Maandag 16/12/2019

Essay

Zou het kunnen dat die voortdurende alarmerende toon van Greenpeace en co. contraproductief werkt?

An environmental activist wearing a gas mask takes part in a demonstration called by Greenpeace and other associations to mark the 6th anniversary of the Fukushima nuclear disaster, on March 11, 2017 in Paris. (Photo by CHRISTOPHE ARCHAMBAULT / AFP) kernenergie website Beeld AFP

De allernieuwste rapporten in aanloop naar de aanstaande VN-klimaattop klinken alweer behoorlijk deprimerend. Toch blijft daadkracht uit. Tijd om wat dogma’s te slechten. 

Herinnert u zich nog de T-shirts van Greenpeace met opdruk ‘My body is in danger’ of ‘No Time To Waste’? Grote letters, zwart op wit of wit op zwart. Het is een shirt dat een generatie tekende. Mijn generatie.

Van klimaatangst was indertijd – zeg maar eind jaren 80, begin jaren 90 – nog amper sprake. Milieuvervuiling was toen in het algemeen nog de boosdoener die ons lijf in gevaar bracht, met het gat in de ozonlaag als meest concrete dreiging.

De ‘This Body is in Danger’ van Greenpeace. Beeld RV

Van alle ‘nieuwe’ goede doelen waarmee progressieve jongeren eind jaren 80  politiek volwassen werden – de strijd tegen racisme, aids, honger in Afrika, politieke gevangenschap – was de zorg om het leefmilieu waarschijnlijk de meest aantrekkelijke. De van oorsprong Canadese organisatie Greenpeace – met onder meer die T-shirts – was (en is) er de vaandeldrager van.

Greenpeace was populair. De tracklist van verzamelplaat die de milieuorganisatie in 1989 liet opnemen, leest als een affiche van Torhout-Werchter uit dezelfde periode: Sting, U2, INXS, REM, Talking Heads… Ze staan er allemaal op. Greenpeace was sexy. Wie wou er geen activist worden die zich vastketent aan een kernreactor of walvisjagersboot? Greenpeace was ook gevaarlijk. In 1985 bracht de Franse geheime dienst de boot Rainbow Warrior tot zinken, om de groene acties tegen nucleaire tests te stoppen. Daarbij kwam een fotograaf om het leven. Een ongekend schandaal.

Gletsjer

In de wereldwijde bewustmaking van het belang van zorg om milieu, en later klimaat, is Greenpeace van cruciaal belang. Die historische verdienste, die uiteraard ook de bredere milieubeweging toekomt, staat pal overeind.

Toch is er onderweg blijkbaar iets niet goed gegaan. Klimaatwetenschappers zijn de wanhoop voorbij. In de aanloop naar de volgende top in de Poolse stad Katowice publiceert het VN-klimaatpanel een nieuw rapport, nog ontstellender dan het vorige. De inspanningen dienen verdrievoudigd te worden, willen we uit de gevarenzone blijven.

Tegelijk is er het besef dat die eerder afgesproken inspanningen al onhaalbaar blijken te zijn. Correcter geformuleerd: in theorie zouden ze haalbaar moeten zijn, alleen worden ze in de praktijk nooit gehaald. Het doet met scepsis kijken naar de stoutmoedige belofte vanwege de Europese Commissie om de EU tegen 2050 klimaatneutraal te krijgen. Waarom zou dat engagement ditmaal wel gehonoreerd worden?

De opwarming van de aarde, en de bepalende menselijke rol daarin, is geen verzinsel. De klimaatopwarming is zonder meer het ernstigste vraagstuk waar deze generatie mee te kampen heeft. Gebrek aan aandacht kan het probleem niet zijn. Maar de bittere vaststelling blijft: dertig jaar later is ‘this body’ nog altijd ‘in danger’.

Ligt het dan misschien aan de aandacht zelf? Vanuit psychologisch perspectief gaat er een dubbel verlammend effect uit van de gletsjer aan alarmerende klimaatonderzoeken. Dat de studies altijd voorspellingen maken over de langere termijn, geeft een dubbelzinnig signaal. Ja, de toestand is ernstig, maar we zullen er morgen weleens naar kijken. Tegelijk kan de enormiteit van het probleem juist tot passiviteit leiden: er valt toch niks aan te verhelpen, en al helemaal niet door mezelf.

Groene slang

Hier bijt de groene slang van Greenpeace & co. zichzelf in de staart. In essentie is Greenpeace – of het World Wildlife Fund (WWF) evenzeer, want het gaat hier niet zozeer om één specifieke organisatie – een beweging die op activisme stoelt. Om leden–activisten aan te trekken, dient de beweging voortdurend de aandacht te trekken met straffe, schokkende stellingnames. Daarmee wordt succes geboekt, en daarvoor verdienen die organisaties alle respect. Het is hun job.

Punt is dat die bijna apocalyptische communicatie zo succesvol is dat ze zowat de enige communicatie is die we in het publieke debat kennen (naast dat van de klimaatontkenners). Politici, journalisten, spraakmakers… allen houden ze vast aan het vakkundig uitgezette paradigma. Zouden Bart Somers, John Crombez of Wouter Beke niet ooit ook een Greenpeace-pennenzak gehad hebben? Of die plaat met Sting en The Pretenders? 

Een hele generatie veertigers en vijftigers heeft van Greenpeace en anderen geleerd hoe je over milieu en klimaat praat. Nogmaals: dat is mijn generatie.

