Donderdag 15/04/2021

OpinieDanny Van Assche

Zonder loonnormbesef verliezen we allemaal

Danny Van Assche reageert op Paul De Grauwe:
Danny Van Assche reageert op Paul De Grauwe: "In de huidige omstandigheden is het behouden van de loonnorm het slimste om te doen”Beeld BELGA

Danny Van Assche is gedelegeerd bestuurder van UNIZO.

Als oud-student van Paul De Grauwe geniet ik telkens opnieuw van zijn gave om de dingen duidelijk uit te leggen. Zijn visie op de loonnorm, dinsdag in deze krant, klinkt even helder als altijd, maar jammer genoeg kan ik hem er niet in volgen (DM 2/3). Ik leg kort uit waar hij volgens mij de bal misslaat.

De wet van 1996 legt ons een maximale loonnorm op. Dat is de vork waarbinnen de lonen de komende twee jaar mogen stijgen. Paul De Grauwe ziet daarin twee grote problemen. Zijn eerste probleem is dat loonbeperking een rem zet op de binnenlandse consumptie en zo onrechtstreeks leidt tot minder groei. Het tweede probleem dat hij aanhaalt is nog erger: de wet (officieel: “tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen”), doet volgens hem net het omgekeerde dan waar hij voor bedoeld is. Hoge lonen gaan volgens de professor samen met hoge productiviteit en dat maakt een economie competitief. Lagere lonen zullen onze competitiviteit dwarsbomen, aldus Paul De Grauwe. Beide redeneringen kloppen echter niet.

Ten eerste leidt de loonnorm niet tot minder koopkracht. De loonnorm is immers slechts de maximale reële stijging van de lonen. Onze lonen gaan hoe dan ook vanzelf omhoog met de index. Dat betekent dat de koopkrachtvastheid van onze lonen verzekerd is. Met andere woorden, ze kunnen nooit achteruitgaan, zolang de automatische indexering bestaat. Er is nog een tweede reden waarom de loonnorm niet leidt tot loonmatiging. We stellen onze lonen immers af op de evolutie in onze buurlanden. We willen onze lonen dus niet meer laten stijgen, maar ze stijgen op lange termijn ook niet minder. Akkoord, we hanteren een veiligheidsmarge van 0,5 procent (een half procentje strenger dan onze buurlanden). Maar dat is nog altijd geen loonbeperking. In de praktijk bleek die marge de afgelopen jaren immers telkens nodig om onze buurlanden qua lonen niet voorbij te steken. Als de veiligheidsmarge een keer niet nodig zou blijken, wordt ze er bij de volgende loonnorm gewoon opnieuw bijgeteld. Intussen houden we gelijke tred met de buurlanden – het minimum dat nodig is om ons concurrentievermogen te vrijwaren - maar zonder de historische loonkostenhandicap weg te werken.

Daarmee kom ik op het tweede punt van Paul De Grauwe. Het belangrijkste, zegt hij zelf. Hogere lonen zijn geen probleem want ze gaan samen met hogere productiviteit, luidt zijn redenering. Dus door hogere lonen te betalen doen we eigenlijk meer voor innovatie en versterken we dus onze economie. Op zich klopt deze redenering. Alleen rijst hierbij de vraag wie de kip en wie het ei is. België heeft inderdaad jarenlang een hogere arbeidsproductiviteit gekend dan de ons omringende landen. Maar vanuit een duidelijke noodzaak: omdat elk uur arbeid in ons land een pak duurder is, moeten we meer produceren in dat uur om competitief te blijven. Dus hoge lonen gaan niet samen met hogere arbeidsproductiviteit, maar verplichten ons ertoe.

Door die noodgedwongen hogere productiviteit per arbeidsplaats (omwille van de kostprijs) wordt er meer werk verzet met minder mensen. Waardoor er aan het einde van de dag minder jobs overblijven. Onze productie werd alsmaar kapitaalsintensiever en minder arbeidsintensief. Wie nog wel een job heeft, staat onder hogere werkdruk en boet in aan welzijn op het werk. Wat niet verhindert dat de arbeidsproductiviteit elders sneller toeneemt dan bij ons. Dat heet “de wet van de remmende voorsprong”. Andere landen halen ons in, waardoor onze loonkosthandicap weer begint op te spelen. In 2019 lag de gemiddelde uurloonkost in de Belgische privésector gemiddeld 11 procent hoger dan in onze buurlanden. Maar dat weerhoudt de vakbonden er niet van om te fulmineren dat de hogere arbeidsproductiviteit ook moet meegenomen worden in de loonstijging. Een uur werk levert meer op, dus zou daar ook meer opslag tegenover staan, redeneren ze. Wat zou neerkomen op een dubbele indexering: door de snellere loonstijgingen, moeten we productiever zijn, en omdat we productiever zijn, zouden we nog eens meer opslag moeten geven.

Niemand zal beweren dat de loonwet perfect is. Maar de dwingende loonnorm afschaffen, zou ons opnieuw confronteren met de kwaal waar we begin van deze eeuw aan leden: een groeiende loonkosthandicap met de buurlanden. De loonnorm zorgt niet voor minder koopkracht en al zeker niet voor minder productiviteit, maar wel voor het vrijwaren van ons concurrentievermogen ten opzichte van de buurlanden. Zeker in de huidige omstandigheden is dat het slimste om te doen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234