Zondag 17/11/2019

Opinie Jan Hunin

Wie het echt goed meent met de Europese Unie, duimt voor Boris Johnson

Beeld AP

Jan Hunin is De Standaard-correspondent (2001-2015) en auteur van het vluchtelingenepos Dit land is mijn land (2019)

Stel: je partner heeft te kennen gegeven dat hij of zij genoeg van je heeft en gelukkig is het huwelijk ook al nooit geweest; keer op keer ben je door hem of haar bedrogen. Ga je dan nog achter hem of haar aanlopen elke keer hij of zij op het punt staat het huis te verlaten?

Ja, dat kan, scheiden doet lijden en we hebben allemaal onze zwakheden, maar verstandig is anders. Elke relatiedeskundige zal je zeggen dat de korte pijn beter is.

Loslaten is de boodschap.

Helaas gelden in de Europese Unie andere regels. Daar voelen de zogenaamde leiders zich geroepen om keer op keer om een laatste kans te bedelen wanneer hun partner de deur achter zich aan het toetrekken is. Misschien bedenken die Britten zich wel. Alsof het terugkomen op een eerder genomen beslissing van Londen opeens een trouwe partner zal maken.

Van een geslaagd huwelijk kan anders moeilijk gesproken worden. Sinds het Verenigd Koninkrijk bijna een halve eeuw geleden lid werd van de Europese Unie, heeft het eigenlijk alleen voor problemen gezorgd. Zelfs toen diegenen aan de macht waren die op de dag van vandaag aandringen op een nieuw referendum stond Londen op zijn best onverschillig tegenover integratie. Het ontpopte zich daarentegen tot een groot voorstander van het uitbreidingsproces, zonder daarom bereid te zijn de interne samenwerking te verbeteren, met alle gevolgen van dien voor de besluitvorming. Sinds de Europese Unie meer dan een dozijn lidstaten telt, gaat het met de Europese samenwerking van kwaad tot erger; van vooruitgang op het gebied van integratie is nog nauwelijks sprake.

Zonder overdrijving kan dan ook gesteld worden dat het Verenigd Koninkrijk het grootste probleemkind van de Europese Unie is, al heeft het de laatste jaren zware concurrentie gekregen van landen (lees: Polen en Hongarije) waarin openlijk de vloer wordt aangeveegd met de democratie.

Het vooruitzicht van een Europese Unie zonder de Britten zou haar leiders dan ook als muziek in de oren moeten klinken.

Maar daar denken onze Europese gezagsdragers dus duidelijk anders over. In plaats van voor één keer leiderschap te tonen, doen ze er alles aan om de Britten toch maar binnen de deur te houden. Eerder dit jaar, in maart en april, konden ze niet snel genoeg een uitstel van brexit goedkeuren, bij velen ongetwijfeld in de hoop dat uitstel uiteindelijk afstel zal betekenen.

Deze keer is het niet anders: Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad, was er na de verloren stemming van vorige zaterdag als de kippen bij om, tegen de wens van de Britse regering, een nieuw uitstel in het vooruitzicht te stellen, een niet mis te verstane boodschap, die afgelopen dinsdag door de tegenstanders van de brexit in dank werd aangenomen. Door de weigering van het Britse parlement om het met Brussel bereikte akkoord in sneltempo door het parlement te loodsen, wordt het vertrek van het Verenigd Koninkrijk opnieuw op de helling geplaatst. Het is niet onmogelijk dat er alsnog een nieuw referendum wordt georganiseerd, waarin, tot vreugde van diegenen die de Britten tot elke prijs aan boord willen houden, teruggekomen wordt op hun beslissing van vier jaar geleden.

Misschien is die houding begrijpelijk voor vertegenwoordigers van landen die lid geworden zijn van de Europese Unie om dezelfde reden als het Verenigd Koninkrijk, met name niet omdat ze zo’n voorstander zijn van het integratieproces, maar omdat een gebrek aan lidmaatschap economische zelfmoord zou betekenen. Tusk, misschien wel de grootste pleitbezorger van een verlengd verblijf van de Britten, komt niet toevallig uit een land waarin de Europese Unie nog altijd in de eerste plaats als een melkkoe wordt gezien.

Maar van vertegenwoordigers van lidstaten die geloven dat de Europese Unie meer is dan een vrijhandelszone, zou meer mogen verwacht worden. Die zouden moeten beseffen dat het integratieproces niet gediend is met de aanwezigheid van landen die op de rem gaan staan zodra er over meer samenwerking wordt gesproken. En dat groter niet altijd beter betekent.

Ja, dat is jammer voor al die Britten die het goed menen met de Europese Unie, maar die zouden dan weer moeten beseffen dat het voor de samenwerking soms beter is om uit elkaar te gaan, desnoods voor een tijdje. Het heeft geen zin om tegen heug en meug bij elkaar te blijven; daar komt vroeg of laat alleen maar meer ruzie van.

Enfin, wie het echt goed meent met de Europese Unie, duimt dezer dagen voor Boris Johnson.

Jan Hunin Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234