Maandag 25/10/2021

Opinie

Word geen dode vis, word een lieve haai

Bibliotheek Permeke in Antwerpen. 'In de literatuur ontdekte ik dat de maatschappij kan bevrijden en verstikken', stelt Benali. Beeld SD
Bibliotheek Permeke in Antwerpen. 'In de literatuur ontdekte ik dat de maatschappij kan bevrijden en verstikken', stelt Benali.Beeld SD

Abdelkader Benali (Marokko, 1975) is een Nederlandse schrijver en tv-presentator.

"Alleen dode vis gaat met de stroom mee", zei mijn eindredacteur Oscar tegen mij. Wij waren ons gesprek met Connie Palmen aan het voorbereiden. We zaten in de auto op weg naar de beroemde schrijfster. Ik interviewde de schrijver voor mijn boekenprogramma 'Benali Boekt'. Mijn hart klopte in mijn keel om wat er zou gaan komen. We waren op bezoek bij haar in de Provence waar ze in het huis van de componist Leo Andriessen toevlucht zocht voor de drukke wereld. Een echte schrijversplek.

Het ging over haar dode man, Hans van Mierlo, over wie ze een boek aan het schrijven was. Het regende in de Provence wat de treurigheid die als een prijskaartje aan de dood hangt versterkte. Oscar keek me indringend aan. Ik begreep precies wat hij bedoelde. In het gesprek met de sterke persoonlijkheid Connie Palmen moest ik als interviewer om te beginnen niet te snel tevreden zijn met het antwoord dat ik kreeg. Als eindredacteur had hij me goed geobserveerd. Hij boog zich naar me over: "Je moet doorvragen, je vastbijten in haar. Niet te snel tevreden zijn. Durf confronterende vragen te stellen en als je merkt dat ze aarzelt stel dan de vraag opnieuw. Alleen dode vis gaat met de stroom mee." Ik moest een haai zijn.

We stapten uit de auto, Connie Palmen stond op ons te wachten. Ze keek charmant, aardig, kwetsbaar. In zo iemand ga je je toch niet vastbijten? Ik stapte op Connie Palmen af, de camera draaide, ik stelde mijn eerste vraag... Ik was een haai.

Ik wil geen dode vis zijn. En toch worden we opgevoed en klaargestoomd om dode vissen te zijn. Al heel vroeg komen we erachter dat meepraten met de rest je ontslaat van veel kopzorgen, dat alles wat je ouders zeggen voor waar aannemen je bewegingsvrijheid kan vergroten en dat oppervlakkigheid troef is. We groeien allemaal op in een omgeving waarin het status quo streng wordt bewaakt. Hoe groei je uit van een dode vis naar een haai? Hoe word je een dwarsdenker? Dwarsdenken wordt uit nood geboren; er is geen beloning voor tegendraadsheid, slechts pure noodzaak.
Soms wordt de mens een handje geholpen.

Het begon er bij Oscar mee dat ik hem accepteerde als mentor. Dat is belangrijk omdat Oscar wist dat ik zijn mening hoog achtte, waardoor hij het de moeite waard vond om in mij te investeren. Er was sprake van onuitgesproken wederzijds respect.

Oscar had mijn vertrouwen gewonnen, hij had me tenslotte binnen gehaald om het televisieprogramma te maken. Hij geloofde in mij. In het begin zullen ze me zeker een beetje bleu hebben gevonden. Een beetje te verlegen en te weinig Hollandse bluf voor de televisie, maar ze waren gecharmeerd door mij zoals mensen gecharmeerd kunnen zijn door een panda. Ik was knuffelbaar. Maar de panda moest om een haai te worden wel tanden krijgen. Dat viel nog niet mee.

Abdelkader Benali. Beeld rv
Abdelkader Benali.Beeld rv

Over de grens

Wat me in het begin van mijn televisiecarrière heel zwaar viel was een confronterende vraag te stellen. Dat zat gewoon niet in mijn systeem. Ik wilde mezelf blijven. Vragen als 'Was dit echt een boek dat je wilde schrijven?', 'Je hield toch niet van je moeder?' of 'Moet je dan niet gewoon breken met je vriend?' pasten niet bij mij. De redactie overtuigde me dat het juist deze vragen waren die televisie interessant maakten. Harde vragen die je zelfs iemand die je niet kent niet zo snel zult stellen, laat staan een collega en dan ook nog eens met een camera erbij. Maar ik moest het wel doen. Ik wilde het ook doen. Ik mocht Oscar niet teleurstellen. Om die vragen te kunnen stellen, moest ik over een grens gaan. Het herinnerde me aan mijn kindertijd, toen ik voor het eerste werd geconfronteerd met dat liedje: Schipper mag ik overvaren, ja of nee?

In het Rotterdam waar ik opgroeide gingen we een keer in het jaar over de grens en dat was op de kermis waar we in botsautootjes plaatsnamen om keihard tegen de ander aan te botsen. We lieten die ander zien dat we bestonden en gaven onszelf het gevoel dat we bestonden. Het botsautootje was een makkelijk vehikel om even uit onze existentiële begrenzing, afgebakend door angst en onervarenheid, te breken. Bam: daar ging er weer een stukje onzekerheid vanaf! En met elke draai aan het stuur ramde ik mijn verlegenheid, mijn angst en mijn onvermogen om contact te maken weg. Het botsautootje bevrijdde mij en luchtte op. Om uit culturele grenzen te breken is veel meer nodig dan een botsauto.

Maar mijn grootste confrontatie moest nog komen en die was met mijn vader. Mijn vader was behoorlijk streng. Niet door wat hij zei maar wat hij suggereerde. Als je niet op tijd thuis was, dan... Als je niet je bord leeg at, dan... Als je niet deed wat hij zei, dan...

Een harde, eenkennige man die graag naar populaire Marokkaanse muziek luisterde. Een man met over alles wel een mening. Een man ook met zijn zachte kanten, zachte kanten waar hij zelf misschien een beetje bang voor was omdat ze zo scherp contrasteerden met de mannelijkheid die hij moest uitstralen. En wie een ding onderdrukt onderdrukt alles.

Op een dag besloot ik lid te worden van de bibliotheek. Het was een keuze die ik met heel mijn ziel en zaligheid nam. Ik moest lid worden. Ik was verslaafd aan boeken. Zonder boeken zou ik dood gaan. Verslaafd geraakt net als de jonge junks verslaafd aan heroïne in de buurt waar de slagerij van mijn vader stond. Ik stak een boek bij me, zij staken een naald in zichzelf. Ik wilde dolgraag boeken mee naar huis nemen en daarvoor moest je lid worden. En de handtekening moest ik aan mijn vader vragen. Mijn moeder had geen handtekening, die zette een kruisje, daar had ik niks aan. Mijn vader moest ik hebben.

Ze hadden me net zo goed kunnen vragen naar Mars te gaan. Mijn vader vroeg je niks, dat was taboe. Ik besloot de handtekening te vervalsen. Soms moeten we onze ouders een loer draaien om er zelf beter van te worden. Ze zullen daar niks van merken, het is maar een heel onschuldige list die niemand kwaad doet maar de begunstigde oneindige voordelen oplevert. Ik wilde niet tegendraads zijn, ik moest het wel zijn om te kunnen krijgen wat ik wilde - toegang tot de bibliotheek. Ik ging over de grens.

Hoewel er reden is om de barricaden op te gaan om voor de eigen rechten op te komen gebeurt dit mondjesmaat. Activisme - in de jaren tachtig een tool om idealen mee te verwezenlijken - wordt afgekocht met stageplekken, goedkope vliegreizen en HD-televisie. Als er dan toch verzet moet komen, dan van een steeds bewuster wordende groep jongeren die opgegroeid zijn in de grote steden van Nederland en België en zien hoe de verworvenheden van de welvaartstaat aan hen voorbij gaan. Voor hen geen stageplek, voor hen geen werk, voor hen geen objectieve overheid. Zij voelen zich continu in de gaten gehouden, geobserveerd en gewogen. Tot op het gekmakende af.

Gratis licht

Onlangs stapte een vrolijke presentator van een kinderprogramma in een achtbaan. Tijdens het over de kop gaan schreeuwde hij 'Allah Akbar', hij gaf uiting aan zijn angst. Meteen sprak hier Martin Bosma, politicus bij de PVV, schande van. Het zou gaan om islamisering van de publieke omroep, een oproep zijn tot jihad. Met deze uitspraak komend uit de onderbuik maakt Bosma van het multiculturele drama een multiculturele klucht. Alles wordt aangewend ter verdediging van de joods-christelijke humanistische samenleving. Martin Bosma: de kruisvaarder van wat deugt en niet moslim is.

