Donderdag 17/10/2019
Paul De Grauwe Beeld Bob Van Mol

Column

Zo ontspoorde het idee voor een Europese treingigant

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt wekelijks.

Alstom en Siemens zijn de twee grootste spelers in de markt van rollend treinmateriaal en van treinsignalisatie in de Europese Unie. Ze vonden toch dat ze niet groot genoeg zijn en waren van plan een nieuwe gefusioneerde maatschappij op te richten. Samen zullen we sterker zijn en het hoofd kunnen bieden aan de Chinese treinproducent, betoogden ze. Dankzij massale overheidsinvesteringen is de Chinese staatsonderneming de grootste producent van treinen geworden in de wereld en – zo betogen Alstom en Siemens – dit creëert het risico dat de Chinezen de Europese markt zullen overspoelen in de toekomst.

De Franse en Duitse regeringen schaarden zich achter het idee dat Europa een industriële kampioen nodig heeft om het hoofd te kunnen bieden aan het dreigende Chinese gevaar. Dat kan alleen door beide ondernemingen te fuseren in één grote speler die op die manier zal kunnen genieten van schaalvoordelen. Bovendien zullen schaalvoordelen kunnen gerealiseerd worden in onderzoek en ontwikkeling. Die grote Europese treinproducent moet een dam worden tegen het gele gevaar.

Quasi-monopoliepositie

De twee Europese treinreuzen hadden echter geen rekening gehouden met Margrethe Vestager, de Europese Commissaris verantwoordelijk voor de mededinging in de Europese Unie. Die moest haar akkoord geven voor deze fusie. En ze deed dat niet. De fusie tussen de twee treinondernemingen werd door de Europese Commissie geblokkeerd tot grote woede van de Franse en Duitse regeringen.

Volgens Vestager zou een fusie de concurrentie binnen Europa danig verzwakken. Er zou in feite maar één belangrijke producent meer overblijven. Die zou zijn quasi-monopoliepositie uitbuiten en hogere prijzen aanrekenen voor rollend treinmateriaal en signalisatie. De slachtoffers zouden de Europese spoorwegmaatschappijen zijn. Die zouden hun treinstellen moeten kopen bij één maatschappij die van haar machtspositie zou gebruiken om de prijzen te verhogen.

De spoorwegmaatschappijen hebben hun slag thuis gehaald. Alstom en Siemens hebben in het zand gebeten. Wat moeten we hierover denken?

Er zijn twee visies over concurrentie. De visie van de Europese Commissie is dat een onderneming die de Europese markt domineert schadelijk is voor de consument. Het gevaar is immers dat die onderneming misbruik zal maken van zijn dominante positie en te hoge prijzen zal aanrekenen. Bovendien bestaat er ook een risico dat een onderneming met een quasi-monopoliepositie te weinig aangespoord zal zijn om aan innovatie te doen, precies omdat er te weinig concurrentie is. Het wordt dan een logge onderneming die weliswaar schaalvoordelen heeft, maar die worden meer dan gecompenseerd door grote inefficiënties en een gebrek aan dynamiek.

Er is een tweede visie over concurrentie die niet uitgaat van de Europese maar wel van de wereldmarkt. In die visie is de hele wereld het schouwtoneel. Een onderneming kan in Europa een dominante positie innemen, maar als er in de wereld andere grote spelers zijn dan blijft die Europese onderneming toch onderworpen aan sterke concurrentie. De wereldwijde concurrentie zal als een zweepslag werken en de onderneming dwingen grote middelen in te zetten in innovatie en ontwikkeling.

Het grote voorbeeld hier is Airbus. Die is ook tot stand gekomen als gevolg van een fusie van Franse, Duitse en Spaanse vliegtuigconstructeurs. En het moet gezegd worden: Airbus is een successtory. Wanneer we de Europese markt als criterium nemen dan heeft Airbus een dominante positie. Neen dus als we de Europese Commissie volgen. Op de wereldmarkt gaat Airbus echter een intense concurrentie aan met voornamelijk Boeing. En ze doet dat al decennia lang met groot succes. Airbus moet helemaal niet onderdoen voor Boeing.

Markt afgeschermd

Zijn de voorwaarden vervuld opdat een gefusioneerd Alstom-Siemens een gelijkaardig succes kan worden als Airbus? Die voorwaarden zijn dat we wel degelijk kunnen spreken van een wereldmarkt van treinmateriaal. En hier nijpt het schoentje. De Chinese markt is volledig afgeschermd van buitenlandse concurrenten. Vele andere landen doen hetzelfde of worden als gevolg van toenemend protectionisme in die richting gestuurd. De kans is dan ook groot dat in de toekomst de Europese markt ook afgeschermd zal worden.

Als dat het geval is zal er eigenlijk geen wereldmarkt zijn van rollend treinmateriaal maar vele beschermde markten. In tegenstelling tot de markt van vliegtuigconstructeurs. In zo een omgeving zou Vestager wel gelijk kunnen hebben: een fusie van Alstom en Siemens zal de concurrentie in Europa afzwakken, tot hogere prijzen en tot minder innovatie leiden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234