Zaterdag 16/01/2021

OpinieJohan Leman

Zoals Iran respect vraagt voor zijn rechtspraak, zo mogen ook België en Zweden respect opeisen

Johan LemanBeeld Wouter Van Vooren

Johan Leman is de voormalige directeur van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding (CGKR). 

In Teheran lijkt de executie van de Iraans-Zweedse wetenschapper en gastdocent aan de VUB, Ahmadreza Djalali, ophanden. Dat meldde Amnesty International op grond van een brief van de Iraanse autoriteiten. Djalali werd in 2016 in Iran gearresteerd en in oktober 2017 ter dood veroordeeld, na beschuldiging van spionage voor de Israëlische Mossad. Teheran duldt, naar verluidt, geen enkele inmenging van buitenaf.

Zweden heeft Djalali in februari 2018 de Zweedse nationaliteit gegeven. Of Iran dat nu leuk vindt of niet, feit is dat hij de dubbele Zweeds-Iraanse nationaliteit heeft. In dezelfde periode in 2018 wil een Iraans-Belgisch koppel een bom plaatsen in Parijs. Blijkbaar heeft dit koppel de Belgische nationaliteit naast de Iraanse. Los van het feit dat dit koppel na het proces niet geëxecuteerd zal worden, mag u er zeker van zijn dat Iran nadien via diplomatieke weg er alles zal aan doen om dit tweetal na enige tijd langs gerechtelijke weg vervroegd vrij te krijgen en daarin nog zal slagen ook. Iran zal zijn tussenkomst terecht steunen op het feit dat zij de Iraanse nationaliteit bezitten.

Dubbele nationaliteit betekent dat de betrokkene op zichzelf de wetten toegepast ziet van het land waar hij een misdrijf begaat, waarbij echter, afhankelijk van het type misdrijf, bij de afhandeling nadien meestal wel rekening gehouden wordt met het land van hoofddomiciliëring van de betrokkene. In alle geval betekent het ook dat het tweede land via consulaire bijstand de gevangene in het andere land bijstand kan verlenen.

Terug naar professor Djalali. Iran kan, als het enig respect heeft voor Zweden en België, niet claimen dat Zweden, of zelfs België (waar Djalali frequent verblijft) ‘gerechtelijk-diplomatiek’ niets zou inbrengen in de zaak-Djalali. Zoals Iran terecht respect vraagt voor zichzelf, mogen ook België en Zweden respect opeisen. 

En dan is er nog de rol van Frankrijk, dat ooit de heer Khomeini onderdak geboden heeft. Deze drie Europese landen kunnen terecht bij Iran respect opeisen voor hun stappen om professor Djalali, na een gerechtelijke uitspraak, op welke grond dan ook (Iran mag zelf beslissen!) te laten vertrekken. Anders zie ik niet in, waarom België of Frankrijk later, na de uitspraak in het Parijse proces, ooit zouden moeten openstaan voor een demarche van de Iraanse diplomatie in de zaak van het Belgo-Iraanse koppel. Het zal daarbij ook om een open of gesloten wijze van interpretatie gaan van wat na een onafhankelijke gerechtelijke uitspraak diplomatiek mogelijk is.

Iran vraagt respect voor zijn eigenheid en voor zijn rechtspraak. Terecht. Maar ook België, Zweden en Frankrijk hebben dit recht en zelfs die plicht. Niemand vraagt gezichtsverlies van wie dan ook. Maar het gaat tenslotte om het redden van een mensenleven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234