Na 9/11 is een generatie jongeren opgegroeid onder een wolk van verdachtmakingen. Ze hadden iets uit te leggen, ze moesten zich verantwoorden. Men moest zich verantwoorden voor de Ramadan, voor de couscous, voor terroristische aanslagen, voor Afghanistan en voor de baard. Begin dit jaar kwam Charlie Hebdo erbij. Dit doet iets met je identiteit. Je identiteit wordt een open zenuw waar naar willekeur in getrapt mag worden.

Beetje bij beetje rehabiliteert de open samenleving critici van het eerste uur die erop wezen dat maatschappelijke uitsluiting, discriminatie en onverschilligheid zullen leiden tot sociale spanning en exclusie. Ik herinner me de bombarie waarmee Abou Jajah bij zijn optreden werd omgegeven. Hij was nog net niet van plan om de kathedraal op te blazen. Verdachtmakingen en verbale agressie waren zijn deel. Hij trok zich er weinig van aan maar ook hem werd het te veel en hij verkaste naar Libanon.

Een paar jaar geleden kwam hij terug om te ontdekken dat de Vlamingen vrede met hem wilden sluiten. Ze begrepen dat hij een voorhoedeloper was, een dwarsdenker. Wat zou de wereld op zijn geschoten als dat besef een paar jaar eerder was doorgebroken? Wie vooruit kijkt naar de toekomst wordt blind voor het heden. En in het heden hebben mensen angst, afkeer en afschuw over zaken. Die onder het tapijt vegen onder het mom van: 'Het zijn emoties ingegeven door media en politiek, kijk vooral naar de goede kanten', zorgen voor nog meer verstarring.

De vijand van de dialoog is het slachtofferdenken. Het doet iets met je identiteit. Wie gelooft er nou werkelijk dat hij een slachtoffer is in een wereld waarin iedereen slachtoffer van iets is? Het slachtofferdenken hindert de dialoog. Ik ben een fan van de visionair en ondernemer Daan Roosegaarde; hij creëert ingenieuze installaties met licht waar de mensheid wat aan heeft. Zo komt van hem het idee voor een absorberende verf die overdag licht opneemt en het 's avond afgeeft. Gratis licht. In een recent interview zei hij: "Geef me niet je mening, maar doe me een voorstel." Een dwarsdenker maakt van een mening een voorstel.

Ik wil een voorstel doen aan de hand van de heisa rond uw burgemeester Bart De Wever die in 'Terzake' de Berbers verantwoordelijk hield voor een groot deel van de overlast en criminaliteit in deze schone stad. Ik ben toevallig een Berber en ik houd van deze schone stad en kan er over meepraten. Op Facebook werd een actie gestart waarin excuses werd geëist van Bart De Wever. Of ik maar even wilde liken. Ik heb niet geliked.

Ik wil geen excuses van Bart De Wever. Ik wil dat deze man elke dag op de televisie komt zeggen dat Berbers verantwoordelijk zijn voor criminaliteit. Ik wil dat hij zijn vrijheid van meningsuiting ook als burgemeester ten volle gebruikt. Ik ben blij met alle aandacht voor Berbers, ook negatieve.
Maar ik wil dat we hem een voorstel doen. Want als iemand zijn lauwe excuses heeft gegeven - als je ze al krijgt, want ik weet zeker dat De Wever zich hier rot om lacht - dan heeft hij jou laten zien dat hij in staat is tot excuses geven wat zijn nobele karakter nog meer verhoogt, een overwinning dus behaald over jouw rug. Ik zit niet te wachten op excuses.

Ik wil een voorstel doen om samen te kijken wat we kunnen doen om de positie van minderheden in deze stad te verbeteren. Ik wil dat niet doen op het stadhuis, maar op de plekken waar verbetering noodzakelijk is. Ik wil de burgemeester van deze stad informeren en duidelijk maken hoe de zaken ervoor staan. Wat de impact is van armoede, achterstelling en emotionele vermoeidheid op generaties. En als ik dat eenmaal heb gedaan, wil ik daar radicaal van afwijken door jonge mensen van deze generatie te mobiliseren. Zij kennen de stad, zij zijn Antwerpen. Zij zijn de sleutel tot succes en niet wat er in achterafkamertjes in gemeentehuizen wordt bekokstoofd.
Geef mij dus de ruimte om u een voorstel te doen.

Wat ons zal redden

Een generatie moslims groeit op met een nieuw zelfbesef. Ze zijn meertalig, thuis in meerdere huizen en hun geloof geeft ze een gevoel van verbondenheid met anderen. Het geeft houvast en vertrouwen. Dat de maatschappij dat niet ziet, is jammer maar niet het einde van de wereld.

