Zondag 21/07/2019

Opinie

Wie een democratisch Europa wil, moet een Europese regering willen

Rolf Falter Beeld rv

Rolf Falter is historicus, auteur en gewezen journalist. Hij leidt vandaag het Bureau België van het Europees Parlement.

Zes maanden nadat hij op 9 mei 1950 Robert Schuman zijn plan voor een Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal aanpraatte, dokterde Jean Monnet, de Commissaris voor het Plan van de Franse regering, ook een plan uit voor een Europees leger. Het motief was hetzelfde: door samenwerking beletten dat, op instigatie van de Verenigde Staten, de Duitse staalindustrie (en dus wapenindustrie) en het Duits leger weer helemaal autonoom zouden groeien, en dus waarschijnlijk sterker zouden worden dan hun Franse equivalenten.

Een jaar later, toen het legerplan toch concreet vorm begon te krijgen, legde de Italiaanse eerste minister Alcide de Gasperi de logische consequentie op de onderhandelingstafel: “Je kan in een democratie geen jonge mensen uitsturen met het grote risico dat ze sneuvelen, als zoiets niet gelegitimeerd wordt door een verkozen parlement.” Daar is dan, in 1952 en 1953, tussen de zes EGKS-staten zowaar een ontwerp van Europese grondwet uit voortgekomen, al werd die voorzichtig ‘Statuut’ genoemd.

Maar het werd niets. Georges Bidault, de opvolger van Schuman op Buitenlandse Zaken, leerde begin februari 1953 op een vergadering met al wie naam en faam had in de Franse diplomatie dat parlementaire democratie een veel te grote stap was voor het prille Europa. Want, zo zei zijn secretaris-generaal, het opzet daarvan was “Frankrijk als onafhankelijke staat te doen verdwijnen”, en zo “een Duits Europa te creëren”. Bidault torpedeerde daarop vakkundig en brutaal het ‘Statuut’. Het Frans parlement begroef een jaar later het Europees leger, dat Parijs nochtans zelf had aangereikt.

Schoentje gewrongen

Dinsdag, in een open brief, etaleerde de Franse president Emmanuel Macron voor de derde keer in zijn nog jonge ambtstermijn zijn cataloog van ambities voor Europa: een geloofwaardige Europese defensie, een uniform asielbeleid, een economisch beleid met opvallend wat porties protectionisme aan de Europese buitengrenzen, en een ambitieuze, gezamenlijke aanpak van het klimaatprobleem.

Gelijk heeft hij natuurlijk, en nog meer als hij opmerkt dat Europa veel meer geworden is dan een binnenmarkt. Maar daar zit het schoentje gewrongen. De vier opgesomde thema’s zijn allemaal onderwerp van forse politieke polarisering, over heel het continent, in alle lidstaten, bij iedereen eigenlijk. Dat kan je niet langer toevertrouwen aan het nog steeds ontransparant, want veel te ingewikkeld bestuur van Europa, waarvan het Europees Parlement zijn democratische geloofsbrieven heeft, maar de rest toch dat stuk democratische legitimiteit mist.

Het Europees technocratisch bestuur dat Jean Monnet zeventig jaar geleden op gang trok, heeft zijn tijd gehad. Tot aan de millenniumwisseling kon het een verbazend palmares van successen voorleggen, met knappe koppen die in een breed bad van christen- en sociaaldemocratie van bovenuit originele oplossingen aanreikten die spoedig consensus en een breed draagvlak vonden – vaak ook omdat het om louter sociaal-economische materies ging die het petje van de gemiddelde media en burger te boven gaan.

De ondergang van dat systeem is versneld door de bankcrisis en de acht jaar recessie die er op volgden. Gezien de Unie het feitelijk economisch bestuur van het continent was geworden, smolt haar gezag en dat van haar technocraten helemaal weg. Nieuwe bevoegdheden zoals migratie, veiligheid en politie, voorgeschreven in het Verdrag van Lissabon, versterkten dat proces. Daarnaast zijn zowat alle nieuwe politieke thema’s van de afgelopen twintig jaar, van milieu tot internet, grensoverschrijdend, en dus Europees te regelen. Vandaag is Europa te breed en te belangrijk geworden om nog top-down te kunnen functioneren.

Vetorecht

Macron heeft dat, ondanks de spitsroeden van de gilets jaunes, en ook al organiseert hij vanaf morgen een ‘brede consultatie’, nog altijd niet helemaal door. Misschien wil en kan hij dat ook niet, omdat de oudste van alle natiestaten bij een echt democratisch Europa zijn feitelijk vetorecht dreigt te verliezen, dat wijlen generaal De Gaulle zo lief was.

Nochtans is dat het debat van de komende tien jaar in Europa. Het gaat niet om Europees federalisme – dat thema is zo hartverwarmend als het debat over federalisme versus confederalisme in België. Het gaat om een volwaardig democratische Europese Unie, die op evenwaardig niveau samenwerkt met de democratische lidstaten, niet als afgeleide ervan. Want slechts met de legitimiteit van een echte democratische – en dus altijd aflosbare – Europese regering kan je nog de knopen doorhakken die thema’s als migratie, klimaat en veiligheid vereisen. In het volgende decennium zal de Unie volwaardig democratisch moeten zijn. Of niet meer zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden