Zaterdag 02/07/2022

EssayDavid Van Reybrouck

Willen we de ondergang van de toekomst nog blijven sponsoren?

null Beeld Elise Vandeplancke
Beeld Elise Vandeplancke

David Van Reybrouck is schrijver. Dit is een ingekorte versie van de Huizingalezing die hij gisteren uitsprak in Leiden.

David Van Reybrouck

Het grote IPCC-rapport dat afgelopen augustus verscheen, laat er geen twijfel meer over bestaan. De aarde warmt snel op en dat komt door de mens. Gletsjers en poolkappen zijn kleiner dan ze de voorbije duizenden jaren waren, het zeeniveau is in 3.000 jaar niet zo snel gestegen en de CO2-concentratie is de hoogste van de voorbije twee miljoen jaar. Bij ongewijzigd beleid zal de planeet tegen het eind van de eeuw vier à vijf graden warmer zijn, terwijl we onder de anderhalve graad moeten zien te blijven om gevaarlijke opwarming te vermijden. Gaan we hoger, dan kunnen er riskante kantelpunten worden bereikt die onomkeerbare, zichzelf versterkende processen in werking zetten.

***

De mensheid palmt de komende eeuw in met dezelfde meedogenloosheid, dezelfde hebzucht en dezelfde kortzichtigheid waarmee in vroeger tijden werelddelen werden toegeëigend. Kolonialisme is niet langer iets territoriaals maar iets temporeels geworden; het ergste ligt wellicht niet achter ons, maar vóór ons. Wij gedragen ons als de kolonisatoren van de toekomstige generaties. Wij ontnemen hen hun vrijheid, hun gezondheid, misschien zelfs hun leven — net zoals kolonialen in het verleden deden. We zadelen hen op met onszelf en we doen dat met een brutaliteit en onverschilligheid die doen duizelen. Wij doen alsof zij er niet zijn, alsof hun land het onze is, alsof hun wereld leeg is, alsof wij zomaar mogen graaien in de daar voorradige grondstoffen — drinkbaar water, vruchtbare grond, gezonde lucht — er niet aan denkend dat zij die grondstoffen misschien ook nodig zullen hebben. Wij plunderen onze kleinkinderen, wij bestelen onze kinderen, wij vergiftigen ons kroost.

Maar inmiddels gaat het zo snel dat we zélf al de gevolgen aan den lijve beginnen te ondervinden. We delen ondertussen zelf in de brokken. Bosbranden, overstromingen en waterschaarste — het is te cynisch voor woorden — zijn kennelijk onze redding geworden. Eindelijk schieten we wakker. Eindelijk komen we in actie. De Vlaamse minister van Mobiliteit Lydia Peeters zei het onlangs met zoveel woorden: “De waterbom die deze zomer op Wallonië viel, heeft ons wakker geschud.”

En we zeggen ‘wij’ en ‘ons’ alsof het de hele mensheid betreft, maar klimaatopwarming werd en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de rijkste landen in de gematigde streken van de planeet en wordt hoofdzakelijk gevoeld door de armste landen in de tropen. We koloniseren niet alleen de toekomst, maar nu al volop het zuiden. Een vijftienjarige herdersjongen in Tsjaad heeft een ecologische voetafdruk van drie keer niks, maar hij zal wel zijn land verder zien verwoestijnen dankzij de levensstijl van zijn leeftijdgenoten in Washington, Tokio of Antwerpen. En als hij, nadat zijn geiten zijn omgekomen van honger en dorst, naar gematigdere regionen wil verhuizen waar de hitte de meeste maanden van het jaar nog enigszins te harden is, staat hem een lange lijdensweg te wachten van migratie, discriminatie en desintegratie.

Van Vanuatu tot Bangladesh

Decolonizing the mind? Decolonizing the heat, ja. Westerse landen verliezen zich in eindeloze discussies over straatnamen, standbeelden en kinderfeestjes maar de discussie over een veel groter en actueler kolonialisme is nog nauwelijks begonnen. Het gaat om de cyclonen die Mozambique in 2019 teisterden. Om de hongersnood die dit jaar op Madagaskar uitbrak, de eerste ter wereld die aantoonbaar door een warmer klimaat wordt veroorzaakt. Om de sloppenwijken van Jakarta die onder water komen te staan. Klimaatopwarming wordt al te vaak voorgesteld als iets dat de natuur in het Hoge Noorden bedreigt: afbrokkelende gletsjers, eenzame ijsberen op minuscule ijsschotsen, hulpeloze zeehonden... maar het gaat ook om oude vissers op Vanuatu, Samoa en Kilibati die hun eiland zien verdwijnen in de Stille Oceaan. Om jonge moeders in Bangladesh van wie het kustdorp is weggespoeld. Alleen al in dat land zullen de komende dertig jaar naar schatting 18 miljoen mensen op de vlucht moeten slaan door zeespiegelstijging—drie keer Vlaanderen.