Afgelopen week was ik in de jeugdgevangenis waar ik een aantal gedetineerden ontmoette. Een van de jongens was een Marokkaan. Samen met een aantal professionele acteurs werkte hij aan een voorstelling over zijn leven. Waarom ging hij de criminaliteit in, wat waren zijn eerste herinneringen. Ik kreeg een beklemmend inkijkje binnen die vier muren van de gevangenis, van wat het is om crimineel te zijn. Het was een goede jongen maar buiten die muren lagen verleidingen op de loer.

Toen ik goed naar hem keek dacht ik: deze jongen gaat het straks moeilijk krijgen in de buitenwereld. Hij is wat te naïef, makkelijk te beïnvloeden, te onschuldig. Wat hij heeft gemist waren ouders die hem vertrouwen gaven, broers en zussen die hem ondersteunden en hier en daar een onderwijzer die hem erop wees dat hij talent had. Talent voor toneelspelen, wellicht. De jongen was kritisch over het gevangenisregime. "Je leert er niks. We worden koest gehouden. Hier hebben we niks aan."

Eenmaal in vrijheid gesteld zou de echte gevangenis beginnen: de maatschappij trekt zijn handen van hem af, het zal moeilijk worden een nieuwe baan te vinden. Wie wil er nou een ex-crimineel? De misdaad die hij had gepleegd, daar kwam hij nooit meer van af.

Het enige wat ons zal redden is de dialoog. Al het andere is een doodlopende weg. Houden we op met elkaar in contact te gaan dan openen we de poorten naar de hel. Woede overmeestert je, je wordt instrument in handen van irrationele krachten.

In 1988 werd de fatwa over Salman Rushdie uitgesproken. Ik was het er mee eens, want ik vond dat je de Profeet niet kon beledigen. Mijn leraar geschiedenis was het er niet mee eens want geen kunstenaar verdiende de doodstraf. Het kwam tot een woordenwisseling en ik werd de klas uitgestuurd. Nooit eerder had ik me zo negatief over mezelf gevoeld, nooit eerder was ik zo boos over wat de buitenwereld mijn geloof aandeed. Ik was dertien jaar oud. Ik voelde me honderd jaar oud. Niet alleen had ik het debat niet gewonnen, ik had mijn familie, de eer en mijn geloof niet weten te verdedigen. Ik was een loser. Ik voelde me buitengesloten, eenzaam en diep verdrietig. Een mooie voedingsbodem voor irrationeel gedrag, fanatisme en zelfbeklag. Je krijgt de rol als slachtoffer al jong aangereikt.

Uitweg

Ergens in het diepst van die duisternis brandde een lichtje dat me de weg wees naar een andere oplossing. Het kon toch niet zijn dat ik de rest van mijn leven verteerd zou worden door de krachten van de buitenwereld en sentimentaliteit? Tussen de liberale maatschappij van het Westen en de dogma's van de traditie? Was er geen uitweg?

In diezelfde periode ontdekte ik de literatuur, het vertellen van verhalen, de dialoog van de geest. Die dialoog adelde mij. Ik ontdekte in romans dat wij allemaal mensen zijn die worstelen met hun zelfbeeld, die worden geleid door dromen en nachtmerries en dat de maatschappij kan bevrijden en verstikken. De literatuur bevrijdde me, zette zaken in perspectief en reikte me een alternatief antwoord aan: echt respect begint bij empathie, je verplaatsen in de ander, maar alleen als je bereid bent om die ander als gelijkwaardig te zien. Dus niet de empathie die we voelen voor een lammetje waarna we het slachten en opeten. Maar de empathie die de ander wil begrijpen om zichzelf te begrijpen.

Het was de meest moedige stap die ik ooit heb gezet. Later las ik de 'Duivelsverzen' van Salman Rushdie, een boek dat gaat over empathie, over uitsluiting en de kracht van het woord en ik begreep dat je het woord niet kan knechten. Jij kan alleen vrij zijn als ik ook vrij ben. Onze samenleving is sterk genoeg om al die schokken en spanningen op te vangen. We leven nu in 2015 waar de discussie en de dialoog weer langzaam terug komen in ons blikveld. Of we gaan praten met elkaar om tot een voorstel te komen of we geven onze mening en keren van elkaar weg. Meer smaken zijn er niet.

Word geen dode vis, word een lieve haai.

Morgenavond op de internationale dag van dialoog, diversiteit en culturele uitwisseling, geeft Abdelkader Benali in Antwerpen deze lezing in het kader van de reeks 'Dwarsdenkers'. Info: atlas-antwerpen.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234