Zondag 19/05/2019

Opinie

Wij hebben nepnieuws massaal gedeeld. Wij hebben Trump naar het Witte Huis geloodst. Wij kunnen daar ook iets aan doen

IKE PICONE is docent Media en journalistiek aan de Vrije Universiteit Brussel.

Donald Trump. Beeld AFP

Zou het kunnen dat de digitale omwenteling in de mediasector journalisten en burgers niet dichter bij elkaar heeft gebracht, maar verder uit elkaar heeft gedreven? Het vertrouwen is zoek en de verwijten zijn legio. Nochtans delen beide een bijzonder doel: meer democratie. Kunnen beide partijen opnieuw bondgenoten worden? En kan diezelfde digitale technologie hier een handje bij helpen?

Ike Picone. Beeld rv

Terwijl de aarde opwarmt, lijkt onze samenleving te bekoelen. 2016 voelt alvast koud aan en er staan barre tijden voor de deur. De ene klap is nog niet verwerkt, of de volgende uitdaging komt er al aan. Meer dan ooit volgen we deze ontwikkelingen via de media. De media – voor zover er zoiets als ‘de media’ bestaan – dat zijn niet langer enkel programmamakers en journalisten, maar ook de vele burgers die hun verhalen verslinden, verspreiden en van al dan niet gepaste commentaar voorzien.

Journalisten en burgers: grensvervaging… of polarisering?

We horen het nu al wel even waaien: de grens tussen journalisten en nieuwsgebruikers is vervaagd. Via blogs, sociale media, smartphones en vele andere platformen die allen ooit het progressieve ‘2.0’ label meekregen, kunnen burgers nu evengoed hun nieuws bijdragen. De mediasector is verveld tot een media-ecosysteem waarin alle leden informatie kunnen toevoegen aan het netwerk. Dat heet een goede evolutie, want het is een democratische evolutie. De machtige media die bepalen wat nieuws is worden uitgedaagd door gewone burgers die nu ook hun stem kunnen laten horen. Er was een tijd, een goede tien jaar terug, dat zelfs over een ware revolutie werd gesproken en er gegoocheld werd met termen als participatieve en burgerjournalistiek.

Die revolutie is uitgebleven. Zeker, het valt niet te ontkennen dat nieuwsgebruikers meer keuze hebben over welk nieuws ze waar en op welk toestel raadplegen en meer kanalen hebben om expliciet (via commentaren) en impliciet (via hun gebruiksdata) van zich te laten horen. Mediahuizen en persgroepen hebben dit zeker gevoeld, zowel op de nieuwsvloer als in de portefeuille. Maar bekijken we deze evolutie vanuit een politiek-economisch standpunt, dan ziet het nieuwslandschap er niet zoveel anders uit dan 10 jaar geleden, althans wat betreft de relatie tussen journalisten en nieuwsgebruikers. De opkomst en massale adoptie van technologische intermediairen zoals Google, Apple, Facebook en Amazon is een veel grotere disruptieve kracht gebleken voor nieuwsmedia dan de bloggende burger. De meer horizontale, interactieve informatiestromen die Facebook en co. toelaten hebben breed genomen niet voor veel meer samenwerking tussen journalisten en nieuwsgebruikers gezorgd, maar werden al snel gecoöpteerd door de commerciële logica’s eigen aan mediabedrijven: meer verhalen via meer kanalen om meer bereik te behalen. Tot zover de samenwerkingsidealen.

Meer zelfs, journalisten en nieuwsgebruikers lijken tot op zekere hoogte uit elkaar gedreven. De Facebookende, smartphonende burger wordt immers meer dan eens aangehaald als de oorzaak van de huidige uitdagingen van nieuwsmedia. Doordat nieuwsgebruikers via sociale en andere digitale media nieuws raadplegen, zien nieuwsbedrijven hun reclame-inkomsten aan hun neus voorbijgaan ten voordele van Facebook en co. Bovendien moeten redacties al maar meer opboksen tegen alle andere content die op deze platformen circuleert en hun eigen verhalen versnijden tot makkelijk verteerbare en deelbare content. Nodigen ze nieuwsgebruikers uit om mee te debatteren, dan mogen ze steevast de schade repareren die haatzaaiers en trollen aanrichten aan het publiek debat en en passant ook aan hun eigen merk. En dit terwijl steeds minder mensen bereid blijken voor journalistiek te betalen en steeds meer burgers beroep doen op adblockers. Begrijpelijk dat journalisten al eens vloeken op hun publiek.

