Dinsdag 11/05/2021
null

Column

‘Ze kan het niet, ze kan het niet, wiedewiedewiet’

Beeld Damon De Backer

Lize Spit (°1988) won de Bronzen Uil met haar succesdebuut Het smelt. Ze groeide op in Viersel en woont in Brussel.

Voel je geen druk voor dat tweede boek, vroeg men na de verschijning van Het smelt geregeld. Valt mee, zei ik, de uitgeverij geeft me alle tijd. Het was naïef te denken dat men met ‘druk’ de druk van anderen bedoelde, en dat het wel zou meevallen – zelfverwachting is al even erg als de verwachtingen van buitenaf, en bovendien: ze valt niet te muten.

Ik wilde het schrijven zo goed mogelijk aanpakken. Dat tweede boek mocht niet overhaast in de kantlijn tot stand komen, dus zette ik een jaar na de verschijning van mijn debuut al mijn andere werk stop, om te kunnen focussen. De uitgeverij wees iemand aan die op ­aanvragen in mijn plaats nee zou zeggen, ik maakte mijn verjaardag op Facebook onzichtbaar.

Eerst dook af en toe een lege dag op, daarna een lege week, tot er één lange lap verscheen in mijn agenda met enkel sporadische doktersafspraken. Maar wat eerst nog een grote opluchting was, bleek al gauw een vloek, want er was niet enkel ruimte ontstaan om te schrijven, maar ook om te twijfelen. Het project werd een grote lege loods waar ik elke dag heen trok, een loods die zo groot was dat alles wat ik erin onderbracht pietluttig en ­nietsbetekenend leek. Er speelde een bandje voort­durend hetzelfde liedje: ‘ze kan het niet, ze kan het niet, wiedewiedewiet’. Het bandje had een wisselende ­bezetting, van recensenten tot collega’s tot vrienden, iedereen die ik kende zong in mijn gedachten wel eens mee met het refrein.

Sporadisch had ik goede schrijfdagen. Dan kwam het bandje niet opdagen, vergat ik de ruimte om me heen en lukte het plots wonderwel, maakte ik op adrenaline meters en meters, maar dan kwam de ze-kan-het-niet-medley er toch door en zat ik weer te schaven tot er van elke meter slechts een centimeter overbleef. De tekst kan altijd scherper, jazeker, maar op den duur is niet meer duidelijk of het saai is of dat je het gewoon ál te goed kent.

Af en toe stuurde ik een stuk naar mijn redacteur. Zij anticipeerde op mijn getwijfel, elk compliment kwam met gewapende ­funderingen, zodat ik het niet alsnog neer kon halen. (‘Ik weet dat jij denkt dat ik dit zeg omdat ik het moet zeggen omdat het mijn taak is, maar geloof me, echt, het is goed, ga gewoon door.’) Ik schaamde me dat ik iedereen ­verplichtte om, als ik aanschoof, ook drie stoelen en ­borden te zetten voor mijn getwijfel.

Begin dit jaar stuurde ik een eerste volledige versie naar de uitgeverij op. Je bent veel verder dan je denkt, schreef mijn ­redacteur.

Niet veel later, tussen de twee lockdowns in, gaf ik voor het eerst sinds lang een lezing in een bibliotheek, waar ik gepland had een stukje uit het toen nog titelloze nieuwe boek voor te lezen. Ik geloofde niet dat er iemand zou komen, laat staan dat ze een uur zouden willen ­luisteren met een mondkapje op.

‘Lala, zie haar worstelen, zie haar wringen, ze zou beter in een diepe put springen.’

Maar er waren mensen, een twintigtal, ze waren gul en vriendelijk, zij twijfelden niet aan me, ze zongen niet, ze hoorden de band zelfs niet spelen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234