Woensdag 29/01/2020

Opinie Andreas Tirez

Wie bepaalt welke woorden en meningen verboden worden, beste Anne Provoost?

Andreas Tirez. Beeld Eric de Mildt

Andreas Tirez is kernlid van denktank Liberales. Hij blogt op Economieblog.be.

In een opiniestuk voor De Morgen stelt Anne Provoost de “verregaande vrijheid van meningsuiting” in vraag. Anderzijds stelt ze dat die vrijheid nu al begrensd is: je mag geen laster verspreiden, je mag niet aanzetten tot haat en geweld en je mag de Holocaust niet ontkennen.

Provoost stelt dat de bestaande beperkingen niet ver genoeg gaan. Ze wijst erop dat mensen ook erg gekrenkt kunnen worden door woorden. Burgers zouden volgens haar dan ook moeten bijgebracht worden dat “het recht op het vrije spreken altijd gepaard moet gaat met de plicht, minstens het engagement, tot sociale pacificatie”. Ze geeft ook de liberalen ervan langs, als zijnde de “zuiveren” die de vrijheid van meningsuiting beschermen, waarna “de mensen met antisociale en toxische intenties” daar vervolgens misbruik van maken om het maatschappelijke debat naar het kookpunt te brengen.

En het klopt: de vrijheid van meningsuiting wordt op een hardnekkige wijze verdedigd door heel wat opiniemakers, filosofen en academici. Die vrijheid is immers een essentieel onderdeel van onze maatschappij, die een ‘liberale democratie’ is. In een dergelijke maatschappij is collectief afgesproken dat haar burgers bepaalde individuele vrijheden hebben die niet kunnen afgenomen worden, ook niet door een democratische meerderheid.

Door die individuele vrijheden wordt de macht van zij die heersen ingeperkt. Want dat is een grote lacune in het opiniestuk van Anne Provoost: wie bepaalt welke woorden en meningen verboden worden? Ze spreekt over sociale pacificatie, maar voor mij is niet duidelijk wat ermee bedoeld wordt. Betekent dat dat uitingen die tot een verhit debat leiden niet meer toegelaten worden? Dus iemand die de abortuskwestie of de doodstraf ter sprake brengt, moet op zijn tellen letten? En zal op voorhand vastgelegd worden welke onderwerpen of uitingen kunnen en welke niet kunnen? En wat gebeurt er als over een onderwerp toch onverwacht een verhit debat gevoerd wordt?

Of gaat het vooral over het verbieden van meningen die kwetsen? Maar wie bepaalt dan wat kwetsend is? Is het voldoende dat iemand zegt dat een mening kwetsend is of is er ergens een objectieve maatstaf? En zal een democratische meerderheid die maatstaf bepalen? Zal er dan nog met Jezus en Mohammed gelachen mogen worden, of met de ene wel en met de andere niet?

Je zou kunnen stellen dat dit nog moet uitgezocht en verfijnd worden. Maar dat is net de kwestie: het is onmogelijk de vrijheid van meningsuiting zodanig in te perken dat het verbod enkel die mensen treft die slechte intenties hebben en alleen maar uit zijn op de ondermijning van de maatschappij.

Bovendien kun je je afvragen of sociale pacificatie die bereikt wordt door het inperken van de vrijheid van meningsuiting wenselijk is. Door de mening te verbieden is de mening niet weg. Ze gaat dan gewoon ondergronds. Het heeft ook voordelen om te weten welke meningen er allemaal rondwaren. Zelf dacht ik dat mensen als Jeff Hoeyberghs, de plastisch chirurg die een paar weken geleden seksistische praat verkocht, een uitstervend ras waren. En misschien is dat ook wel zo, maar het heeft me er toch alerter voor gemaakt. Een ander voorbeeld dateert van veel langer geleden: meerdere koppels wilden niet getrouwd worden door Wouter Van Bellingen, toen schepen in Sint-Niklaas, omdat hij zwart is. Ook toen was ik geschrokken dat dat soort rauw racisme nog bestaat.

Het zijn twee anekdotes die mij iets leerden. Zelf zal ik niet snel slachtoffer worden van racisme en seksisme, maar het is er wel. Doordat dergelijke dingen aan de oppervlakte kunnen komen, wordt voor iedereen duidelijk dat ze bestaan. Dat kun je ook stellen als het over andere afwijkende meningen gaat, zoals het ontkennen van de Holocaust. Dat is nog steeds verboden in België, maar ik ben ervan overtuigd dat deze wet beter wordt afgeschaft. Dat zal inderdaad leiden tot meer stemmen die de Holocaust publiekelijk ontkennen, maar het zal net daardoor ook leiden tot een beter bewustzijn dat we die verschrikkelijke periode levendig moeten houden voor ons en onze kinderen.

Ten slotte is er nog het belangrijke argument dat afwijkende meningen ook gewoon correct kunnen zijn, ook al gaan ze in tegen de consensus. En dergelijke meningen zullen niet zelden kwetsen of leiden tot verhitte debatten. Als je de logica van Provoost volgt, kun je niet vermijden dat ook die meningen beperkt worden, omdat het heel moeilijk is om het onderscheid te maken tussen kwetsende meningen die juist of fout zijn.

De oproep van Anne Provoost is ongetwijfeld goed bedoeld, maar de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Tornen aan de vrijheid van meningsuiting is tornen aan een fundamentele individuele vrijheid. En het zijn net die individuele vrijheden die onze maatschappij vormgeven. Spring daar niet licht mee om.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234