Zondag 17/11/2019
Jeroen Van Horenbeek. Beeld DM

Standpunt

Wie wil weten wat de Belgische inlichtingendiensten doen, moet spreken met anonieme bronnen

Jeroen Van Horenbeek is journalist bij De Morgen.

Syrië is een land waar nog altijd ruim 55 Belgische jihadi’s verblijven in gevangenissen en opvangkampen. Toch weet de militaire inlichtingendienst ADIV eigenlijk weinig of niets over wat er vandaag gebeurt. Dat onheilspellend nieuws blijkt uit gesprekken van deze krant met zes bronnen uit de inlichtingenwereld. Ze doen hun verhaal op voorwaarde dat ze anoniem kunnen blijven. Zonder verwijzing naar hun naam, functie, militaire rang of ervaring.

Werken met anonieme bronnen heeft grote nadelen. Het belangrijkste is dat een artikel op basis van anonieme bronnen niet verifieerbaar is. In digitale tijden waarin echt en fake steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden vallen, is dat een probleem. Maar in een aantal gevallen wegen de voordelen van anonieme bronnen door. Ze zijn namelijk de enige manier om een onzichtbare wereld toch zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld die van de geheime diensten. Wie wil weten wat de Belgische inlichtingendiensten doen – de Staatsveiligheid voor het binnenland en ADIV voor het buitenland – moet spreken met mensen die nooit met hun naam in de krant willen. Anders riskeren ze hun werk te verliezen. Spionnen die hun geheimen prijsgeven, zijn ook juridisch strafbaar.

Onbegrip

De gesprekken met de zes inlichtingenbronnen tonen dat er onbegrip leeft tussen ADIV en de Wetstraat. Na de aanslagen in Brussel wilde de inlichtingendienst alles op alles zetten om nieuwe aanslagen te voorkomen. Desnoods door een deal te sluiten met het regime van Syrisch president Assad. De federale regering liet begaan, tot ze besefte dat de vijand van een vijand niet altijd een vriend is. Soms blijft dat gewoon een bloeddorstige dictator met chemische wapens.

Moet een inlichtingendienst kunnen onderhandelen met de duivel? Het is een vraag waar geen sluitend antwoord op bestaat. In principe niet. Maar wat als je zo kan voorkomen dat in Brussel, Leuven, Gent of Luik een aanslag plaatsvindt? Naar waar slaat de balans dan door: ethiek of realpolitik? Wat vaststaat, is dat er nood is aan een veel duidelijker wettelijk kader voor onze inlichtingendiensten. Zodat op voorhand uitgeklaard wordt met welke landen er gepraat kan worden of niet, onder welke voorwaarden en met welk doel. Onderzoeker Kenneth Lasoen stelt terecht dat de politiek zich hypocriet gedraagt als ze de inlichtingendiensten eerst opdraagt ‘Doe wat jullie moeten doen, we willen het niet weten’ om dan van verbazing achterover te vallen als ze iets ondernemen.

Nederland kan als voorbeeld dienen. Onze noorderburen zijn bedreven spionnen, maar dan wel met – althans een minimum aan – voorafgaande controle.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234