Vrijdag 06/12/2019

Interview Wellesnietes

Wild eten, mag dat nu wel of niet?

Joz Tercaefs (l) en Frederik Thoelen. Beeld Wouter Van Vooren

Een voor- en tegenstander gaan in duel over een hot issue. Deze week: een Nederlandse culinaire journaliste stelde dat wild veruit de diervriendelijkste optie is voor vleeseters. Is wild eten inderdaad goed voor milieu en natuur?

JOZ TERCAEFS: ‘Beter een zelfgeschoten hert op tafel dan een plofkip’

Al vele jaren eet jager Joz Tercaefs alleen nog wild, dat hij zelf schoot of ruilde met collega-jagers. “Ik eet zoveel mogelijk van het dier dat ik heb gevild. Ik koop nooit een in plastic verpakte steak in de supermarkt. Mijn ecologische voet­afdruk is miniem.”

“Eigenlijk zou ik de perfecte vegetariër zijn. Ik ben tegen de massaproductie van vlees. Sinds ik meer dan tien jaar geleden begon te jagen, eet ik daarom alleen nog maar wild. Ofwel heb ik het zelf geschoten, ofwel heb ik het geruild met collega’s. Ja, ik ben een hele slechte klant voor de slagers uit de buurt.

“Ik vind het niet oké om te jagen met het doden van een dier als enige doel. Daarom vind ik dat alle jagers beter alleen hun eigen geschoten wild zouden eten. Je hebt een dier gedood, laat het dan ergens toe dienen. Zelf eet ik zoveel mogelijk van het dier dat ik heb gevild, inclusief organen zoals de lever of het hart. Een beetje ajuin aanstoven, blokjes appel en de fijngesneden lever erbij, nog wat aanbraden en honing erbij: dat is heerlijk.

“Het is een heel bewuste keuze om op deze manier te eten. Ik koop geen plofkippen die vetgemest worden op een veel te kleine oppervlakte. Ik haal in de supermarkt ook geen biefstuk van koeien die hopen methaan uitstoten. Mijn vlees hoeft niet in plastic verpakt te worden en wordt ook niet vier keer vervoerd voor het op mijn bord belandt. Zo is mijn ecologische voet­afdruk miniem.

“En mijn dieet is daardoor ook erg gevarieerd. Doorgaans bestaat het menu van vleeseters uit vlees van een beperkt aantal dieren: kip, kalkoen, varken en koe. Misschien zit daar af en toe een paardenworst of konijn met pruimen tussen.

“Ik heb veel meer keuze. Ik heb een jachtgebied in Duitsland voor mijn grof wild. Daardoor belandt er hert, ree, everzwijn en moeflon (klein wild schaap, MDD) op het menu. In België jaag ik eerder op klein wild, zoals fazant, duif, gans, haas en konijn. Dat is veel afwisseling, toch?

“Jagen wordt nog vaak in een slecht daglicht geplaatst. Nochtans hangt veel ervan af hoe een dier gestrekt wordt. De meesten denken meteen aan drijfjacht. Dan wordt het wild opgejaagd uit zijn natuurlijke habitat, waardoor het stress krijgt. Vergelijk het met nerveuze varkens in een slachthuis. Dat vlees is taai en niet lekker door de adrenaline.

Selectief jagen

“Ik, daarentegen, vertoef op een hoogzit. Dat zijn van die houten hutjes op twee meter hoogte in een bos of aan de rand van een veld. Het voordeel: je kan selectief jagen. Voor dag en dauw nestel ik me daar en dan is het wachten op het juiste beest. Zwakke dieren worden weggenomen, zodat de basis voor de toekomst sterk begint. Zo houden jagers het wildbestand in evenwicht. Dat is onze plicht.

“Het wildseizoen is ondertussen weer begonnen. De meeste restaurants bieden een aantal wildgerechten of een heel menu aan. Lekker, maar weet dat die dieren meestal uit het buitenland komen of speciaal daarvoor gekweekt werden. De Belgische jacht zou nooit kunnen voldoen aan de grote vraag. Je weet immers nooit waar je mee zal thuiskomen. Dat is toch hét bewijs dat we alleen schieten wat de natuur ons biedt?

“Volgens de Belgische wetgeving mag wild trouwens alleen verdeeld worden via een erkend wildverwerkingsbedrijf. Een jager mag het nooit rechtstreeks aan een restaurant verkopen. Voedselveiligheid is uiteraard belangrijk. Het zou mooi zijn mocht dat wel kunnen. Lokaal vlees voor de lokale economie: dat zorgt ook voor een beter milieu.” 