Nieuwsgebruikers van hun kant lijken journalisten niet altijd te vertrouwen. Uit cijfers van zowel de Participatiesurvey 2014 als het Digital News Report van het Reuters Institute for the Study of Journalism blijkt dit in Vlaanderen mee te vallen, maar in de VS vertrouwt slechts 30% doorgaans het nieuws; in Griekenland slechts 20%. Of sociale media bijdragen tot een meer divers nieuwsrepertoire of daarentegen mensen opsluiten in echochambers en filter bubbles is nog onderzoek waard. Wel wijst steeds meer onderzoek erop dat verhoogd gebruik van digitale toestellen de controle over onze aandacht aantast. Notificaties allerlei halen ons de hele dag door uit onze concentratie. Een overvloed aan informatie verhoogt de kans op oververhitting van ons cognitief werkgeheugen. En de resulterende staat van continue hyper-alertheid bemoeilijkt diepgaande analyse.

Je zou kunnen stellen dat meer communicatie niet voor meer conversatie heeft gezorgd. De ‘web 2.0’- belofte dat iedereen journalist zou worden werd mis begrepen. Ja, blogs, commentaren, status updates, etc. zijn allemaal vormen van zelf-publicatie die mensen toelaten hun mening te delen, maar de resulterende kakofonie impliceert geenszins meer conversatie. Integendeel, het is des te moeilijker om naar elkaar te luisteren, laat staan elkaar goed te verstaan wanneer iedereen door elkaar praat. Een echte conversatie impliceert niet zozeer het kunnen spreken tegen elkaar, maar het kunnen luisteren naar elkaar. Dit is niet anders tussen journalisten en burgers.

Technologie en democratie: samen sterker?

Indien er van grensvervaging tussen beide niet echt sprake is en we zelfs van een zekere polarisatie kunnen spreken, zou het dan kunnen dat de digitalisering van het nieuws een wig gedreven heeft tussen journalisten en nieuwsgebruikers? Wat als burgers helemaal niet beter zijn geworden van de overvloed aan nieuwsbronnen waarmee ze de hele dag door om de oren geslagen worden? Wat als we allemaal onderweg naar een digitaal nieuwsecosysteem iets kwijtgeraakt zijn, namelijk een bekommernis om informatie die ons toelaat om ons democratisch burgerschap zo goed mogelijk te vervullen.

Zoals internetscepticus Evgeny Morozov al mening maal aangaf, technologische vooruitgang leidt niet per definitie tot maatschappelijke voorruitgang. In tegenstelling tot wat Facebook, Google en consoorten ons graag willen laten geloven, zijn technologie en burgerparticipatie niet per definitie de beste vrienden. Uiteraard hebben deze bedrijven er alle baat bij om gepercipieerd te worden als technologieën die ‘mensen bij elkaar brengen’, ‘informatie ontsluiten’ en zodoende burgers ‘empoweren’. Zij hebben een dergelijk narratief nodig. Zij moeten zich voordoen als iets groter dan enkel een communicatiebedrijf, of we vertrouwen hen niet langer zoveel persoonlijke gegevens toe. Maar de werkelijkheid is veel genuanceerder. Edward Snowden heeft ons in deze een spiegel voorgehouden door aan het licht te brengen hoe Westerse overheden duchtig onze data verzamelen. U heeft niets te verbergen? Dan mag u blij zijn dat Trump het op moslims gemunt heeft wanneer hij op de proppen komt met plannen om een moslimregister op te stellen. Tenzij u moslim bent natuurlijk… Dichter bij huis vat collega Katleen Gabriëls in haar recente boek Onlife mooi samen waar we in deze als samenleving staan: we beseffen eigenlijk nog steeds niet goed wat de reikwijdte is van digitale media en worstelen met hoe we ermee moeten omgaan.

Om terug te komen op de relatie tussen journalisten en burgers, in tijden waarin de democratie wordt uitgedaagd en technologie ons afleidt, zijn zij meer dan ooit op elkaar aangewezen. Maar daarvoor moeten burgers beseffen hoe belangrijk journalistiek is en journalisten afstappen van een al te commerciële of inwaartse logica. En, laten we nu eerlijk zijn, dat zal niet snel gebeuren. Maar het moet. Wie of wat kan ons daarbij helpen?

Wel, ironisch genoeg, technologie… althans, wanneer we voorbijgaan aan het louter commercieel potentieel van innovaties, maar ons richten op het maatschappelijk potentieel ervan. Dit veronderstelt dat we nieuwe media niet louter beschouwen als een zoveelste distributiekanaal dat mediamakers toelaat informatie over te brengen naar hun publiek, maar als technologie die de relatie tussen journalisten en mediagebruikers ten gronde kan veranderen. In het huidige mediasysteem zal die relatie voor een deel altijd commercieel blijven, waarbij journalisten optreden als producenten van nieuws en nieuwsgebruikers als (al dan niet rechtstreeks betalende) consumenten ervan. Maar bovenop die onderbouw kan zich een meer geëngageerd bondgenootschap ontwikkelen, waarbij journalisten en nieuwsgebruikers zich veel explicieter scharen achter de democratie en met elkaar in dialoog gaan om deze te versterken.

