Albumrecensie

‘Nachtwerk’ van Frank Vander linden: Krop. Keel. Zoiets.

Frontman van De Mens schrijft pakkende breakupplaat

2 Frank Vander linden. © Guy Kokken

Frank Vander linden puurt een ontwapenende, troostende soloplaat uit zijn relatiebreuk. Op die manier klautert de liedjessmid behoorlijk elegant uit de krater die het lot sloeg.

2 Nachtwerk Frank Vander linden © rv

Nachtwerk doet op het eerste gehoor aan als een haast klassieke breakupplaat die het gekende verwerkingsproces na een gestrande relatie etaleert. De nuances openbaren zich gaandeweg, via een slimmige tekstflard, een hartverscheurend gitaarmotiefje, een verraderlijk alledaagse bespiegeling die de gapende wonde probeert toe te dekken. Van Vander linden - notoir uomo ironico, leverancier van sardonische tranches de vie, bewonderaar van Alain Bashung - verlang je toch net dat tikkeltje meer, quoi. Et voilà, u vraagt, Frank draait. Maar kom achteraf niet klagen dat u toe bent aan een slok whisky. Of drie.

Over de relatiebreuk waarin deze plaat zou wortelen, is genoeg geschreven. Wij willen ons bovendien aan waardiger broodschrijverij bezondigen. Trachten mee te surfen op de meedogenloze golf weemoed die door deze liedjes klatert, bij wijze van voorbeeld. Ja, veel gekker moet het niet worden, beste meerwaardezoeker.

Morsig sentiment

"Oh, kon ik haar maar opnieuw ontmoeten / met loszittend haar en die prachtige sproeten / Oh, kon ik maar”, mijmert Vander linden in opener 'Ik Dacht Aan Een Vrouw’, een zich aan galm lavende treursong die pronkt met teder, helder gitaarwerk waarbij je je een grot vol ijskristallen verbeeldt. Een pakkende akkoordenprogressie meandert naar de staart van de song waar een dreigende brom opdoemt en weer verdampt.

Share

Vander lindens gitaarakkoorden klauwen naar het hart en een neuriënde falset voegt een snuf melodrama toe

Bij 'Draag Het Als Een Man’ denk je aan Richard Hawley. Ook zo iemand die het vallen en weer opstaan telkens met een zwierig panache vertolkt. Iemand wiens blues immer camerageniek naar den einder tuurt. "Ze houdt van iemand anders / dat zat er aan te komen”, zingt Vander linden terwijl een warm gonzend orgel als een mistbank onder de gitaren doortrekt. In 'Gezegend Met Geluk’ domineert morsig sentiment, zij het geheel par hasard en ronduit stoemelings, zo lijkt het wel. "En daar stonden we dan met ons hoofd in de wind / en we liepen rechtop en we maakten een kind, / gezegend met geluk / overspoeld door de liefde / en ik weet niet waarom het dan fout is gegaan.” Krop. Keel. Zoiets.

Dolgedraaid kompas

In 'Trotse Pijn’ richt de protagonist zijn vermoeide hoofd op om te staren naar een fletse klets zonlicht dat door het bladerdek van zijn spookbos priemt. "Moet je niet vervellen / Je kleurt jezelf met grijze kleren”, klinkt het over gitaargetokkel vol herfsttinten. "Mensen Zijn Vervelende Machines’ eert weifelend feilbaarheid en verval. Rugpijn, vechten met een knoop in de maag, krachteloze stappen: je zou bijna naar apathie beginnen verlangen. Vander lindens gitaarakkoorden klauwen naar het hart en een neuriënde falset voegt een snuf melodrama toe.

Nu en dan last de zanger een verfrissend terzijde in. Zoals de knusse uptempo-americana van ‘Verdwenen Vrienden’, vol la-la-la’s, gestut met een huppelend ritme. Of de schijnbaar frivole radiopop van afsluiter ‘Weet Jij Hoe Het Moet’, een song die schalks concludeert: iedereen veinst kundigheid en we lullen allemaal een eind weg. “Ik loop hier ook maar verloren”, aldus Frank Vander linden, het kompas dolgedraaid, één natte vinger in de wind.

Hij krijgt je écht op het puntje van de stoel wanneer hij rake bespiegelingen als poëtische eenvoud verpakt. “De zomer zindert maar het huis staat in de kou”, mijmert hij in ‘Gebrek aan Jou’, evenals “Mijn schaduw past niet meer bij mij”, terwijl een veeg verkillende ambient langs zijn gitaarspel suist.

Heb jij dat ook?

Dan is er ‘Elke Dag Een Beetje Wijzer (Denk Ik)’, dat grossiert in loutering en beleefde vergelding. “Je zegt dat je me mist / Dat kan, ik mis mij ook / Ik ben nu iemand anders dan wie ik was toen ik bij je was”, klinkt het, op de gedweeë groove van een drummachine. Hij heeft het over “liefde van een soort die ik niet meer wil beleven” en wil weten: “Heb jij dat ook?” Je denkt aan Air en ook aan Beck. De song waait voorbij als een bries die eindelijk een muffe woonkamer mag verluchten. “Op een parkbank ga ik zitten / Dat is lang geleden en daar zit ik dan te staren, omdat jij er niet bent / en mij hier niet kent”. Handen in de lucht als u ook al op dat bankje heeft gezeten. Been there, done that, toch?

Nachtwerk eist zijn tol maar loont aan het einde van de rit. Heb je wel vaker bij een nieuw ochtendgloren. Iemand nog een teugje single malt

Nachtwerk verschijnt bij Platenzaak. Frank Vander linden toert nu door Vlaanderen. Speeldata op frankvanderlinden.be

nieuws

zine