Woensdag 20/11/2019

Opinie

Wie werkelijk aan een toekomst wil timmeren, doet dat participatief

Manu Claeys Beeld ID Photo Agency

Manu Claeys is voorzitter van stRaten-generaal en auteur van Red de democratie! en Pleidooi voor een klimaatintendant.

In het nieuwe Vlaamse regeerakkoord wordt het Antwerpse Toekomstverbond herbevestigd. Dat mag niemand verbazen. Het Verbond was een paradepaardje van de vorige Vlaamse regering. Eerder hadden twee regeringen hun tanden stuk gebeten op het dossier van de Oosterweelverbinding, maar na twaalf jaar maatschappelijk debat, kwam in maart 2017 eindelijk een doorbraak: het ruwe infrastructuurproject werd vertimmerd tot een slim en breed gedragen leefbaarheidsproject.

Het is logisch dat dit Verbond een ‘belangrijk speerpunt’ van de Vlaamse regering blijft. Even logisch is het dat ook het vernieuwende overlegmodel waarop het Toekomstverbond steunt expliciet herbevestigd wordt: ‘We blijven inzetten op een goede constructieve samenwerking met de verschillende partners, administraties, overheden en de maatschappelijke actoren.’

Die samenwerking gebeurt in werkbanken, waar ambtenaren, experts en burgers vastgelegde doelstellingen omzetten in onderbouwde projecten en maatregelen die aan de politieke overheden worden voorgelegd. Het is een voor Vlaanderen ongezien experiment dat ook in het buitenland interesse wekt omwille van het innovatieve karakter, voorbij het old skool overleg tussen politieke kabinetten en drukkingsgroepen.

Elders in het regeerakkoord wordt eenzelfde kennismodel naar voor geschoven voor het versterken van onze economie. ‘Innovatie wordt steeds meer een collectief proces’, lezen we, ‘waarbij kennisinstellingen, ondernemingen, overheden en burgers actief samenwerken (co-creatief en transformatief) met oog op maximale impact’.

Ook in het hoofdstuk over ruimtelijke ordening stoten we op die co-creatieve ambitie, met betrokkenheid van burgers en middenveld in een vroeg stadium van de besluitvorming. Voor complexe investeringsprojecten wordt de integrale en gecoördineerde werkwijze verdergezet, beslisten de regeringspartners, incluis ‘het sterker inzetten op brede participatie en betrokkenheid van burgers’, wat ‘specifieke competentieontwikkeling in het beleidsdomein MOW’ vergt.

Wie in het Vlaamse regeerakkoord op zoek gaat naar beloftes om in een steeds complexere wereld de civiele maatschappij actiever te betrekken bij de beleidsvorming, die vindt voorbeelden daarvan. Jammer genoeg geldt dit niet voor de allergrootste uitdaging, de klimaatverandering. In dat verband wordt wel gewag gemaakt van de hoger vermelde principes: ‘Om de klimaat- en energietransitie te doen slagen en ambitieuze beleidsdoelstellingen waar te maken, moeten alle belanghebbenden er nauw bij betrokken worden, is een actieve inzet van alle burgers, het middenveld, de ondernemingen en de overheden cruciaal en moet er constructief samengewerkt worden.’ Men heeft het zelfs over een ‘participatietraject’, waarbij samenwerking tussen het middenveld, de administratie, ondernemers en kennisinstellingen als cruciaal wordt beschouwd. Maar dan volgt een grote stilte.

Hoe die nauwe betrokkenheid, die actieve inzet, die constructieve samenwerking vorm moet krijgen, dat lezen we niet in het regeerakkoord. Hoe deze voornemens omgezet zullen worden in de governance van het klimaat- en energiebeleid, dat blijft voorlopig onduidelijk. ‘Tegen eind 2019 werken we een lange termijn klimaatstrategie 2050 uit,’ lezen we nog. Maar wie is ‘we’? En waarom onderschat de Vlaamse regering al bij voorbaat zichzelf en de burgers door met een vermindering van slechts 80 procent van de broeikasgassen tegen 2050 een lage doelstelling rond CO2-reductie te formuleren?

Bij de voorstelling van het regeerakkoord hoorden we de onderhandelaars vaak het woord ‘excelleren’ in de mond nemen. Die gedachte duikt ook op in het akkoord zelf, al op de eerste pagina: ‘Zowel economisch als maatschappelijk richten we onze blik naar het noorden en meten we ons met samenlevingen als Nederland en Scandinavië. We leggen de lat hoog in alle domeinen van onze samenleving.’

Prima is dat. In het World Happiness Report van maart 2019 vormen Finland, Denemarken, Noorwegen, IJsland en Nederland de top vijf. Wij willen daarbij horen. Maar dan moet de lat ook echt hoog gelegd worden. Nederland maakte op participatieve wijze een ambitieus klimaatplan, rond klimaattafels. Finland besliste vlak voor de zomer om tegen 2035 klimaatneutraal te zijn. Willen we aansluiten bij die Noordse landen? Dan graag ook mét hun overlegcultuur én hun hoge latten.

Hopelijk voegt de nieuwe minister bevoegd voor het klimaat- en energiebeleid de daad bij het woord in de nog op te maken beleidsbrief. Wie werkelijk aan een toekomst wil timmeren, doet dat inderdaad zoals ze dat doen in het Noorden én zoals dat inmiddels gebeurt in het Antwerpse Toekomstverbond, namelijk participatief. Gelukkig kan hier voortgebouwd worden op een sterke recente evolutie in Vlaamse bestuursmodellen. Eind deze maand verschijnt daarover De participatieve omslag, een boek van Filip De Rynck en Stef Steyaert over onze democratie in transitie. Precies waar de beoogde klimaattransitie nood aan heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234