Vrijdag 19/07/2019

Opinie

Wetenschappelijk onderzoek in geestelijke gezondheidszorg is wél mogelijk, mevrouw De Block

Chantal Van Audenhove is hoogleraar aan het Departement Maatschappelijke Gezondheidszorg en Eerstelijnszorg van de KU Leuven. Ze is directeur van LUCAS, het Centrum voor Zorgonderzoek en Consultancy.

Beeld Jonas Lampens

Sommige uitspraken van minister De Block in De Morgen van zaterdag 25 februari doen de wenkbrauwen fronsen. Tot onze verbazing lezen we dat de minister van mening is dat het “minder evident is om uitkomsten van behandelingen te meten in de psychiatrie” in vergelijking met de gezondheidszorg. Verder : “Evidence based is in de ggz veel minder evident”.

We willen de minister graag briefen over de onderzoekstradities in diverse deeldomeinen en over de conferenties waar dat onderzoek gepresenteerd wordt. Zo is er onder andere ENMESH of het European Network For Mental Health Service Evaluation met een tweejaarlijks congres waar onderzoek gepresenteerd wordt met bijzondere praktijk- en beleidsrelevantie. Ook door Belgische onderzoekers.

Mogen we misschien ook even het evaluatie onderzoek in herinnering brengen over de GGZ hervormingen dat door minister Onkelinx werd opgezet en nadien door minister De Block is stopgezet nadat de eerste data verzameld waren bij honderden patiënten, personeelsleden en mantelzorgers ? Echt een gemiste kans om op een systematische wijze de grote transformaties te evalueren en bij te sturen.

Perfect meetbaar

Het onderzoek over de GGZ en over de psychiatrie kent trouwens internationaal een lange traditie. Begin de jaren 80 was er al een actieve internationale Society for Psychotherapy Research met tweejaarlijkse conferenties waar nog steeds outcome studies vanuit de hele wereld gepresenteerd worden. De eerste echte literatuurreview in dit domein is gepubliceerd in 1975 door Luborsky en sedertdien is er een hele onderzoekstraditie uit voortgekomen.

Eind 2016 is door de Hoge Gezondheidsraad een advies gepubliceerd waarin een op wetenschap gebaseerd kader aangereikt wordt om kwaliteitsindicatoren te ontwikkelen. De Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie en VIP2 zijn een belangrijke motor om deze inzichten in de dagelijkse klinische omgeving te installeren.

Kortom: de uitspraken van de minister kloppen niet met de realiteit van het wetenschappelijk onderzoek. Het is immers perfect mogelijk om de resultaten van de behandelingen op een betrouwbare en valide wijze te meten vanuit diverse perspectieven. Dat kan niet alleen door psychodiagnostisch assessment, maar ook door andere bevragingen van de personen zelf zoals de GGZ-thermometer. Verder kan je ook tal van processen in kaart brengen bijvoorbeeld de teams te bevragen over hun werking of door na te gaan of personen terug de draad van hun leven kunnen opnemen tijdens en na hun behandeling. En men kan ook de mantelzorgers bevragen over hoe het leven er voor hun uit ziet bijvoorbeeld op het vlak van belasting en draagkracht. Een bijkomend aspect is de werkdruk en de belasting van personeelsleden: eveneens perfect meetbaar.

Er zijn in België vele collega’s en clinici in de sector die de wetenschappelijke literatuur kennen of die zelf onderzoek uitvoeren. We zijn ervan overtuigd dat de minister dit leest als een uitnodiging om zich te informeren over het wetenschappelijk onderzoek in de GGZ en over de vele goede praktijken op dit vlak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden