Zondag 25/08/2019

Opinie

Weinstein is de zoveelste hitsige klootzak in een cultuur die lang geleden brak met zelfbeheersing en beschaafd gedrag

Harvey Weinstein. Beeld AFP

Bret Stephens is columnist bij The New York Times.

Van alle schokkende en walgelijke details in de Harvey Weinstein-sage is er geen enkel meer deprimerend dan dit: er komen zo weinig helden in voor. Mijnheer Weinstein is de stereotiepe slechterik wiens afstotelijke gezicht het spiegelbeeld van zijn verziekte geest blijkt te zijn. De vele slachtoffers die hij maakte waren de aankomende talenten in een filmindustrie waarvan hij de carrières kon maken of breken, die hij kon afblaffen, met geld het zwijgen opleggen, en, als we sommige getuigenissen mogen geloven, zelfs kon verkrachten.

Bret Stephens. Beeld rv

Maar bovenal waren er de meelopers van alle slag. Bestuursleden van de onderneming die weigerden om aantijgingen over zijn seksueel gedrag te laten onderzoeken en nu beweren dat het nieuws als een ‘volslagen verrassing’ aankwam. Assistenten die als lokaas optraden en de meetings tussen mijnheer Weinstein en zijn beoogde slachtoffers bijwoonden om hen een veilig gevoel te geven, waarop ze de prooi even later aan het roofdier overlieten. Journalisten die hem hulde brachten met prijzen en kruiperige verslaggeving of zijn vijanden afkraakten. Of een royaal betaalde Italiaanse studiobaas wiens echte job erin bestond, aldus Sharon Waxman, om ‘ervoor te zorgen dat Weinsteins honger naar vrouwen werd gestild’.

En dan is er ook nog de rest van Hollywood.

Mijnheer Weinsteins roofdierengedrag was een publiek geheim in de filmindustrie, zelfs het onderwerp van een grap die Seth MacFarlane vertelde op het podium van de Oscar-uitreiking in 2013. Iedereen lachtte toen mee omdat iedereen wist waarover het ging. Sommige slachtoffers zoals Gwyneth Paltrow werden zelf machtige Hollywoodspelers maar sloegen tot voor deze week nooit alarm. De acteur Ben Affleck, die zijn carrièrestart aan Weinstein te danken heeft, zette zichzelf te kijk door ‘geschokt’ te reageren op het nieuws en andere celebritieszullen hem daarin volgen.

Zelfs enkele van de ogenschijnlijke good guys gaan niet helemaal vrijuit in deze saga, zoals Irwin Reiter, een top executive van de Weinstein Company, die probeerde een door Weinstein aangerande kantoorassistente te troosten met de opmerking dat ‘het misbruik van vrouwen’ een taai probleem was in het bedrijf en dat ‘hij er niet zo goed was van afgekomen als zij zijn dochter was geweest’. Maar ook Reiter bracht niets in de openbaarheid.

Misschien is het niet verrassend dat een industrie die is gebouwd op gespeelde karakters en fictieve scenario’s zo lang kon doen alsof er niets aan de hand was. Misschien hoeft het evenmin te verbazen dat de ethiek hier even fake en wispelturig is als ongeveer al de rest in Hollywood.

Aan de verontwaardiging over Weinstein zit ook een geur van opportunisme. De voorbije jaren heeft Weinstein ‘macht verloren in de filmindustrie’, stelt Rebecca Traister van New York magazine vast en is hij niet langer ‘de indie mogul die de Oscar-kansen van de acteur kon maken of breken’. Kreupele paarden worden afgemaakt.

In dit morele universum werd op de buitensporigheden van mijnheer Weinstein met een kwinkslag, een schouderklopje en een knipoog gereageerd tot op het ogenblik dat het politiek onbetamelijk werd. Conservatieven proberen nu munt te slaan uit het feit dat mijnheer Weinstein royale schenkingen deed aan Democratische politici, progressieve goede doelen steunde en de filmdistributie op zich nam van ‘The Hunting Ground’, een documentaire over seksuele aanranding op universiteitscampussen.

Van belang is hier niet de morele hypocrisie van mijnheer Weinstein. In films evenals in de politiek maakt hypocrisie niet alleen deel uit van het leven maar is het ook een essentieel onderdeel van de job.

Wel van belang is dat hij de zoveelste hitsige klootzak was in een libertijnse cultuur die lang geleden brak met noties als zelfbeheersing en beschaafd gedrag. ‘Ik groeide op in de jaren zestig en zeventig, toen alle gedragsregels op de werkvloer anders waren’, schreef Weinstein in zijn mea culpa in The NY Times vorige week. ‘Zo was de cultuur toen’.

Met die getuigenis werd eens goed gelachen, maar er zit een grond van waarheid in. Zoals die andere hitsige loeders – Bill Clinton en Donald Trump – profiteerde Weinstein van een cultuur die dit soort gedrag door de vingers zag en al te vaak vergaf.

Hyena’s kunnen weinig aan hun eigen natuur veranderen. Maar het is de taak van een moreel bewuste samenleving om ervoor te zorgen dat ze de savanne niet overnemen. Onze samenleving daarentegen vierde Weinstein met eerbetoon, maakte hem rijk, en stond toe dat hij zich zonder enig gevolg bijna dertig jaar lang te goed deed aan zijn slachtoffers. De oude wijsheid dat het volstaat dat goede mensen niets doen om het kwade over het goede te laten triomferen geldt nergens meer dan in Weinsteins geval.

Weinsteins epische ondergang zal misschien andere seksuele onverlaten afschrikken of tenminste diegenen die dat gedrag tolereren. Reken daar maar niet teveel op. Onze laattijdige aanklacht tegen hem pleit vooral zijn vele medeplichtigen vrij en verandert weinig of niets aan de cultuur die hem nooit een reden gaf om zijn gedrag te wijzigen.

© 2017 The New York Times Company

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden