Dinsdag 15/10/2019
Beeld Bob Van Mol

Column

Wie op z'n 40ste nog rondhangt in clubs, wordt wel eens als ‘zielig’ omschreven. Die stempel verdient Mike Skinner niet

StuBru-presentator Stijn Van de Voorde loopt elke week voor de muziek uit.

Mike Skinner viert volgende week zijn 40ste verjaardag. Ik hou van de man achter The Streets. Niet op de manier waarop Jaden Smith tegenwoordig van Tyler, The Creator houdt, maar mijn respect en sympathie voor de Brit is wel heel groot. Original Pirate Material (2002) en A Grand Don’t Come for Free (2004) zijn klassiekers. De nummers klinken goed, maar vooral de teksten maken het verschil. Hij rapt, maar niet op de voorspelbare manier. Hij raakt wél verder dan de clichés.

Terwijl Amerikaanse hiphop blijft ­steken bij magnum­flessen in de club en sexy laydeez in een witte stretch limo, vertelt Mike Skinner over zijn dagelijks bestaan. Fish & chips, lager beer en birds horen daar absoluut bij: ‘Spit jewels like Eastern riches, junkie fixes / Around here we say ‘birds’, not bitches.’ Skinner drinkt zelden champagne in clubs. Zijn vrienden zijn geen posh people, dus daar valt weinig over te vertellen. Nu hij 40 wordt, ziet zijn leven er sowieso anders uit. Wie op die leeftijd nog rondhangt in clubs, wordt wel eens als ‘zielig’ omschreven. Die stempel verdient Mike Skinner niet. Er schuilt een modern romanticus in hem, een groot bakkes met een klein hartje.

Zijn memoires, The Story of The Streets, leest als een geamuseerde studie van de vele ironieën die zijn leven tot nu toe kleurden. Skinner groeide op in een buitenwijk van Birmingham. Zijn gezin behoorde tot de lage midden­klasse, maar hij kwam niets tekort. De rapper bracht zijn tienerjaren door met wiet roken terwijl hij naar UK garage en Amerikaanse rap luisterde. Dat was zeer normaal in die tijd.

Omdat Skinner zich moeilijk kon identificeren met de leefwereld van Amerikaanse rappers, besloot hij het zelf anders aan te pakken. Hij wilde een verhaal vertellen dat zijn omgeving begreep en herkende. Vreemd genoeg werden zijn oer-Britse teksten vooral gesmaakt door hipsters in Londen, Berlijn, New York en Antwerpen. Zijn thuis­stad Birmingham reageerde eerder lauw. Daar verkoos men (om een of andere onverklaarbare reden) toch eerder de Amerikaanse bling­bling. Misschien was het te herkenbaar. Misschien droomt men in Birmingham liever weg naar een verre, exotische wereld waarin gangstarappers elkaar neermaaien tussen palmbomen.

Skinner wist niet goed wat hij moest aanvangen met al die groot­stedelijke hipster­fans. De appreciatie uit modieuze kringen was mooi meegenomen, maar het was niet zijn wereld. Vooral het succes van de concept­plaat A Grand Don’t Come for Free kwam eerder onverwacht omwille van het schrale thema. De rap­opera volgt de relatie van de protagonist, een stoner, met een meisje genaamd Simone. Op een bepaald ogenblik wordt er 1.000 pond (a grand, zo’n 1.150 euro) uit zijn huis gestolen en daar gaat hij naar op zoek. Dat klinkt als herkenbare materie voor mannen met bomber­jacks, een polo en een voetbal­sjaal. Niet voor cool people met een bles, een Paul Smith-jas en vintage designer­schoenen.

Mike Skinner. Beeld PA Archive/Press Association Ima

Gemiddeldheid is de grootste vijand van Mike Skinner. Hij groeide op in een volkse buurt waar weinigen ver boven de armoede­grens leefden. Je kon aan de slag in een bedrijf of zelf iets klein opstarten. Toch zat je snel aan een ­plafond, de mogelijkheden bleven altijd beperkt. Grote successen waren voor niemand weggelegd.

Misschien doekte Skinner daarom The Streets vroegtijdig op in 2011. Gewoon, uit ongemakkelijkheid. Al bleef hij vlijtig aan de slag met (film)muziek en onlinevideo­dagboeken. Een creatieve geest rust nooit.

Bij de aankondiging van de ‘reünie­tour’ van The Streets in 2017 verkochten alle concerten in een mum van tijd uit. Ook de show in de AB in Brussel.

De mensheid houdt van Mike Skinner en dat zie ik niet snel ­veranderen. De geezers van Birmingham verkiezen misschien platte Amerikaanse hiphop, maar op de grootstedelijke hipsters kan hij voor altijd rekenen.

The weak become heroes. We all smile, we all sing.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234