Maandag 14/10/2019
Beeld Bob Van Mol

Column

Wij mogen op shortski gaan, maar we moeten ook af en toe iets oprapen wat een mongool heeft laten vallen

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over vrijheid, vogels en zijn vrouw. In elke vrouw schuilt haar moeder is zijn recentste boek.

Mijn vrouw was zo verdrietig geworden van het zwerfvuil, dat zij bij onze volgende wandeling een vuilnis­zakje had mee­genomen om de rotzooi in te verzamelen.

Dat is wel nobel, zei ik.

Het zou gewóón moeten zijn, zei mijn vrouw. Iedereen die het een beetje goed voorheeft met de wereld, een zakje in de jaszak. Het zijn maar een páár gedegenereerden die zo’n blikje in het bos smijten, dat krijgen we met z’n allen wel aangepakt.

Je kunt het je haast niet meer voor­stellen, zei ik. Die beweging: Redbull op, ik gooi ’m daar lekker tussen de sparren.

Gedegenereerd dus, zei mijn vrouw. Maar we moeten maar eens stoppen met vast­stellen en mopperen en vinden dat de overheid iets moet doen. De overheid, dat zijn wij. Wij zijn allemaal ambtenaren door geboorte. Wij mogen op short­ski gaan en in de Burger King gaan eten en met de auto rondrijden, maar wij moeten ook af en toe iets oprapen wat een mongool heeft laten vallen. Wij hebben ook een verantwoor­de­lijk­heid en een plicht.

Al wandelend kwamen wij aan een groot gerooid stuk bos, waar boer Fuhrman blinkend van het zweet bezig was met het aanplanten van nieuwe dennetjes.

Hard werk, zei ik, maar zodra het er staat, hoef je er vast niet meer naar om te kijken. Groei maar los, bos.

Vergeet het, zei boer Fuhrman nors. De eerste jaren moet je voort­durend wieden, want naast die boompjes schiet er een hoop onkruid op, en dat versmacht het plantgoed. Daarna moet je elk jaar snoeien, om ze beter te doen groeien. Dan uitdunnen. Steeds kreupelhout verwijderen, want daar komen allerlei kevers op af die een gevaar zijn voor het levend hout. Als de bomen half­weg zijn, is het bidden dat het niet te hard stormt. Nee, zo’n bos is echt wel
Scheisse. En dan duurt het ook nog eens vijftig jaar voordat je er iets aan hebt.

Dat moet een raar gevoel zijn, zei mijn vrouw toen wij voort waren gewandeld, je zo in het zweet werken voor iets waar je zelf nooit de vruchten van zult plukken. Wij zijn zo gewend geraakt aan onmiddellijk, of toch wel heel snel, of zo snel mogelijk, dat we het best wel een lastig idee vinden dat zo’n boom een halve eeuw moet groeien voor je er planken van kunt zagen.

Wij kunnen geen traagheid meer verdragen, zei ik. Wij zouden gek worden van het idee dat je je hele leven maar aan één ding wijdt – zoals iemand die in 1350 begon mee te bouwen aan de kathedraal van Antwerpen, er vrede mee moest hebben dat hij hooguit de fundamenten voltooid zou weten. Pas 170 jaar later zou er iemand kunnen zeggen: zo, hij is af, de mis kan beginnen.

Toch zijn wij ook allemaal maar radertjes, zei mijn vrouw. Wij huppelen een eindje mee, en moeten dan het gehuppel aan anderen overlaten.

Die hopelijk hun rommel bijhouden, zei ik, haar een Fristi-blikje overhandigend waar een verschoten rietje uit opstak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234