Concertverslag

Arno met orkaankracht in AB Club: le plus beau fort

Tjens Matic verpakt oude wijn in nieuwe zakken

2 Arno. (archiefbeeld) ©BELGA

Alles is zo braaf vandaag, vindt Arno (67). Hij wordt er naar eigen zeggen impotent van. In de AB Club gaf le plus beau de “coiffeurs van de muziek” daarom lik op stuk met een snoeihard en loeiend luid concert, waarin hij zijn eigen verleden brutaal omwoelde. Geen idee hoe het achteraf met Arno zat, maar notre petit beau stond anderhalf uur lang fier overeind.

Share

Het deed een béétje pijn. Maar het klonk vooral verdomd lekker

Allez gastjes, zin we vertrok’n?” In de Club liet Hintjens er geen gras over groeien. Met ‘Being Somebody Else’ van T.C. Matic werd je meteen een nieuwe gehoorgang geschopt. De ritmesectie met Laurens Smagghe en Mirko Banovic maakte er schijnbaar een erezaak van om afwisselend je innerlijke huishouding om te ploegen, en dan weer als een stormram tegen je borstbeen aan te knallen. Het deed een béétje pijn. Maar het klonk vooral verdomd lekker.

Bruno Fevery pendelde op zijn beurt tussen hommage en heerlijke heiligschennis door het gitaarwerk van illustere voorgangers als Paul Couter en Jean-Marie Aerts naar zijn hand te zetten met snerende, gierende en deraillerende solo’s, waarin het af en toe wel leek alsof hij de snaren met scheermesjes bewerkte.

En Arno? Die gromde, huilde en stiet oerkreten uit als vanouds. Verder bediende hij zich in Brussel ook af en toe van een uitermate bluesy mondharmonica en liet hij zich zelfs tweewerf seconderen door een - we verzinnen het niet - handmixer. Yep, een fuckin’ handmixer. Eén keer maakte die zijn opwachting in de voornoemde openingssong, een andere keer in ‘Viva Boema’.

Eén been in 2017

Faut le faire eigenlijk: Arno Hintjes loopt tegen de 70 aan, maar nam de moeite om zichzelf nog eens opnieuw uit te vinden. Nu ja, wat heet natuurlijk niéuw? In de Club verpakte Tjens Matic eigenlijk oude wijn in nieuwe zakken. De groepsnaam bleek toepasselijk een samentrekking van Tjens Couter en T.C. Matic, twee groepen waarmee hij de Belgische muziek bijna veertig jaar geleden van een boeventronie voorzag. In de AB Club stonden dan ook voornamelijk de songs uit die overgangsperiode op het repertoire.

Arno in 1983. ©Danny Willems

De blik werd weliswaar gericht op eind jaren 70, begin jaren 80, maar het geluid dat zijn band door de zaal liet denderen, stond ook met minstens één been in 2017. Elke song bewaarde de innerlijke onrust van weleer, maar de kille krautrock, Europese blues en het punky surrealisme van toen kreeg in Brussel een nieuwe kleur. Industrial en stonerrock bleken alleszins niet zonevreemd in dit geluid.

Die update kon natuurlijk niet verbazen: de eigenzinnige gitaristen uit de pioniersjaren lieten verstek gaan, waardoor Hintjens de facto covers van zijn eigen songs speelde. Ook rechterhand Serge Feys speelde maandag niet meer mee. Niet verwonderlijk dat synths of keyboards het onderspit moesten delven tegen rauwe en grommende gitaren. Een verfrissende aanpak, met een overrompelde afloop.

Alarmgitaar en nijdige hengst

Onze persoonlijke hoogtepunten? ‘No Job, No Rock’, waarin een akelig dreiging uitging van de strofes, waarop het refrein als een gillende stoomlocomotief derailleerde. Net zo verslavend klonk de alarmgitaar in ‘Le Java’ of het venijnige mopje slide-gitaar in ‘Meet the Freaks’. En dan zouden we Mirko nog bijna vergeten die zijn bas een concert lang zalig liet draven, om zijn instrument in de bis af en toe een nijdige hengst te verkopen, tijdens ‘Bye Bye Till The Next Time’.

Ook memorabel: de onsterfelijke, maar live zo vaak genegeerde topper ‘Gimme What I Need’,  een song die het trouwens nog tot de jukebox van CBGB - de eertijdse rocktempel van New York - heeft geschopt. Ook ‘Saturday Night Queen’ bleek zo’n gouden oudje. Soms lag een song overigens zo diep begraven in het geheugen van Hintjens, dat een spiekbriefje soelaas leek te moeten brengen: ‘Living on my Instinct’ debiteerde hij alleszins met de blik strak naar de grond gericht.

Heroïsch

“Rock is dead… Marx is dead”, hoorden we Arno na die song verzuchten. “The Beatles… dead! En ik ook godverdomme. Ik ben al een hele week ziek.” Gelukkig scheen le plus beau warmere oorden te wachten. “Morgen vertrekken we met de groep naar La Réunion. Niet voor een vakantie, nee. Om te spelen.” Al gaf hij ook mee dat hij voor alle zekerheid in de H&M een string in luipaardmotief had gekocht. Een beeld dat een pak minder heroïsch oogde dan de set klonk, eerlijk gezegd.

Share

Meestal was je getuige van een set waarin nostalgie en onvervalste opwinding door één deur konden

Maar laten we wel wezen: in beide gevallen bleek Arno de confrontatie met zichzelf én zijn oude dag aan te gaan. De jonge kroegtijger van weleer, die met zijn scherpe en snijdende stem klauwde en beet naar je oren, kreeg je niet meer te horen. Daarvoor zijn de stembanden van de zanger te zwaar versleten. Maar toch was het niet alleen aandoenlijk om hem de jonge Arno van Choco te zien resusciteren: meestal was je getuige van een set waarin nostalgie en onvervalste opwinding door één deur konden.

“Rock is revolte, en we hebben het meer nodig dan in 1970,” hoorden we Arno een paar dagen geleden beweren op Radio 1. Tja, na afloop voelden we niet meteen de aanvechting om op de barricades te gaan springen, maar we kregen wel spontaan zin om te pissen in de brievenbus van elk misselijkmakende partijkantoor op weg naar huis. Aan alle getroffen partijen: #sorrynotsorry

nieuws