Donderdag 27/02/2020
Beeld Damon De Backer

Column

Ze is er niet meer, maar ze was er, in dit huis. En dat zou bijna een reden zijn om te blijven

Bregje Hofstede is journalist, columnist en schrijver. Vorig jaar stond haar roman Drift op de shortlist van de Libris Literatuur Prijs.

Ik sta met al mijn spullen op straat, midden in Amsterdam, in een koude wind. Terwijl ik wacht op mijn vriend, die ons verhuisbusje is gaan ophalen bij de verhuurder, probeer ik de parkeerplek voor mijn huis vrij te houden. Maar vrije ruimte moet hier worden bevochten. Nadat ik met moeite een paar claxonnerende bestuurders heb afgewimpeld, klap ik een keukentrapje uit op de parkeerplek en klim er zelf op, een badmeester die erop toeziet dat niemand mijn parkeerplaats in duikt.

En daar zit ik dan, op mijn trapje. Ik voel me potsierlijk en nogal kwetsbaar. Mijn spullen staan verloren op de stoep, vreemd klein buiten hun gebruikelijke kamer. De tropische potplant huivert in de wind, mijn bureau staat zonder poten op zijn kant, en de planken van mijn boekenkast tuimelen als brandhout over elkaar. Mijn thuis is uiteengevallen in losse delen.

Het is een opluchting als mijn lief aan komt rijden, luid en uitbundig van adrenaline. Terwijl we beginnen met het inladen, komen er vrienden aanfietsen. Ze helpen de dozen sjouwen, de boeken, de kledingkast. Ik krijg het langzaam weer warm, en toch kan ik een bepaalde rilling niet afschudden.

Vier jaar geleden droeg een andere vriendin deze zelfde spullen het huis in. Zij was, toen ik hier aankwam vanuit Brussel, de enige die me hielp sjouwen, want ik kende hier nog niet veel mensen. Gelukkig had zij kracht voor twee: ze had ontzagwekkende armspieren, die ze met onverholen trots demonstreerde, op en buiten het rugbyveld. Desondanks pufte ze theatraal bij het beklimmen van de trappen, en plaagde me met mijn overdreven verzameling boeken. ‘Bregje Hofstede,’ – want zo sprak ze me graag aan – ‘Bregje Hofstede, is dit hoeveel de inhoud van jouw hoofd weegt?’ Ze becommentarieerde luid alles wat door onze handen ging, vulde de galmend lege kamer met grote aanwezigheid. Later zou ze er nog vaak komen eten, kleurrijke verhalen vertellen, en hardop gruwelen van het vieze touwtje waarmee het licht in de badkamer aanging. Ze bezocht me hier tot het moment waarop ze plots heel ziek werd, en een nietige bacterie deze titanenvrouw binnen een etmaal uitwiste.

Ze is er niet meer, maar ze was er, in dit huis. En dat zou bijna een reden zijn om te blijven: dat zij deze kamer kent, dat ze de boekenkast in elkaar heeft helpen schroeven. Toen ik die kast weer demonteerde, dacht ik: maar als ik hier wegga, naar een plek die ze niet kent, hoe kan ze me dan nog vinden?

Ik weet wel dat het zo niet werkt. Maar ik was bang dat de ontheemdheid die haar verlies had veroorzaakt, nog zou worden versterkt wanneer ik van mijn plaats zou komen. ‘Thuis’ is meer gelegen in mensen dan in plekken. En daarom maakt ook het verlies van een dierbare je ontheemd, alsof je plotsklaps gedwongen bent verhuisd naar een onherkenbaar oord, waar niets meer op zijn plek staat. Je geborgenheid ligt in flarden, en het kost tijd en moeite om de stukken weer ineen te puzzelen tot iets wat lijkt op een thuis.

Na twee uur zwoegen is de wagen vol. En daar gaan we, met een bus vol brokstukken, op weg naar een nieuwe plek om ze in elkaar te zetten. Nieuwe vrienden zwaaien ons uit.

Foto: Damon De Backer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234