Vrijdag 03/02/2023

MeningenNicholas Kristof

Xi versoepelt. Het zal niet volstaan

Desinfectie van een winkelstraat in Peking. Beeld Getty Images
Desinfectie van een winkelstraat in Peking.Beeld Getty Images

Nicholas Kristof is columnist bij The New York Times.

Nicholas Kristof

Hoe machtig Xi Jinping ook is, deze week moest hij buigen voor de eisen van gewone Chinezen die zijn zerocovidstrategie niet langer slikken. Massa’s Chinezen kwamen op de straat om hun ongenoegen te uiten over de repressieve Chinese lockdowns en, impliciet, de algemene repressie in het land. Veel demonstranten hielden een wit blad papier in de lucht, als teken dat ze niet konden zeggen wat ze wilden.

Xi begreep de boodschap. Hoewel de politie grote aantallen betogers oppakte en zones afsloot waar mensen zich konden verzamelen, bezweek de overheid uiteindelijk voor de publieke opinie. Zonder veel verwijzingen naar de protesten en alsof het haar eigen idee was, riep ze een “nieuwe situatie” uit en versoepelde ze woensdag het covidbeleid.

De lockdowns zullen korter en meer gericht worden. Wie positief op het virus test maar slechts milde symptomen heeft, mag thuisblijven in plaats van naar quarantainecentra te worden afgevoerd. Op de meeste openbare plaatsen zal een negatieve test niet langer systematisch vereist zijn. Medicijnen tegen verkoudheid, die niet meer verkocht mochten worden opdat mensen hun covidsymptomen niet zouden kunnen verbergen, zullen weer verkrijgbaar zijn.

Maar de reactie van de regering is natuurlijk geen antwoord op het ruimere verlangen naar het einde van de autocratie. De dictatuur blijft en de mensen die in de straatprotesten opgepakt zijn, zitten waarschijnlijk nog in de cel. Toch was de bekendmaking van woensdag een opmerkelijke bocht.

Historisch hebben volksprotesten in het moderne China tot minder in plaats van meer vrijheid geleid. In 1956 besloot Mao Zedong “100 bloemen te laten bloeien”. Hij schrok toen die intellectuele bloei vaak kritisch was voor zijn bewind, en er volgde een repressie die sommige van mijn Chinese vrienden twintig jaar werkkamp opleverde.

In april 1976 reageerde de harde lijn van de Partij op een volksprotest door een van de hervormers, Deng Xiaoping, de laan uit te sturen. In 1978 en 1979 leidden oproepen tot meer vrijheid tot de aanhouding van activisten als Wei Jingsheng. In 1986 eindigden studentenprotesten voor meer liberalisering met het ontslag van de partijleider die voor liberalisering pleitte, Hu Yaobang.

Toen kwam de democratische Tiananmen-beweging, een luide schreeuw om meer vrijheid. Het resultaat was een bloedbad, lange gevangenisstraffen en de opkomst van de haviken die het land minder vrij hebben gemaakt.

Xi’s toegeving onder druk van de protesten lijkt dus een historische mijlpaal. Maar de versoepeling zou ernstige gevolgen kunnen hebben.

Xi heeft de pandemie een tijdlang goed beheerd, met benijdenswaardig lage sterftecijfers. Maar toen vaccins beschikbaar werden, paste hij het beleid niet aan. Hij importeerde geen effectievere mRNA-vaccins uit het Westen en zette te weinig vaart achter de vaccinaties en de boostercampagnes voor kwetsbare en oude mensen. Hij weigerde zijn onhoudbaar geworden lockdownbeleid te lossen. Dat was voor een stuk een gevolg van een klassiek probleem van dictators. Als je de kritische stemmen het zwijgen oplegt, weet je niet meer wat het volk denkt.

Nu zou een snelle versoepeling van de covidregels, zonder eerst de vaccinatiegraad bij de bejaarde bevolking te verbeteren, ertoe kunnen leiden dat honderdduizenden Chinezen aan Covid-19 sterven. Dat zal Xi worden aangerekend.

Een van de paradoxen van China is dat het bestuur zichzelf in veel domeinen wonderwel kan corrigeren. Het heeft de infrastructuur en het onderwijs van het land buitengewoon goed ontwikkeld. Een kind dat vandaag in Peking wordt geboren, heeft een langere levensverwachting dan een kind dat in Washington D.C. wordt geboren. Maar in het ideologische domein hebben de Chinese leiders veel moeite om zich aan te passen.

Het resultaat: de autoritaire Chinese bestuurders hebben een stedelijke, hoog opgeleide middenklasse tot stand gebracht die meer participatie eist, terwijl de Communistische Partij die weigert.

In de periode van de hervormingen kocht China veel van zijn burgers af door de inkomens te verhogen. De impliciete afspraak was een ruil tussen welvaart en vrijheid. Xi schond die afspraak met zijn covidbeleid, dat het leven niet beter maar slechter maakte.

Lang geleden, toen ik correspondent van The New York Times in Peking was en de protesten op het Tiananmenplein versloeg, vatte een jongeman het verlangen van het volk als volgt samen: “We hebben rijst maar we willen rechten.” In de jongste protesten waren de slogans vergelijkbaar: “We willen vrijheid, geen lockdowns. We willen stemmen, geen heerser. We willen waardigheid, geen leugens. Wij zijn burgers, geen slaven.”

Het verlangen naar rechten is even onuitroeibaar als een virus. De communistische leiders zullen dat heel menselijke verlangen vroeg of laat moeten inwilligen. Xi kan in het zadel blijven, maar de protesten van dit jaar bewijzen dat de verzuchting naar vrijheid blijft leven, net onder de oppervlakte, in het land met de grootste bevolking van de planeet.

Deze bijdrage verscheen oorspronkelijk in The New York Times

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234