Zaterdag 31/07/2021

OpiniePeter De Keyzer

Zonder Europese begrotingsregels verdwijnt de euro

Peter De Keyzer. Beeld Geert Van de Velde
Peter De Keyzer.Beeld Geert Van de Velde

Peter De Keyzer is managing partner van strategisch communicatiebedrijf Growth Inc.

In zijn recente column (DM 25/05) stelt Paul De Grauwe voor om de Europese begrotingsregels bij het grofvuil te zetten. Ze zijn volgens hem voorbijgestreefd en schieten hun doel voorbij: we vervangen Europees toezicht op begrotingen best door meer autonomie voor de lidstaten. Die moeten zelf maar beoordelen of hun schulden op lange termijn houdbaar zijn.

De voorstellen lijken sympathiek – in werkelijkheid zijn ze bijzonder gevaarlijk. Ze zullen niet alleen leiden tot meer financiële instabiliteit, ze brengen zelfs het voortbestaan van de euro in gevaar.

Zonder politieke unie

Laten we beginnen met de feiten: de euro is vandaag een onafgewerkte munt. We delen de euro met in totaal negentien landen. Tegelijk mag elk land vandaag nog altijd zelf beslissen over zijn budgettair beleid: belastingen, uitgaven, overheidstekorten of -schulden. Een supranationale munt zonder supranationaal toezicht op begrotingen is echter een recept voor instabiliteit. Dat leert ons de geschiedenis. Muntunies uit de geschiedenis die wel een munt deelden maar niet hun begrotingsbeleid, verdwenen allemaal.

Een muntunie zonder politieke unie is vroeg of laat ten dode opgeschreven. In een muntunie is er dan ook niet zoiets als “het eigen begrotingsbeleid”. Een land dat zijn schulden tot onhoudbare niveaus laat oplopen, brengt namelijk ook andere landen in gevaar. De vorige eurocrisis (2009-2012) werd veroorzaakt door te weinig coördinatie en supranationaal toezicht tussen de verschillende landen, niet te veel. Het vergde honderden miljarden aan reddingsfondsen om de euro overeind te houden. Wie wil dat de euro blijft bestaan, moet beseffen dat meer Europees toezicht nodig is. Niet minder.

Italiaanse schuld

Veronderstel dat de Italiaanse schuld binnenkort tot onhoudbare niveaus stijgt en er opnieuw onrust komt over de houdbaarheid van de euro. Net zoals bij de vorige eurocrisis zullen opnieuw vele honderden miljarden noodfondsen nodig zijn om het land te redden en op die manier het voortbestaan van de euro te garanderen. Miljarden die door de belastingbetalers uit andere Europese landen moeten worden opgehoest. Het is maar logisch dat andere landen van een muntunie een zeg hebben in het begrotingsbeleid van mekaar. Wie betaalt, bepaalt. De voorstellen van De Grauwe om alle supranationaal toezicht op de begrotingen op te geven, bedreigen het voortbestaan van de euro.

Het tweede probleem in de stelling van De Grauwe is dat hij niet langer arbitraire grenzen wil om te bepalen of overheidsfinanciën houdbaar zijn of niet. Hij stelt voor om daarvoor een “wetenschappelijke” methode te gebruiken. Daarvoor moeten we volgens hem gebruik maken van prognoses voor inflatie, rente of groeivoeten. Op basis daarvan zullen we dan bepalen of het schuldniveau van een land op termijn houdbaar is. Tot spijt van wie het benijdt: er is weinig wetenschappelijks aan prognoses voor rentes, inflatie of groeivoeten. Moesten economen, centrale bankiers, banken of professoren echt in staat zijn om rentes, inflatie of groeivoeten tot ver in de toekomst te bepalen, dan hadden we al lang geen economische crises meer. In de praktijk is macro-economie een tak van sport waarin het maken van exacte voorspellingen of prognoses bijzonder moeilijk is.

Rooskleurige voorspellingen

In de praktijk zijn “wetenschappelijke” economische voorspellingen heel vaak “politieke” voorspellingen. Geen enkel land gaat namelijk oprecht toegeven dat zijn schuld op langere termijn onhoudbaar is. Landen en regeringen zullen zichzelf letterlijk rijk rekenen en begrotingen opstellen op basis van veel te rooskleurige voorspellingen. Het is alsof je aan de stroper vraagt om aan wildbeheer te doen.

Europa houdt landen dus best bij de economische les. Twee historische lessen zijn daarbij bijzonder nuttig. Een eerste historische les is dat een gemeenschappelijke munt een gemeenschappelijk begrotingsbeleid vergt, niet een verdere nationale versplintering. Een supranationale munt in combinatie met nationale begrotingen waren in het verleden altijd een recept voor onheil. De tweede les is dat hoge schulden altijd een prijs hebben. Nog nooit waren de wereldwijde schulden hoger dan vandaag terwijl de wereldwijde rente nog nooit lager was. Dat is al een bijzonder gevaarlijke combinatie. Wie op dat moment het laatste toezicht op nationale begrotingen laat varen, organiseert de volgende financiële crisis.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234