Dinsdag 23/04/2019

Column

Wie de middenklasse tart, speelt met dynamiet

Joachim Pohlmann Beeld Bob Van Mol

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA) en schrijver van Een unie van het eigen. Zijn column verschijnt wekelijks.

Ik ben een middenklasserevolutionair. Ik heb u dat al vaker gezegd. Ik neem vanuit mijn klassenbewustzijn de historische plicht tot revolutie op mij. De middenklasse zal revolutionair zijn of ze zal niet zijn.

Karl Marx geloofde dat de arbeidersklasse dat revolutionaire potentieel had. Een arbeider heeft immers geen bezit en dus ook niets te verliezen als de revolutie uitbreekt. Een burger daarentegen heeft alles te verliezen en zal zich bijgevolg verzetten tegen elke fundamentele hervorming.

Maar Marx vergiste zich in de psychologie van zijn klassen. Wij hebben namelijk een veel grotere afkeer voor verlies dan voor winst. Wij voorkomen liever het verlies van 5 euro dan dat we er bij 5 euro bij krijgen. Dat heet in de economie “verliesaversie”.

Het is de verklaring waarom de stijgende energiefactuur veel zwaarder doorweegt in onze financiële beoordeling dan het nettoloon dat er bijkomt via de taxshift. Ook al zegt Nationale Bank dat de winst van het laatste het verlies van het eerste meer dan compenseert, niemand ervaart dat zo.

En daarom is de middenklasse de werkelijke revolutionaire kracht van de geschiedenis. Alexis de Tocqueville stelde dat al in zijn monumentale werk over de Franse revolutie “L’Ancien Régime et la Révolution”.

De Tocqueville ontkrachtte de mythe dat die omwenteling gedragen werd door verarmde boeren en stedelijke paupers. Die mensen waren bezig met de dagelijkse strijd om het bestaan, niet met politiek. Dat was het laatste van hun zorgen.

Wie wel de tijd en luxe had om zich politiek te organiseren, was de opkomende middenklasse. De stijgende belastingen na de budgettaire catastrofe van de Zevenjarige Oorlog vormden een rechtstreekse bedreiging voor burgerij en ze ging in het verzet, met een systeemcrash als gevolg.

Waar Marx wel een punt had, was in de voorliefde van de middenklasse voor het status quo. De middenklasse is geen duidelijk te definiëren groep. Er zijn geen echte objectieve parameters om ze vast te pinnen. De middenklasse is fluïde, het is eerder een state of mind, een zijnswijze.

Maar alle leden delen het besef dat ze de ruggengraat van de samenleving zijn. Zij werken hard, betalen belastingen, stichten gezinnen en voeden kinderen op. Hun consumptie doet de economie draaien. Hun vrijwilligerswerk smeert de samenleving. Kortom: they make the world tick.

Ze weten dat ze niet tot de gegoede klasse behoren; maar ze zijn evenmin afhankelijk van de overheid. Hun heimelijke ambitie is gegoed te worden, hun grootste angst is niet meer in het onderhoud van hun gezin te kunnen voorzien. En hun aversie voor verlies is groter dan hun ambitie.

Daarin schuilt haar revolutionaire kracht. Want de middenklasse vraagt eigenlijk niet veel, buiten gewaardeerd te worden voor haar stuttende rol in de samenleving en verder met rust gelaten te worden. Ze wil enkel niet in haar voortbestaan bedreigd worden.

Het heersende onbehagen gaat daarover. De middenklassewaarden worden niet meer serieus genomen en allerlei ideologisch gecreëerde minderheidsgroepen, bekleed met voorrechten en voorzien van door haar gefinancierde subsidies, duwen hen weg naar de periferie van het maatschappelijk debat.

De middenklasse wordt als een vanzelfsprekendheid beschouwd. Ze mag het feest betalen, maar haar mening doet er niet meer toe. Hun opinies worden weggezet als het normatieve en dwingende kader dat de dominante groep wil opleggen. 

Maar wee wie de middenklasse tart. Dat is spelen met dynamiet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.