Wij koloniseren de toekomst en het noordelijke halfrond heeft daarin een verpletterende verantwoordelijkheid. Westerse landen vervuilen de boel al veel langer en zwaarder, China kwam er pas later bij en vervuilt vandaag het meest. In de postkoloniale discussies hoor je tegenwoordig geregeld de roep om herstelbetalingen. De vraag is begrijpelijk. Maar eerder dan jonge generaties te straffen voor de wandaden van het verleden, lijkt het mij constructiever als westerse landen ruim bijdragen aan de internationale fondsen die klimaatopwarming in de tropen moeten tegengaan of matigen. De VN streeft al jaren naar een groot noodfonds om arme landen bij te staan tijdens de klimaatcrisis. In Parijs werd afgesproken dat er jaarlijks 100 miljard dollar in moest, maar vijf jaar later blijkt dat de rijke landen hun woord niet hebben gehouden. Het lijkt mij dat het aan de voormalige koloniale landen is om die pot met forse bedragen te spekken. Dat zijn ze aan zichzelf en de wereld verplicht. Nederland en België vervuilen al sinds de negentiende eeuw. Daarom moeten we sneller afbouwen dan de rest. Nederland en België hebben beide ook kolonies gehad en hebben er een deel van hun welvaart aan te danken. Daarom moeten we nu ruimhartig bijdragen aan de internationale klimaatfondsen voor het globale Zuiden.

Ik spreek nu vooral over wat landen kunnen doen tegen het koloniseren van de toekomst. Maar we weten dat landen ook beperkingen hebben. Tijdens internationale tops denken nationale delegaties altijd: hoe krijgen wij dit straks aan het thuisfront uitgelegd? Wat dat betreft lijken ze op politieke partijen die zich afvragen: hoe krijgen wij dit straks aan onze kiezers uitgelegd? Altijd is er die schrik voor de achterban die een mogelijk compromis niet ziet zitten. Vandaar dat er na meer dan zeventig jaar klimaatwetenschap zo’n ontstellende kloof blijft gapen tussen wat experts weten en wat politici doen. De tragiek van de politiek werd ooit door oud-milieuminister Bruno Tobback treffend als volgt omschreven: “Bijna elke politicus weet wat je moet doen om het klimaatprobleem aan te pakken. Er is alleen geen enkele politicus die weet hoe hij daarna nog verkozen moet raken.”

Maar als de schrik voor de achterban er zo diep in zit, kun je twee dingen doen: de noodzakelijke maatregelen zo afzwakken totdat de achterban ze pikt of die achterban dan maar zelf betrekken bij het klimaatbeleid. Beleid afzwakken of burgers uitnodigen, dat is de kwestie. Dat laatste is veelbelovender. Recent onderzoek van twee jonge professoren — de Amerikaan Michael MacKenzie en de Belg Didier Caluwaerts — toont onomstotelijk aan dat ambitieus klimaatbeleid veel sneller tot stand kan worden gebracht als je de burger erbij betrekt. Hij of zij is dan niet veroordeeld tot een passieve toeschouwersrol, maar wordt een actieve speler. De grote kloof tussen wat de wetenschap weet en de politiek verzuimt kan het best gedicht worden door wat de burger beslist. In wat nu volgt wil ik vier manieren bespreken die de burger veel grotere betrokkenheid garanderen bij het klimaatbeleid.

Preferendum

Ten eerste, burgerberaad gevolgd door een preferendum. Van oktober 2019 tot juni 2020 vroeg de Franse president Macron aan een dwarsdoorsnede van de Franse bevolking: ‘Hoe kan Frankrijk zijn uitstoot van broeikasgassen met 40 procent verminderen tegen 2030, in een geest van sociale rechtvaardigheid?’ De Convention Citoyenne pour le Climat was geboren: een divers burgerberaad met 150 leden, tot op vandaag het meest spectaculaire voorbeeld van een klimaatberaad met gelote burgers. Hun rapport bevatte 149 ambitieuze maatregelen om de klimaatverandering aan te pakken. Die gingen van het verlagen van de btw op treintickets via een betere bescherming van Franse bossen tot het strafbaar maken van ecocide en het aanpassen van de Preambule van de Grondwet.