Frederik Thoelen: ‘Wild afschieten en opeten noem ik niet diervriendelijk’

Wild eten? Dan moet er ook gejaagd worden. “Maar als er te weinig wild overblijft, kan de impact op het milieu groot zijn”, zegt Frederik Thoelen, bioloog bij Natuur­hulp­centrum Opglabbeek.

“Ik wil nog geloven dat dieren beter in het wild leven dan in overvolle kwekerijen. Ze lopen er vrij rond, volgen hun eigen ritme en dat van de natuur. Dat klinkt goed voor het wild op je bord. Maar de dieren die daar eindigen, zijn niet oud en sterven ook geen natuurlijke dood. Je smult van je ree, everzwijn of haas door de jacht.

“Die kan je bezwaarlijk diervriendelijk noemen. Een directe dood is een toevals­treffer. Ieder jaar zien wij de schotwonden bij dieren die níét goed geraakt werden. En dat is slechts het topje van de ijsberg. Het meeste aangeschoten wild wordt nooit gevonden. Ze verschuilen zich tussen het groen om weg te kwijnen.

“Daarnaast komen hier heel wat soorten binnen die op de rode lijst staan. Dat zijn dieren waarvan de aantallen erg kwetsbaar zijn. Erop jagen is stroperij. Dat is verboden. De meeste jagers zijn dan wel geen stropers, uit de meeste rechtszaken blijkt dat de meeste stropers wel jagers zijn. Dan kun je moeilijk op een geloofwaardige manier zeggen dat je dieren en natuur beschermt. Bovendien weten jagers heel goed wie de rotte appels in hun groep zijn. Maar ze doen er niks aan.”

“Ondertussen spreekt de jachtsector wel constant over hun zogenaamde beheerbeleid. Jagers zeggen dat ze zorgen voor de natuur en helpen om dierenpopulaties gezond te houden. Ik vraag me altijd af wat ze daarmee bedoelen. Er is geen enkele wetenschappelijke studie die aantoont dat daarvoor de hulp van jagers nodig is. De natuur en dierenpopulaties zijn zelfregulerend. Waarom krijgt een everzwijn tien tot twaalf biggen, denkt u? De meeste kleintjes overleven de koude toch niet. We mogen al blij zijn als er een paar volwassen worden. Tenzij er bijgevoerd wordt.”

Jachtdiervriendelijk

“Natuurlijk doen jagers moeite om hun domein zo diervriendelijk en aantrekkelijk mogelijk te maken. Voor­name­lijk voor de te bejagen soorten, zodat die kunnen floreren. Eigenlijk maken ze hun domein ‘jachtdiervriendelijk’. Ook dat gebeurt bijvoorbeeld door extra voedsel te voorzien.

“Op zich klinkt dat goed. Maar die dieren zouden normaliter wel hun oorspronkelijke leefgebied verlaten om nieuwe gebieden te koloniseren. In plaats daarvan worden ze afgeschoten. Dat gaat in tegen de claim van jagers dat zij nodig zijn om het ecologisch evenwicht te bewaken.

“Als er te weinig wild overblijft, kan de impact op natuur en milieu immens groot zijn. Zeker als het gaat om ziektebestrijding. Terug naar de everzwijnen, een dier dat vaak als wild gegeten wordt. De soort wordt dikwijls gelinkt aan de verspreiding van varkenspest. Om de ziekte te bestrijden, moet je ervoor zorgen dat het leefgebied van de dieren niet te groot wordt. Maar: als de populatie uitdunt, hebben de overlevenden weinig concurrentie en kunnen ze een groter territorium afbakenen. Daardoor kan de ziekte welig tieren. Dat is ook niet goed voor de natuur.

“Naar mijn mening is het een heus privilege dat jagers in hun vrije tijd met een geweer kunnen rondlopen en schieten. Om dat te verantwoorden, moet je wel héél sterke argumenten hebben, die wetenschappelijk onderbouwd zijn. Momenteel wordt dat onderzoek genegeerd of tegengesproken. Dan vind ik dat je met een geweer niets in onze natuur te zoeken hebt. Het wild dat jagers neerhalen, had waarschijnlijk een behoorlijk goed leven, maar hun dood is een serieuze verstoring van onze kwetsbare natuur.”  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234