Stilaan is het tijd om onszelf deze lastige vraag te stellen: zou het kunnen dat wat zo knap werkt voor Greenpeace als organisatie onvoldoende werkt om het klimaatprobleem ook effectief de wereld uit te helpen? Zou het kunnen dat die voortdurende alarmerende toon zelfs contraproductief werkt? “Om ons te doen reageren moet een risico het liefst nieuw, ongewoon, buiten onze controle, nabij, spectaculair zijn. Die reacties zijn gebaseerd op gevoel, niet op een rationele conclusie na zes klimaatrapporten”, legde de Noorse psycholoog Per Espen Stoknes drie jaar geleden al uit in deze krant. Espen Stoknes verdiept zich in het fenomeen van mensen of organisaties die passief of zelfs depressief raken van de toestand van het klimaat.

Met hun schip de Esperanza protesteerde Greenpeace in 2014 tegen olieboringen op Antarctica. Beeld BELGAIMAGE

‘Kernenergie, neen bedankt’

Het gaat niet enkel over psychologie. Een van de grootste beleidsverwezenlijkingen van de milieubeweging is dat ze het maatschappelijk én politiek draagvlak voor kernenenergie zeer sterk verkleind heeft. ‘Kernenergie, neen bedankt’ is een van de oudste en meest fundamentele overtuigingen van de groene beweging, met opnieuw Greenpeace als scherpe woordvoerder.

Er blijven legitieme redenen om uiterst kritisch naar kernenergie te kijken. De nucleaire optie is veilig, zolang het goed gaat. Maar van zodra het niet goed gaat, zijn de risico’s meteen gigantisch groot. Na de kernramp in Fukushima in 2011 is dat er in de ganse wereld nog eens flink ingeramd. En dan is er nog de kwestie van nucleair afval, dat maar moeilijk veilig te bergen valt.

Toch is er wat veranderd. Sinds de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) het centrale milieuvraagstuk geworden is, verdient kernenergie een frisse, tweede blik. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen (steenkool, olie, gas…) gaat met kernenergie amper vervuilende uitstoot gepaard.

Vanuit het strikte standpunt van klimaatzorg valt er dus zeker een argument te maken vóór kernenergie. Dat is ook wat de wetenschap doet. In recente VN-rapporten krijgt nucleaire energie steevast een vermelding als mogelijk deel van de oplossing. Het leidt tot een lastig dilemma. Wat weegt zwaarst door: het kleine risico op een nucleaire apocalyps of het grote risico van een vooralsnog onbestemde klimaatopwarming?

Aan progressieve zijde blijft dat debat onbesproken. Het is tekenend voor de povere staat van dat debat dat in 2018 een gerenommeerd klimaatwetenschapper (Valerie Trouet, University of Arizona, een van de meest vooraanstaande klimaatwetenschapscentra ter wereld) in Vlaanderen nog altijd controverse kan veroorzaken door op tv en in de krant nuchter en genuanceerd te pleiten voor kernenergie.

De vasthoudende tegenstanders hebben één doorslaggevend punt. Er is bijna nergens in Europa vandaag een draagvlak of een realistisch businessplan voor nieuwe kerncentrales. Kernenergie durven heroverwegen is intellectueel interessant, maar praktisch een doodlopende straat.

De vraag is natuurlijk hoe dat komt. Door decennialang gebeuk op nucleaire energie is dat draagvlak verkruimeld. De kans is reëel dat potentiële wetenschappelijke wegen om kernenergie veiliger, goedkoper, groener en gebruiksvriendelijker te maken onverkend zijn gebleven, omdat er onvoldoende goodwill was. Die groene overwinning breekt zuur op, nu juist die vervloekte, gevaarlijke kernenergie een deel van de zo benodigde oplossing uit de klimaatellende had kunnen bieden.

Science fiction

Dit moet geen eenzijdig stuk pro kernenergie worden. Dat is het punt niet. Het punt is juist dat tot dusver te eenzijdig sporen zijn bewandeld in het klimaatdebat. “Ik pleit ervoor om op te houden met de stellingenoorlog en met de moralistische preken over hoe inconsequent en ‘zondig’ we zijn. Het helpt ons geen meter vooruit”, zei de Noorse psycholoog Espen Stoknes nog.

Uiteraard blijven de inspanningen van de milieubeweging om ons anders te laten omgaan met de planeet bijzonder nuttig. Maar het is niet voldoende. Nu dreigt een tegenbeweging, al dan niet met populistische regeringsleiders of boze burgers met gele hesjes.

Het wordt tijd dat ook technologisch innovatieve antwoorden op het klimaatvraagstuk hun status van science fiction verliezen. Ze zouden volop deel van het debat moeten worden, zonder verdachtmaking van lobbyisme, negationisme of greenwashing.

Het is eind 2018 en elk continent heeft zowat elk seizoen zijn eigen bosbranden, overstromingen en windhozen. Dat is heus geen toeval meer. Als de voorbije dertig jaren ons iets geleerd hebben, dan wel dat we er met bangmakerij niet gaan komen. Het is lastig loskomen uit de apocalyptiek, maar wat vertrouwen in wetenschappelijk vooruitgang kan ons verder op weg helpen.

Als we het er nog altijd over eens zijn dat ons lijf in gevaar verkeert, is de eerste belangrijke stap naar een oplossing dat iedereen zijn eigen a priori’s tussen haakjes durft zetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234