Maandag 06/12/2021

OpinieArnon Grunberg

Wie zou willen zeggen: God had een goede redacteur kunnen gebruiken?

Koning Willem Alexander neemt in de Grote Kerk het eerste exemplaar van de NBV21, de vernieuwde Nieuwe Bijbelvertaling, in ontvangst. Beeld ANP
Koning Willem Alexander neemt in de Grote Kerk het eerste exemplaar van de NBV21, de vernieuwde Nieuwe Bijbelvertaling, in ontvangst.Beeld ANP

Arnon Grunberg is schrijver. Hij is de auteur van onder meer de Grunbergbijbel.

Spinoza (1632-1677) meende dat waar in de Bijbel sprake is van wonderen er gewoon slordig vertaald is. Volgens hem was het aan de vertaling te wijten – en hij is natuurlijk niet de enige die lezing en interpretatie van de Bijbel als één groot vertaalprobleem ziet – dat gelovigen met de Bijbel in de hand op wonderen begonnen te vertrouwen.

Dr. Matthijs J. de Jong, projectleider van de nieuwe Bijbelvertaling (DM 14/10), NBV 21 genaamd, maakt in een brochure duidelijk wat er wel en niet op het spel staat: “Het maken van een letterlijke vertaling is gemakkelijk, het maken van een sprekende vertaling de werkelijke uitdaging.”

Of een sprekende, onvermijdelijk vrijere vertaling, een goede is, hangt vooral af van de vraag hoe heilig de brontekst volgens de lezer is, de vraag of de tekst zelf als wonder mag worden beschouwd. Hoe heiliger de tekst, hoe minder erin geredigeerd mag worden, door vertalers of redacteuren. Wie zou willen zeggen: God had een goede redacteur kunnen gebruiken?

In Amerika ben ik evangelisten tegengekomen voor wie alleen de King James Bijbel de echte Bijbel was, alle andere vertalingen zouden ‘duivels’ zijn. Uit de toelichting bij NBV 21 blijkt dat de Nederlandstalige ambachtslieden zichzelf eerder als dienaren van de lezer dan als dienaren van God zien. De Jong zegt het onomwonden: “Als vertalers hebben we geen eigen theologische agenda.” Niet verwonderlijk, al wordt er wel expliciet maar zonder toelichting gesteld dat de Bijbel een heilige tekst is, allicht ook voor sommige vertalers zelf.

Wat is heiligheid nog in een onttoverde wereld? Een onsje eerbied, een theelepel ontzag, een vleugje vrees, een druppeltje nostalgie.

Waar God is verdwenen zijn we zelf een beetje God geworden. Om die nieuwe koning, de klant, te dienen is de vertaler gewoon een capabele lezer die uit kan leggen waarom er in 2004 in Genesis 37:1 nog stond: ‘Jakob vestigde zich in Kanaän, het land waar ook zijn vader gewoond had,’ en daar in 2021 van is gemaakt: ‘Jakob vestigde zich in Kanaän, het land waar ook zijn vader als vreemdeling had gewoond.’ Een detail misschien, maar lezen en tekstuitleg, dat vertalen ook is, draait veelal om details. En in de huidige maatschappelijke context is het woord ‘vreemdeling’ allesbehalve een neutraal woord, de grote kwestie in het Westen gaat immers al een decennium of twee om de vreemdeling en hoe hij op meer of minder humane wijze buiten de deur kan worden gehouden. Dat een van de aartsvaders begon als vreemdeling zou ons gerust kunnen stellen, het is gewoon een kwestie van tijd en dan zijn de vreemdelingen oorspronkelijke bewoners geworden.

Het is onmogelijk de Bijbel in deze vertaling te lezen zonder dat de huidige context meeklinkt, iets wat de vertalers zelf grif toegeven, het gaat immers om een sprekende vertaling. We kunnen ons misschien voorstellen hoe het is om een vleermuis te zijn en dus zouden we ons moeten kunnen voorstellen hoe de vroege christenen de Bijbel lazen, voor zover ze dat deden, maar het blijft gissen. Ook de hedendaagse Bijbellezer is een gevangene van zijn cultuur.

