Zondag 25/08/2019

Column Marnix Peeters

Zelfs toen ik al twintig was, geloofde ik dat Duitsers naar je brullen. Terwijl het de liefste mensen van de wereld zijn

Marnix Peeters. Beeld rv

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

Voor mijn verjaardag had mijn vrouw mij meegenomen naar Gernsbach, in het Zwarte Woud. Wij verbleven er in een oud Duits slot, Schloss Eberstein. Vanuit ons raam konden wij, diep in het dal, en door het loof van oude eiken heen, het dorp zien liggen. Op de heuvels eromheen lag, donker en bedrukt, het Schwarzwald — althans, zo had ik het mij voorgesteld, en die verbeelding eiste de werkelijkheid op.

Uitgerekend toen wij er waren, vierde Gernsbach zijn achthonderdste verjaardag. Dat wisten wij op voorhand niet, maar het was plezierig om mee te maken. De Gernsbachenaren hadden zich allemaal in hun voorouders verkleed, met pofbroeken en bruegelbaretten en schoenen met wipneuzen, er speelden fanfares en blaaskapellen en het geurde overal naar krakelingen en braadworsten. Op een grasveld aan de kerk dansten kleuters de Piratendans. Het was op de tonen van wat wij kennen als de Kabouterdans, armen in de Luft en zitten met een Seufz. En dan stappen als een Gans. Maar in plaats van kabouters waren het dus allemaal kleine Pietjes Piraat, ze droegen allemaal dezelfde piratenpakjes en ze zwaaiden bij armen in de Luft allemaal met een klein bot kromzwaard.

Alles is overal hetzelfde, zei mijn vrouw. Studio 100 heeft ook Gernsbach in zijn greep. In plaats van een mooi middeleeuws Gernsbachlied staan ze die troep te zingen.

Het Schwarzwald bleek een vriendelijk woud te zijn, met beuken en dennen door elkaar heen, kriskras bovendien, het leek me niet aangeplant te zijn. Aan een boshuisje dronken wij van een bron. Het water smaakte licht naar zwavel. In een bos van een bron drinken maakt je eerst wat voorzichtig en argwanend, terwijl het vijfhonderdduizend jaar lang de normaalste zaak van de wereld is geweest. Wij zijn ver afgedreven, wij zijn bang van onszelf geworden, van de natuur.

Het restaurant waar wij mijn verjaardag vierden, was voortreffelijk. Wij aten er onder andere Rehrücken met wilder Blumenkohl en dronken er enkele wijnen die door een grappige, van oorsprong Spaanse sommelier werden ingeschonken. Hij hield de etiketten verborgen en liet ons vervolgens raden. Mijn vrouw had twee wijnen juist, en hij maar met haar high-fiven en bijschenken.

Duitsers zijn ongelooflijk gastvrij, ik heb spijt dat ik dat niet eerder heb ontdekt. In mijn kindertijd was Duitsland een land waar iedereen boos op was en waar je zo weinig mogelijk mee te maken wilde hebben. Mijn opa snoof kwaad als er iets Duits op de radio kwam. Zelfs toen ik twintig was, geloofde ik dat Duitsers naar je brullen en dat ze met hun hielen klikken als ze je bestelling hebben opgenomen.

Terwijl het de liefste mensen van de ­wereld zijn, dat weet ik nu. Je gaat in Duitsland niet snel iemand vinden die wat moedeloos vraagt hoe het met je gaat en waarmee ze je van dienst kunnen zijn. Van Duitsland kom je altijd vrolijk terug. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden