Woensdag 21/04/2021

Lezersbrieven

‘Zullen we dat afspreken?’ Deze zin staat symbool voor hoe de overheid al een jaar omgaat met haar burgers

De collega's van 'Het eiland'. “Zullen we dat afspreken?” was een memorabele zin uit die tv-reeks. Beeld © Johan Jacobs
De collega's van 'Het eiland'. “Zullen we dat afspreken?” was een memorabele zin uit die tv-reeks.Beeld © Johan Jacobs

Overheden, talm niet langer

“Zullen we dat afspreken?” Een van de legendarische zinnen in een even legendarisch televisieprogramma uit haast vervlogen tijden. Toen collega’s nog aan het eiland mochten zitten en overlegcomités Brussel-Halle-Vilvoorde trachtten te splitsen.

Toch staat deze zin symbool voor hoe de overheid al een jaar omgaat met haar burgers. Er werd al heel wat afgesproken met (opgelegd aan) de burger het afgelopen jaar. Keer op keer blijkt echter dat die afspraken maar voor één partij gelden: de burger. Het rijk der vrijheid aan de horizon schuift net als de echte horizon steeds verder op naarmate we dichterbij komen. Beloofde versoepelingen worden teruggedraaid of uitgesteld en broodnodig beleid wordt halfslachtig en steevast te laat gevoerd.

Deze week verzeilen we, de burger, weer in hetzelfde schuitje. Elke expert schreeuwt om nuttige maatregelen; beloofde versoepelingen werden onbepaald uitgesteld en de overheden kijken ernaar en wachten tot de trein echt ontspoort. Dus beste overheden, uit de grond van mijn hart: voer krachtdadig beleid, talm niet langer en gids ons gezwind naar dat vermaledijde rijk der vrijheid.

Zullen we dat afspreken?

(Boodschap aan al mijn medeburgers: ik ben blij dat jullie in mijn team zitten!)

Maxim Van der Schueren

Zo zwaar kan het leven in coronatijd zijn

Ik ben mama van een achttienjarige zoon. Het leven met corona is zwaar binnen ons gezin. Mijn zoon kampt sinds december met een depressie. Achttien jaar worden tijdens de lockdown, alle leuke dingen op school zien wegvallen: het weegt. Mijn zoon heeft ASS (autismespectrumstoornis) en ADD (concentratiestoornis).

Hij is geen lid van een jeugdbeweging of sportvereniging. Hij zit nu in het laatste jaar multimedia in het onderwijstype OV4. Elke dag is een strijd om hem, de dagen dat hij les heeft, daar op school te krijgen. Elke dag is het zoeken naar het evenwicht tussen het belang van de school en zijn mentale gezondheid. De dagen dat hij naar school is, is het bang afwachten dat hij naar huis zal komen. Daarbij de eventuele sanctie die boven ons hoofd hangt, omdat de briefjes die we zelf mogen schrijven wegens ziekte ondertussen uitgeput zijn – uiteindelijk is dat het minste van mijn zorgen. Ik wil gewoon mijn zoon beschermen en veilig houden.

Maandag startte een projectweek op school, in kleine groepen met externe begeleiding. Dit ter vervanging van hun stage, die niet door kon gaan. Hij keek hier enorm naar uit, en wij met hem. Het werd een aftelmoment voor ons. Hij kwam nog eens enthousiast van school met een lach op zijn gezicht. Dat deed deugd. De vreugde was helaas van korte duur. ’s Avonds kwam het bericht dat het project werd afgelast. Dit nieuws sloeg bij ons in als een bom. Symbolischer kon haast niet op 22 maart. Een aanslag op ons gezinsgeluk, en waarom?

Door deze beslissing hebben wij weer tien stappen achteruitgezet. Kunt u mij verklaren waarom projectwerking in kleine groepen van ongeveer vijf leerlingen in de school niet kan en waarom kinderen en jongeren wel naar de jeugdbeweging en sportactiviteiten mogen gaan?