Maar hoe kan technologie daarbij helpen? Onder de meest recente voorbeelden vallen een aantal kleine innovatieve ingrepen om de verspreiding van ‘fake news’ tegen te gaan, een probleem dat zeer actueel werd in de nasleep van de Amerikaanse presidentverkiezingen. The Washington Post lanceerde in december een browser plugin waardoor er bijkomende achtergrondinformatie verschijnt bij tweets van Donald Trump die het niet zo nauw nemen met de waarheid. Hoewel de plugin nog niet op punt staat en het bereik van Twitter beduidend kleiner is dan dat van Facebook, vormt het een mooi voorbeeld van hoe een nieuwsbedrijf technologie en journalistieke kennis kan combineren om burgers wegwijs te maken in de informatiestroom. Ook de Amerikaanse nieuwssite Slate ontwikkelde een browserplugin, ditmaal voor Facebook. De plugin toont een This is fake-logo bij verhalen die door de redactie van Slate ontmaskerd zijn als doelbewust misleidend en berustend op verzonnen feiten. Ook hier zie je een nieuwsbedrijf dat zich buiten de grenzen van haar eigen publicatiekanalen begeeft om burgers te helpen betrouwbare informatie te vinden. Misschien zal hun poging echter snel achterhaald zijn, want Facebook werkt zelf aan een gelijkaardige oplossing.

Na aanhoudende kritiek kondigde Facebook eind december aan dat het de mogelijkheid om nepnieuws aan te geven zou vereenvoudigen. Een interessante toevoeging is dat Facebook ook met andere partijen waaronder Amerikaanse nieuwssites zal samenwerken om nepnieuws te identificeren. Berichten die nep bevonden worden zullen ook als dusdanig in de nieuwsfeed verschijnen. Sterker nog. Wanneer iemand nepnieuws wil delen, zal Facebook een waarschuwing tonen: ‘Voor je dit verhaal deelt, wil je misschien graag weten dat onafhankelijke fact-checkers de betrouwbaarheid ervan in twijfel trekken’. Dit is een voorbeeld van wat men in de gedragspsychologie ‘nudging’ noemt: mensen vriendelijke verzoeken een betere keuze te maken, zonder daarbij iemands keuzemogelijkheden te beperken. Denk bijvoorbeeld aan de foto’s op pakjes tabak: niemand verbiedt je om ze te roken, maar het wordt je wel duidelijk afgeraden.

We zouden nog een stapje verder kunnen gaan in het toepassen van nudging in een journalistieke context? Zoals eerder vermeld dreigt digitale technologie te leiden tot aandachtsstoornissen. Nieuwsmedia dragen hier via nieuwsalerts en continue berichtgeving ook toe bij. Nieuwssite Mic lanceerde onlangs breaking news alerts met video, zodat die meteen beginnen te spelen wanneer je je notificatiebalk naar beneden veegt. De eerste tests voorspellen een grote toename van ‘user engagement’. Mensen blijven plakken. Beschouw je nieuwsgebruikers als een paar oogballen, dan is dit een geslaagde toepassing. Maar beschouw je ze als burgers, dan kan je je de vraag stellen of hen een korte video voorschotelen wel de beste manier is om hen echt naar je verhaal te laten luisteren. Het lijkt vanzelfsprekend dat je mensen kan storen voor echt breaking news. PING! Dit is er gebeurd! Maar waarom zou je hen niet mogen storen voor bijzonder belangrijk nieuws. ‘PING! Dit artikel moet je vandaag zeker lezer. Het gaat dieper in op de gevolgen van het Italiaans referendum voor de instabiliteit in de EU. Zullen we het bewaren voor op de trein?’

Nieuwsmedia weten ook steeds beter wat hun gebruikers lezen. Toegegeven, veel van deze data zitten bij Facebook en Google. Iedereen is echter op zoek naar manieren om gebruikers nieuws voor te schotelen die meer kans maakt om gelezen te worden op basis van expliciete gebruikersvoorkeuren of impliciete gebruikersgeschiedenis. En zo kom je tot de filter bubbles waarin niet waarachtigheid maar ideologische fit de leidraad vormen voor nieuwsselectie. Hier zou het niet misstaan om technologie niet enkel in te zetten om die filter bubbles te creëren maar ook om ze te doorbreken. Stel je dit voor: ‘Hey, we merken dat je nogal geïnteresseerd bent in Trump’s standpunten. Heb je dit artikel dat Hilary’s standpunten samenvat al eens gelezen?’.

