Vrijdag 27/11/2020

Opinie

Zelfs met open deuren en ramen blijven bepaalde schoolpoorten dicht voor bepaalde leerlingen

Beeld ANP

Orhan Agirdag is professor in de pedagogische wetenschappen (KU Leuven) en auteur van Onderwijs in een gekleurde samenleving.

Vandaag is het 1 september, de eerste schooldag. Uw kroost gaat vandaag naar een school die hen met open armen, deuren en ramen zal ontvangen. De coronapandemie heeft aangetoond hoe essentieel het werk van onze leraren is voor het normaal functioneren van de hele samenleving. Het werd duidelijk dat een fysieke schoolomgeving onmisbaar is voor goed onderwijs, maar ook dat de school nog steeds de belangrijkste gelijkmaker is.

De eerste onderzoeksgegevens wijzen uit dat ‘afstandsonderwijs’ vaak een dode letter was voor kinderen uit arme en lagere middenklassegezinnen; terwijl de hogere middenklasse en elitekinderen weinig tot geen hinder hebben ondervonden. Dat is niet verwonderlijk. Hun thuisomgeving leek al heel sterk op de schoolomgeving. Kinderen uit welgestelde gezinnen spelen werkelijk overal een thuismatch. En dat is niet alleen omdat ze een eigen laptop en eigen kamer hebben, maar ook vooral omdat de schoolcultuur altijd al afgestemd was op hun thuiscultuur, en niet op de thuiscultuur van de kansarmen.

Maar zelfs met open deuren en ramen blijven de poorten van bepaalde scholen dicht voor bepaalde leerlingen. Dat bleek vorige week opnieuw uit de wetenschappelijke studie van sociologe Dounia Bourabain en haar collega’s (DM 26/8). Met een experimenteel design dat veel weg heeft van praktijktesten laten de onderzoekers zien dat vele kleuterscholen reeds discrimineren bij de inschrijving. Witte ouders hadden 70 procent kans om hun kleuter te kunnen inschrijven of een school te bezoeken. Ouders van gekleurde kleuters slechts 40 procent voor een inschrijving, en slechts 32 procent voor een schoolbezoek.

Wie denkt dat discriminatie stopt na de inschrijving, is eraan voor de moeite. In tegenstelling tot wat volwassenen soms denken, wordt er onder jonge kinderen wél gediscrimineerd. Zo laat een Nederlandse studie zien dat zes- tot achtjarige witte kinderen het liefst met andere witte kinderen spelen of het liefst andere witte kinderen uitnodigen op hun verjaardagsfeest. Gekleurde leerlingen worden meer afgewezen om te spelen of naar een verjaardagsfeest te komen.

Discriminatie is zelden een eenmalig of uitzonderlijk feit en zeker niet beperkt tot enkelingen. Integendeel, de doctoraatsstudie van Fanny D’hondt aan de UGent wijst uit dat meer dan de helft van de Turkse of Marokkaanse leerlingen discriminatie heeft ervaren door hun medeleerlingen en leraren. Een grote groep geeft aan dat dit etnisch gemotiveerd was. Ook witte leerlingen maken etnische discriminatie mee, maar slechts 3 procent geeft aan etnisch gediscrimineerd te worden door hun leraar.

Het gaat trouwens niet enkel om een subjectief gevoel van het ‘ervaren’ van discriminatie. Ook onderzoek waarin klassen geobserveerd worden door onderzoekers laat zien dat witte leerlingen ondanks frequent storend gedrag in de klas veel minder gestraft worden dan niet-witte leerlingen; terwijl niet-witte leerlingen veel vaker terechtgewezen worden dan witte leerlingen.

Vlaams onderzoek geeft eveneens aan dat leerlingen gediscrimineerd worden in de schooladviezen die ze krijgen. Zo onderzochten Simon Boone en zijn collega’s welke adviezen leerlingen van hun leraren kregen op het einde van het lager onderwijs. Leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond werden veel vaker doorverwezen naar de B-stroom dan autochtone leerlingen. En wanneer de leerlingen met een migratieachtergrond naar de A-stroom werden doorverwezen, kregen ze veel minder dan hun (vergelijkbaar intelligente) autochtone klasgenoten het advies om de Latijnse richting te volgen.

De gevolgen van etnische discriminatie zijn vernietigend, niet alleen voor de kinderen, maar ook voor onze samenleving. Kinderen die meer gediscrimineerd worden geraken enorm gedemotiveerd, voelen zich minder thuis op school, vertonen meer wangedrag op school, hebben meer gezondheidsproblemen en uiteindelijk ook slechtere schoolprestaties. Het is een structureel probleem dat we moeilijk kunnen overschatten met harde gevolgen die niet moeten onderdoen voor andere vormen van mishandeling.

En inderdaad, niet elke school discrimineert. En zelfs met haar gebreken is de school nog steeds de grote gelijkmaker dankzij het harde werk van vele gemotiveerde leraren. Ik wens hen oprecht een collegiaal en gelukkig 1 september en ik roep hen bij deze op: laten we samen het probleem van discriminatie opsporen en aanpakken, zodat onze scholen hun potentiële rol als gelijkmaker ten volle kunnen waarmaken.

Orhan Agirdag.Beeld RV
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234