Zondag 26/05/2019

Opinie

Zonder gemeenschappelijke talen is er ook geen communicatie en geen gemeenschapsgevoel in Brussel

Kapellekerk, Brussel. Beeld Tim Dirven

Nell Foster, Alex Housen en Philippe Van Parijs zijn coördinatoren van het Marnixplan voor een meertalig Brussel.

Een schok, was de laatste Taalbarometer van de VUB: de kennis van het Nederlands in Brussel is de afgelopen vijftien jaar gehalveerd. In 2000 beweerden nog 33 procent van de Brusselse volwassenen goed of heel goed Nederlands te beheersen, in 2017 nog slechts 16 procent. Enig perspectief is noodzakelijk, want behalve bij het Engels valt er bij alle belangrijke talen een daling te meten; inclusief het Frans, dat 10 procent inboet.

De oorzaak van deze trend ligt in de gewijzigde demografie. In 2000 telde het Brussels Gewest 960.000 inwoners, in 2017 waren dat er bijna 1.200.000. Maar sinds 2000 vestigden zich ongeveer 1.200.000 mensen in Brussel, waarvan de meerderheid (800.000) uit het buitenland. Slechts een minderheid van deze groep inwijkelingen beheerst het Nederlands of zelfs het Frans. Tegelijkertijd verliet een bevolkingsgroep van 1.100.000 de hoofdstad, om zich voornamelijk (600.000) in de rest van België te vestigen. Deze groep had een goede kennis van het Frans en/of het Nederlands verworven tijdens hun verblijf in Brussel.

Zorgwekkend

Deze cijfers tonen aan dat de traditionele taalverwervingsplekken – de crêches, scholen, verenigingen, bedrijven en buurten – er niet langer in slagen gelijke tred te houden met de nooit eerder geziene migratiestromen. Het aandeel jonge Brusselaars (18-30 jaar) dat, volgens de Taalbarometer, uitstroomt uit het Brussels Nederlandstalig onderwijs en beweert goed tot heel goed Engels en Frans te kennen, is tussen 2000 en 2017 gedaald van respectievelijk 94 naar 69 procent en van 78 naar 72 procent. Bij de jonge Brusselaars die uit het Franstalig onderwijs stromen, steeg het percentage voor het Engels lichtjes van 37 naar 41 procent, maar daalde het spectaculair van 20 naar 8 procent voor het Nederlands.

Dat dit zorgwekkend is, blijkt onder meer op de arbeidsmarkt. Werkgever vinden namelijk te weinig meertalig personeel. Uit een recent onderzoek van Actiris blijkt dat 43 procent van de vacatures voor de Brusselse arbeidsmarkt een goede kennis van ten minste het Frans en Nederlands vereist, en dat terwijl het percentage werkzoekenden dat beweert die twee talen goed te beheersen amper 7 procent bedraagt.

Maar ook bestuurlijk en politiek is er een probleem in het tweetalige Brussels Gewest. Gedurende ongeveer een eeuw was bijna één op de twee Brusselaars functioneel tweetalig Frans-Nederlands. In 2000 was de verhouding nog steeds één op drie. Vandaag is dat minder dan één op zeven.

Behalve politiek burgerschap staat ook de sociale cohesie van onze hoofdstad onder druk: zonder gemeenschappelijke talen is er ook geen communicatie, geen gemeenschapsgevoel, geen gezamenlijke identiteit, geen vriendschapsbanden die taal- en cultuurverschillen overstijgen. Het percentage Brusselaars dat noch Frans, Nederlands of Engels spreekt, steeg van 3 procent in 2000 tot 8 procent in 2017.

Wat kunnen we doen? In eerste instantie moeten we voortbouwen op wat al bestaat. Zelfs als het Brussels Nederlandstalig onderwijs minder efficiënt is dan vroeger, dan nog zijn meer dan twee derde van zijn afgestudeerden drietalig (Nederlands, Frans, Engels). Maar door het toenemend aandeel leerlingen in Nederlandstalige scholen dat beter Frans dan Nederlands beheerst, wordt het steeds moeilijker om alle leerlingen voldoende in contact te brengen met het Nederlands in een door het Frans gedomineerde omgeving.

Nog somberder

In het Franstalig onderwijs is de situatie nog somberder. De behaalde vaardigheden Nederlands, al ondermaats in 2000, zijn verder gedaald tot een alarmerend laag niveau, lovenswaardige initiatieven zoals Nederlands immersieonderwijs ten spijt. Dit is onder meer te wijten aan een gebrek aan sérieux: Nederlands telt nog steeds niet mee voor de centrale examens op het einde van het basisonderwijs (C.E.B.).Voorts  is er het nijpende tekort aan leerkrachten Nederlands, veroorzaakt door allerlei administratieve obstakels, loonverschillen, het Brusselse mobiliteitsinfarct en het algemeen lerarentekort.

Om Brussel het onderwijs te geven dat het nodig heeft, moet er ruimte komen om te experimenteren, zowel in het secundair onderwijs als in de basisscholen. Op secundair niveau is er het recente voorstel van de (rectoren van de) VUB en ULB voor de oprichting van drietalige scholen. Op primair niveau onder meer de recente tweetalige lerarenopleiding lager onderwijs, ingericht op initiatief van het gewest. Dat deze proefprojecten in de eerste fase slechts een minderheid van de Brusselse bevolking bereiken, of de bevoegdheden raken van de verschillende gemeenschappen, mag ons niet afschrikken. De Brusselse politici zijn het aan hun kiezers verplicht al het mogelijke te doen om de cruciale, meertalige taalnoden van de Brusselse bevolking te lenigen.

Het Marnixplan organiseert een debat met de lijsttrekkers van de belangrijkste Brusselse partijen over de taalkundige uitdagingen van Brussel op 26 april om 18u in de aula van de Brusselse Beurs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.