Wat blijft er over van de Bijbel in een onttoverde wereld naast een hoop vertaalkwesties? Het wonder een misverstand, het paradijs een metafoor, de vervloeking een nachtmerrie. De burger als alwetende schriftgeleerde, beter gezegd een Google-geleerde, voortdurend bereid tot verontwaardiging, al zullen er ook nog mensen zijn, de enkelingen, de uitzonderingen, de hardnekkigen, die menen dat de schoonheid van de metafoor ons nader brengt tot een entiteit die God wordt genoemd, zoals in een liefdesbrief de schoonheid van de taal het liefdesobject moet vermurwen. God en Zijn zoon als onaflatende vermurwers van de mensen.

Toen in 2004 de eerste nieuwe Bijbelvertaling uitkwam, werd ik verzocht een bloemlezing uit het Nieuwe en Oude Testament te maken, het beste uit de Bijbel voor mensen die geen tijd hadden om het hele boek te lezen. Hoewel Netflix toen nog voornamelijk dvd’s verkocht en verhuurde, was het ook al in 2004 duidelijk dat de concurrentie groot was. De verkorte versie kon gelukkig uitkomst bieden voor de gehaaste mens.

In mijn voorwoord schreef ik: “Laat hiermee zijn vastgesteld dat elke bloemlezing, hoeveel argumenten men voor het bestaansrecht ervan ook weet aan te voeren, een teken van gemakzucht is.” Maar schrijvers, en ook priesters en theologen, ontkomen er niet aan de gemakzucht van lezers en gelovigen serieus te nemen willen ze niet de risee van de samenleving worden, voor zover ze dat buiten hun eigen bubbel niet allang zijn. Daarom gaf ik naast de bloemlezing ook de lezer die slechts een halve minuut tot zijn beschikking had de mogelijkheid de Bijbel tot zich te nemen.

Het gehele Nieuwe Testament kon als het niet anders ging wat mij betreft in twee Bijbelverzen worden samengevat, en wel Marcus 1:16 en 1:17: ‘Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. Jezus zei tegen hen: Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ Laat in dit citaat nu niets veranderd zijn; wat sprekend was in 2004 blijkt dat ook in 2021 te zijn.

Het Oude Testament had ik voor de bijzonder gehaaste lezer samengevat met een citaat uit Prediker waarin wordt gesteld dat het beter is een levende hond te zijn dan een dode leeuw en dat de toekomst niets dan leegte is.

De Bijbellezer die tevens handelsreiziger is – de middenklasse bestaat uit handelsreizigers, ook al komen ze soms hun winkel of kantoor amper uit – en daarom levend in vrees voor omzetdaling en koopkrachtverlies, de jager zonder tijd, mocht met mijn hulp concluderen dat het goede leven – op de vraag wat het goede leven is, poogt de Bijbel natuurlijk antwoord te geven – eruit bestaat als levende hond de leegte van de toekomst tegemoet te treden, onderwijl mensen vissend, waarbij het onduidelijk blijft wat te doen met de mensen die zijn gevangen. Mee naar huis nemen? Van de haak halen en terug in hun huizenzee laten glijden?

Zou Jezus daar aan het Meer van Galilea eigenlijk hebben vermoed dat het kapitalisme zich zou ontpoppen tot één grote mensenvisserij?

Dergelijke vragen hoeft de hedendaagse lezer, voor wie de Bijbel niet al te letterlijk moet worden genomen – alles is een parabel –, zich niet te stellen.

En tegenwoordig maakt het ook amper uit met welke ideologie, geloof, gemoedstoestand of drift men de ander probeert te vangen. Hedonisme, bekeringsdrang, bestrijding van de eigen eenzaamheid, de verkoop van een product of service, wellust, het christendom of het humanisme, nationalisme, internationalisme, het mensenvissen zelf staat voorop.

Niemand zou willen ontkennen dat wij in een beeldcultuur leven, maar de Bijbel voert ons terug naar het woord. De Bijbel maant de mensenvissers dan ook om te vissen met woorden, alleen al daarom is de Bijbel wat mij betreft – maar de schrijver is uiteraard bevooroordeeld – onontbeerlijk.

Waar sprake is van een wonder kan men altijd zeggen, het was een slordige vertaling. En waar geen sprake is van een vertaling, de lezer las het origineel, kan men zeggen: de lezer las slordig.

Of men legt zich neer bij het wonder zoals men zich neer kan leggen bij rampspoed.

De mensenvisserij, lees de Bijbel, blijft een risicovolle aangelegenheid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234