij de groep als van vanouds klonk. Maar de overige songs wisselen vaker van kleur - niet het minst dankzij Dries Van Dijck, die zich nergens uitsluitend in Animal-modus achter de drumvellen opstelt. Met Tattooed Smiles – persoonlijk lingo voor tongkus – verdient het duo een kus van de juf, en schuift het ook een bank vooruit.

Elke plaat van het tweetal legde natuurlijk al een ander facet bloot van Black Box Revelation. Na hun heerlijk naïeve debuut volgde een donkere en noisy plaat, daarna koos het duo voor een tragere trip en Highway Cruiser was dan weer een bewust ouderwets, door gospel en soul geïnspireerd album. Op Tattooed Smiles laat Paternoster zich nu van zijn meest contemplatieve kant zien. Op het kruispunt waar tram 30 voorbij dendert, blikt de groep zowel terug (het liefdesverdrietige ‘Yellow Belly’) als vooruit (een existentialistisch ‘Built to Last’).

Een enkele keer richt Paternoster zijn blik zelfs gewoon op oneindig: in het aanstekelijke ‘Lazy St.’ vieren apathie (“Why doesn’t my kitchen clean itself?”) en sluimerende psychose (“I hear with dread, a crowd of people in my head”) hoogtij.

Blues van de Brusselse buitenwijk

In hun blues-van-de-Brusselse-buitenwijk draait een sixtiesorgeltje ook al eens rondjes (‘Mama Call Me Please’), waarna een verloren liefde ten grave wordt gedragen in ‘Yellow Belly’ en majestueuze strijkers de vlucht nemen. Een omineus ‘Damned Body’ klinkt op zijn beurt als het dwingende relaas van een paniekaanval (“The pressure in my veins comes roaring like a train / the beating of my blood, a crushing river flood”) terwijl Paternoster in een andere song dan weer “the cold dark meadows of my soul” verkent. Dat er achter de geinponem ook een gevoelig gevalletje schuilgaat, wordt duidelijker dan ooit. De ene keer klinkt hij als een op hol geslagen liefdesjunkie, daarna word je met zijn rusteloze aard geconfronteerd. Er schemert meer in de ziel van Paternoster dan het oor voordien bereikte – al kreeg je met het schizofrene ‘Never Alone, Always Together’ destijds allicht een voorsmaakje.

De ruige romantiek van ‘Kick The Habit’ – een smachtende song over allesverzengende liefde – doet qua teksten dan weer denken aan Sonic Youth (“You’re my sugar, my cane”), maar vooral aan grootgebruik, met referenties aan wiet en coke.

Voor het eerst nam de gitarist-zanger ook de productie van een plaat voor zijn rekening, maar dat betekent niet dat de groep zich in vrijwillig isolement verliest op Tattooed Smiles. Twee bekende fans van de groep versierden zelfs een knappe cameo. Zo is er Seasick Steve, die bij zijn laatste passage in de AB voorprogramma Black Box Revelation “ronduit de beste rockband van het moment” noemde. 

Vandaag zet hij die bewondering om in wijze woorden met ‘Built to Last’. Die song toonzet een gesprek tussen de kleine Jan en zijn overleden grootvader, voor de gelegenheid belichaamd door Steve. Een onsterfelijke song over sterfelijkheid: de inherente ironie maakt de song al meteen een persoonlijke lieveling.

Roméo Elvis klampte Paternoster dan weer ooit aan op café, wat eerder leidde tot een duet op diens succesplaat Morale 2. Dat werd ‘Agora’. Bij wijze van wederdienst rapt Elvis nu mee op ‘Laisser partir’, waarin slepende bluesrock en melancholische hiphop elkaar een high five geven en een Crazy Horse van Neil Young de sporen krijgt in de gitaarsolo’s. Overigens: wie de 7 inch van deze plaat koopt, krijgt er ook nog exclusief een duet met B.J. Scott bij: ‘Lost in the City’.

De sterkste song op deze langspeler? We gokken op de hymne-in-wording ‘Blown Away’. Maar gisteren zwoeren we nog bij ‘Damned Body’, en morgen wordt het vast ‘Yellow Belly’ of ‘Kick The Habit’. Om de dag lijkt weer een andere song zijn vurige liefdesbrief te verdienen.

Black Box Revelation, I think I like you

Tattooed Smiles is uit bij Universal. Op 14-15/3 staat Black Box Revelation in de AB, Brussel. abconcerts.be

cult

zine