Tegenstanders van nudging wijzen op het paternalistische karakter ervan, voorstanders dan weer op de keuzevrijheid die het mensen nog steeds laat. Dit is zeker geen oproep om journalistiek opnieuw te enten op volksopvoeding. Wel tonen bovengenoemde voorbeelden aan hoe we de gemedieerde relatie tussen journalisten en burgers ook op een andere manier vorm kunnen geven. Daarbij moeten we beseffen dat we als gemeenschap nog lerende en zoekende zijn wat betreft onze omgang met genetwerkte technologie. Echter, twee zaken weten we naderhand zeker: technologie leidt niet per definitie tot maatschappelijke vooruitgang en journalistiek niet per definitie tot democratie.

Bondgenoten voor meer democratie

Zijn maatschappelijke vooruitgang en democratie daadwerkelijk ons doel, dan zullen wij daar bewust naar moeten streven. Onder ‘wij’ versta ik zowel journalisten als burgers. Want als nepnieuws zich verspreidt op sociale media, dan mogen we als burgers ook de hand in eigen boezem steken. We delen maar al te graag informatie die in ons ideologisch kraam past. Of de informatie dan accuraat en betrouwbaar is, is bijzaak. Het feit dat post-truth tot Oxford Dictionaries woord van het jaar 2016 is verkozen is niet enkel te wijten aan nepnieuws op Facebook of Trumps grove en ongegronde uitspraken op Twitter. Wij hebben nepnieuws massaal gedeeld. Wij hebben Trump naar het Witte Huis geloodst.

Onder ‘bewust’ versta ik dan weer het feit indachtig dat democratie niet vanzelfsprekend is en technologie niet per definitie bijdraagt tot meer democratie. Louter zorgen dat burgers toegang hebben tot informatie en de informatie daarom brengen waar de mensen zitten, is geen voldoende voorwaarde voor journalisten om zich van hun democratische opdracht te kwijten. Het nieuws volgen door voortdurend naar beneden te vegen en een video van over de drie minuten links laten liggen omdat die te lang is, is dat voor burgers evenmin. Media vormen nooit de enige aanleiding voor maatschappelijke fenomenen, maar het hoeft ook niet te verwonderen dat burgers aandachtsstoornissen en apathie ontwikkelen in een informatiesamenleving op speed. Hiervoor moeten we nu waakzaam zijn, zonder daarom te verzanden in paniekzaaierij of de fantastische mogelijkheden van digitale technologie niet langer te verkennen.

Dit bewustzijn kan de basis vormen voor een vernieuwd bondgenootschap tussen journalisten en burgers, dat broodnodig is nu de democratie barre tijde tegemoet lijkt te gaan. Bondgenoten die samen verantwoordelijk zijn om inzichten te verwerven in wat er rondom hen gebeurt en elkaar daarvan op de hoogte te houden. Want dit laat genetwerkte technologie wel degelijk toe. Journalistiek is niet langer het domein van nieuwsmedia en professionele journalisten. Wat we als nieuws ervaren wordt zeker nog in grote mate bepaald door wat nieuwsmedia ons voorschotelen. Journalisten spelen als ervaren informatiewerkers dan ook nog steeds een bijzonder belangrijke rol in dat ecosysteem en vele burgers zullen dat nog steeds erkennen. Maar ook wat leeft onder iemands private en publieke sociale netwerken, de laatste ontwikkelingen in diens persoonlijke interessegebieden en verhalen die van onderuit hun weg vinden naar een groot publiek maken deel uit van onze nieuwservaring. En aangezien burgers aan de basis liggen van deze informatie, dragen we ook samen verantwoordelijkheid voor de richting waarin journalistiek uitgaat.

Zowel burgers als journalisten zijn gebaat bij een zo goed mogelijke draaiend democratisch systeem, al beseffen ze dit zelf niet altijd ten volle. Daarom is het cruciaal dat beide partijen zich bewust zijn van hun rol en van het feit dat ze deze niet automatisch vervullen wanneer ze nieuws maken respectievelijk gebruiken. Beide partijen moeten op elkaar kunnen rekenen om scherp te blijven en te reageren wanneer de democratie wordt uitgehold. Journalisten mogen burgers wel eens nudgen om stil te staan bij diepgaande analyses. Naast het aanbieden van gepersonaliseerde informatie mogen ze ook de filter bubbles doorbreken met informatie die niet zozeer actueel maar essentieel is in een democratie. Burgers mogen journalisten op hun beurt wijzen op wat ze belangrijk achten, op de angsten en de hoop die zij ervaren, zeker wanneer die niet voldoende aan bod komen in de berichtgeving. Dit alles kan alleen werken wanneer beide partijen bereid zijn om naar elkaar te luisteren en in dialoog te gaan met elkaar. Technologie kan deze dialoog sterk bevorderen, maar evenzeer ondermijnen. Daarvan moeten ze ons meer dan ooit bewust zijn.

Daarom wens ik iedereen, journalisten en burgers, veel luisterplezier toe in 2017!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.