Maar een jaar later blijkt dat slechts 15 van de 149 voorstellen ongefilterd werden omgezet in beleid, 55 werden aangepast of afgezwakt en maar liefst 79 voorstellen, meer dan de helft, werden afgewezen. Zinvol inhoudelijk werk draaide daardoor uit op een enorme teleurstelling. In plaats van de aanbevelingen van de Convention door te spelen naar de bevoegde instanties, had Macron ze veel beter voorgelegd aan de nationale bevolking in de vorm van een preferendum. Een preferendum is een rijk referendum. In plaats van ja of nee te antwoorden op een vraag die door de politiek wordt gesteld, mag de burger voorstellen evalueren die door medeburgers worden opgesteld. Het werkt een beetje zoals de Stemtest. 149 beleidsvoorstellen was natuurlijk erg veel, maar men had ze in carroussel kunnen stoppen die per kiezer telkens een lijst van dertig voorstellen genereerde. Elke Franse burger had op die manier kunnen aangeven wat hij goed of slecht vond, urgent of niet. Het preferendum is een interessant instrument om de individuele voorkeuren van iedereen te bundelen tot de collectieve prioriteiten van de samenleving.

Ten tweede, de Global Assembly. Zelfs als elk land jaarlijks een burgerberaad met preferendum zou houden, dan nog blijven onze landen op het internationale niveau denken als landen. Daarom is er ook op het internationale niveau een vorm van burgerberaad nodig. Zo loopt over enkele dagen de allereerste Global Assembly af, een bottom-up initiatief dat de expliciete steun kreeg van VN-secretaris-generaal António Guterres en COP26-voorzitter Alok Sharma. Met de hulp van de NASA werd een toevalssteekproef van honderd punten op de wereldkaart geplot, mede op basis van bevolkingsdichtheid. Bij elk van die punten zocht de organisatie een lokale partner die vier à zes gewone burgers moest selecteren via gesprekken op straat of deur-tot-deurrekrutering. Om evenwicht te kijgen wat betreft leeftijd, geslacht, woonplaats, opleidingsniveau en houding ten opzicht van klimaatverandering werd uit dat reservoir van 675 kandidaten een finale groep van 100 deelnemers geloot. De organisatoren erkenden dat het aantal veel te laag was om representatief te kunnen zijn voor de 7 miljard aardbewoners, maar de ambitie is om de oefening te herhalen en tegen 2030 jaarlijks tien miljoen mensen erbij te betrekken. De wereld zou voor het eerst als wereld spreken.

Carbon credits

Ten derde, geïndividualiseerde emissierechten. Voorstel 1 en 2 gaan over de vraag hoe burgers mee moeten beslissen over het gewenste klimaatbeleid. Voorstel 3 gaat over de vraag hoe ze mee moeten handelen. Dat handelen is op dit ogenblik te vrijblijvend. Wie wil, kan minder vlees eten, minder vliegen of minder lang onder de hete douche staan, maar dat is niet genoeg. Stel dat je vanaf volgend jaar elke maandagmorgen op je telefoon of bankkaart honderd gratis carbon credits van de overheid krijgt, ongeacht je leeftijd, levensstijl, of wat dan ook. Iedereen krijgt ze, vanaf de achttiende verjaardag. Het is een soort universeel basisinkomen, niet in euro’s maar in ‘carbo’s’ — en juist dat maakt het voor de overheid betaalbaar. Je hoeft die eenheden niet zo vaak aan te spreken: enkel wanneer je je gas- of elektriciteitsrekening moet betalen of als je gaat tanken, wanneer je kortom fossiele brandstoffen koopt. Dan betaal je naast het bedrag in euro’s ook een ‘bedrag’ in carbo’s. Heb je vijftig liter benzine getankt, dan gaan er, laat ons zeggen, vijftig eenheden van je carbon wallet af. De eenheden die je niet gebruikt — omdat je geen auto hebt, omdat je zuinig leeft, omdat je de verwarming op achttien hebt staan — kun je op elk moment verkopen. Een paar tikken op je telefoon en hop, je bent ervan af en hebt een paar tientjes verdiend. Het kan zelfs oplopen tot enkele honderden euro’s per maand, al naargelang jouw gedrag en de marktwaarde op het moment van verkoop. Want de eenheden die je zopas hebt doorverkocht komen terecht op een virtuele marktplaats, samen met die van andere verkopers. Daar geldt de wet van vraag en aanbod.

De overheid bevoorraadt deze marktplaats ook met flink veel eenheden. Op die marktplaats moeten bedrijven én overheden immers hun carbonkredieten kopen; zij ontvangen er geen gratis. Bedrijven en overheden worden daardoor gestimuleerd om zo min mogelijk fossiele brandstoffen te gebruiken. Het geld dat die openbare verkoop van virtuele carbon credits opbrengt, gebruikt de overheid om zo snel mogelijk de huizen van de armsten te isoleren en andere aspecten van een rechtvaardige transitie te financieren.