Mijn zoon mag geen bubbel binnen zijn schoolbubbel vormen met een externe projectwerker, maar mijn dochter mag als ‘externe begeleider’ wel een Chiro-bubbel vormen met kinderen van verschillende scholen en daarbij dan nog elke zondag veranderen van bubbel. Kinderen die ook meerdere bubbels vormen met tekenacademie, dansschool, zwemles… Want één hobby kiezen, nee hoor, daar doen wij niet aan mee.

Waar zit hier de logica? Waarom kunnen kampen in de paasvakantie wel doorgaan zonder overnachting? Ik kan begrijpen dat er maatregelen nodig zijn, maar trek de maatregelen dan door over heel de lijn, dan kan ik dat ook verantwoorden. Maar dit krijg ik niet uitgelegd.

Ik probeer mijn hoofd al heel lang boven water te houden, maar ben nu toch kopje-onder gegaan.

Een zeer bezorgde mama (naam en adres bekend)

In de war

Hoe ik mijzelf omschrijf? Als een jonge, gepassioneerde vrouw. Gepassioneerd in het leven, verliefd op mensen om mij heen. Dichte vrienden, verre vrienden, kennissen, cafégangers en passanten. Sinds vier jaar mag ik daar aan toevoegen: leerlingen. Jonge, nieuwsgierige, soms verveelde mensen. Sinds een jaar mag/kan/moet ik aan mijn beschrijving toevoegen: speelbal. Speelbal van het onderwijs als systeem, van een regering die elk uur van elke dag de bal zomaar in de andere richting kan trappen. Daar komt nog bij dat ik gepassioneerd ben in voetbal en het spel best wel kan lezen. Maar deze ploeg is ongeëvenaard: ze heeft oneindig veel wissels en voert die door zonder op het signaal van de scheidsrechter te wachten. Je kunt je het resultaat wel voorstellen. Chaos. Hoe kun je daar dan nog van winnen?

De ene dag ga ik met meer goesting werken dan de andere, maar steeds kom ik tot dezelfde conclusie: zelfs op de slechtste dagen zijn het de leerlingen die alles weer goed maken. Ik raakte gewoon dat de publieke opinie mijn job degradeert tot ‘weeral congé?’, maar dat neem ik hen niet kwalijk. Want ik doe mijn werk heel graag. Zelfs nu.

Vandaag ben ik wat in de war. Ik weet niet meer wat de prioriteiten precies zijn. Corona bestrijden? Akkoord. De leerlingen op school houden? Ook akkoord. Echt waar, natuurlijk sta ik achter dat nobele doel. Maar niet tegen elke prijs. We kunnen niet meer volgen. Ik zie collega’s uitvallen, ik zie leerlingen twijfelen. Je kunt het hen niet kwalijk nemen.

Op maandag mocht je nog langs die deur binnen, op dinsdag was er enkelrichtingsverkeer in die gang, op woensdag mocht je buiten zonder mondmasker, op donderdag mocht je je mondmasker niet meer uitdoen, op vrijdag mocht je enkel nog contact hebben met je eigen klasbubbel. Maar geen zorgen: het weekend komt eraan: dura lex, sed lex. In mijn dialect zou men zeggen erdoensj. Op maandag herbeginnen we, nieuwe regels, nieuwe wetten. Dan mag je opnieuw met 28 in hetzelfde lokaal zitten en met 650 leerlingen door dezelfde gangen lopen. Op maandag mag ik mijn 107 leerlingen terugzien, mijn collega’s echter niet, mijn vrienden al zeker niet. Dat zou al helemaal te zot voor woorden zijn.

We willen vooruit. Echt vooruit. Niet Processie-van-Echternach-vooruit. En als we daarvoor even terug naar afstandsonderwijs moeten, dan kunnen we dat. Onderschat ons niet. Want naast corona heb ik het nog steeds over modaliteit en adverbs of manner en frequency. En ik kan u verzekeren, dat geldt voor elke les: een beetje eenduidigheid doet wonderen.

Liese Van Hauwermeiren, leerkracht Nederlands en Engels

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234