Dinsdag 26/01/2021
Beeld DM

ColumnMark Elchardus

We zijn veel beter in de omgang met dingen, dan in de omgang met elkaar

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij schrijft tweewekelijks op zaterdag, afwisselend met Vincent Stuer.

Machines kunnen lezen, zien, luisteren, praten, vliegen, zich razendsnel verplaatsen en ondertussen allerhande werk verzetten. Zij kunnen andere machines maken, MRI-scans lezen, ingesproken teksten uittypen, dictees verbeteren, statistieken verwerken, teksten vertalen, de inventarissen bijhouden, de boekhouding doen, grote datasets analyseren… Al geruime tijd vervangen zij repetitief, routinematig werk, weldra ook chauffeurs, magazijniers en winkelbedienden. Zij steunen het verzorgend personeel en zullen heel wat taken overnemen van architecten, artsen, juristen en vorsers. Wanneer precies weten we niet, maar het komt eraan.

Nu zou men verwachten dat we in anticiperende celebratie daarvan alvast wat kurken laten knallen. Maar nee, het is kommer en kwel. Massale werkloosheid zou op ons afkomen. Angst van technologie is van alle tijden, maar daarom niet minder mal. Nu de twintigste eeuw al twee decennia achter ons ligt, kunnen we eens kijken naar een paar dingen die toen zijn misgelopen en die wij dankzij de hedendaagse technologie zouden kunnen rechtzetten.

Laten we beginnen met een gevolg van dat af en toe toch wel debiliserende individualisme. Mensen in de twintigste eeuw dachten zowaar dat de werktijd een individuele aangelegenheid is. Stel je voor! Het streven naar individuele werktijdverkorting verscheen hen als een bevrijding, tijd die vrijkomt voor dingen die men liever doet dan werken. Wat zij even uit het oog verloren, was dat die individuele werktijdverkorting werd gecompenseerd met de toename van tweeverdienersgezinnen. Nu weet elk stel ouders met kinderen dat werklast niet per individu, maar per gezin dient berekend. Rond het midden van de 20ste eeuw leverde een gemiddeld gezin bij de 50 uur bezoldigde arbeid, op het einde van de eeuw tussen de 70 en de 80 uur. Dat laat weinig ruimte voor kinderen, maar dankzij de automatisering kunnen we nu terug naar die 50 uur, als we dat willen.

De 20ste-eeuwers hadden ook een merkwaardige opvatting over de waarde van werk. Die erfenis sleuren we nog mee. Mensen in de financiële sector verdienen fortuinen, zeker als ze de boel in het honderd laten lopen, terwijl mensen in de zorgsector hun leven en gezondheid riskeren voor een bescheiden en in de rusthuizen voor een karig loon. De waardetheorie die we van de 20ste eeuw erfden, komt erop neer dat persoonlijke diensten die mensen helpen comfortabeler, veiliger en aangenamer te leven, vaak krenterig beloond worden, met als gevolg een chronisch tekort aan dat soort diensten. Als robots binnenkort al het werk doen dat betrekking heeft op de omgang met materialen, kunnen we werktijd vrijmaken om elkaar te verzorgen, te verwennen en te beschermen.

Globalisering

Een van de gekste dingen die de 20ste-eeuwers hebben gedaan, steunde op het gebruik van technologie minder gesofisticeerd dan de onze, maar toereikend om de productie van goederen over verschillende landen te spreiden. Ten gevolge daarvan moesten ze als gekken voortdurend van alles vervoeren… en ondertussen maar klagen over de opwarming van het klimaat. Globalisering, zo noemden ze die drukdoenerij. Het verschil in de kost van arbeid tussen de hoge- en de lagelonenlanden groeide daardoor uit tot een beslissend economisch gegeven. Ook dat veroorzaakte heel wat beweging: van goedkope arbeidskrachten van de lage- naar de hogelonenladen en van fabrieken en bedrijven in de omgekeerde richting.

We leven vandaag met de problematische gevolgen daarvan. Robotisering kan dat alles veranderen. Omdat de kost van arbeid minder belangrijk wordt, kan de geautomatiseerde productie best zo dicht mogelijk bij de finale afzetmarkt worden ingeplant. Opslag- en leveringskosten kunnen dan zo laag mogelijk worden gehouden. Hetzelfde geldt voor overlast en klimaatopwarming door transport. Dat betekent concreet dat heel wat productie kan terugkeren naar de interessante Europese markt. We gaan herindustrialiseren. Hier weer volop zware dingen bouwen: auto’s, vliegtuigen, tractoren, dorsers. Tot ze een wat grotere interne markt hebben, kunnen de Afrikanen zich specialiseren in informatietechnologie en export van immateriële producten die via de cloud kunnen.

Technologisch ligt dat alles binnen handbereik. Wat scheidt ons dan nog van Utopia? Wel, een fiscaliteit die het mogelijk maakt de winst die wordt geboekt met automatisering en robotisering systematisch te vertalen in werktijdverkorting per gezin en in de expansie van de persoonlijke welzijnsdiensten. Het is niet zeker dat ons dat lukt. Na twintig jaar lijken we nog steeds als twee druppels water op die gekke 20ste-eeuwers. We zijn veel beter in de omgang met dingen, dan in de omgang met elkaar. Toch een beter 2021 gewenst.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234