Maar het allermooiste is dat de hoeveelheid carbonkredieten die jaarlijks in omloop komt, op voorhand wordt vastgesteld door een onafhankelijke overheidsinstantie die bevoegd is voor het klimaat — vergelijk het met de Europese Centrale Bank die beslist hoeveel geld er wordt uitgebracht. Als we in 2022, ik zeg maar iets, vier procent reductie moeten realiseren om het doel in 2030 te bereiken, kennen we het carbonbudget en weten we precies hoeveel carbon credits er nog mogen worden uitgegeven. Kortom, we zetten de tering naar de nering. Het model werd ontwikkeld door de Britse econoom, cultuurhistoricus en denker David Fleming. Hij noemde die individuele emissierechten TEQs, tradable energy quotas. Op het eerste gezicht klinkt zijn model ingewikkeld, maar in wezen is het niet moeilijker dan het btw-stelsel dat in België en Nederland rond 1970 werd ingevoerd. Deze zomer nog verscheen in het belangrijkste wetenschappelijke vakblad Nature een artikel dat opnieuw zijn voorstel bepleitte. Het zou wel eens hét grote idee zijn waarop iedereen zit te wachten.

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Mijn vierde en laatste voorstel is grimmiger. Het heet: burgerlijke ongehoorzaamheid. Iedere inwoner van een land wordt geacht de wetten van zijn land te kennen en daarnaar te handelen. Maar er komt een punt waarop de wetten niet langer verdedigbaar zijn, omdat ze indruisen tegen de rechtvaardigheid, de waardigheid of het leven zelf. Dit punt zijn we met rasse schreden aan het naderen. Onze overheden hebben de voorbije decennia blijk gegeven van buitensporige nalatigheid wat betreft het beschermen van het leven van hun inwoners, het vrijwaren van hun grondgebied en het garanderen van een leefbare toekomst. Zowel de Nederlandse, Belgische, Duitse, Franse als Ierse regeringen werden in niet mis te verstane bewoordingen door de rechterlijke macht van hun land veroordeeld voor hun schromelijk tekortschietende beleid.

Indien onze staten blijven investeren in de fossiele sector, indien ze de luchtvaart en de scheepvaart blijven beschermen zoals ze nu zijn, indien een rücksichtslose agro-industrie kolossale subsidies blijft trekken, indien nog steeds bedrijfswagens gestimuleerd blijven worden als een goedkope vorm van verloning, indien, kortom, onze overheid met ons belastinggeld de toekomst blijft koloniseren, het zuiden blijft belagen, de natuur blijft verwoesten en soorten blijft uitroeien, komt er dan geen punt waarop we ons moeten afvragen: kunnen we dit in eer en geweten nog wel steunen? Willen we die ondergang, van onszelf, van de toekomst, van de wereld nog blijven sponsoren? Moeten we niet stilaan gaan berekenen hoeveel van ons belastinggeld eigenlijk onze eigen vernietiging financiert?

Burgerlijke ongehoorzaamheid is ontstaan in de negentiende eeuw in de VS uit protest tegen de slavernij. Gandhi wendde het aan in de strijd voor een vrij India. Mandela en Martin Luther King beriepen zich erop in hun strijd voor rassengelijkheid. Ik kan me voorstellen dat vandaag in Europa enkele burgers en experten de handen in mekaar slaan om het percentage te berekenen dat per land nog naar fossiel gaat. Dat ze na verloop van tijd een website bouwen waarop ze jaarlijks aangeven hoeveel procent van de nationale overheidsuitgaven, -leningen en -investeringen niet deugen. Dat ze zich vervolgens als fiscale gewetensbezwaarden uiten: als 18 procent van de publieke middelen van hun land naar fossiel gaat, trekken zij 18 procent van hun belastingen af. De rest zouden ze uiteraard blijven betalen, want de sociale welvaartstaat, de rechtsstaat en het onderwijs zijn hen dierbaar.

Hopelijk is het niet nodig. Hopelijk zien we de komende jaren blijken van daadkrachtig bestuur en moedige politiek. Van moreel leiderschap in tijden van crisis. Hopelijk krijgen we de kans om gewoon loyaal mee te werken aan burgerberaden, preferenda, het systeem van individuele emissierechten en allerlei andere voorstellen. Hopelijk wordt onze wil om te helpen sneller gezien dan ons bezwaar om te betalen. Maar gezien de traagheid van onze overheden kan het geen kwaad om alvast de nodige gegevens te verzamelen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234