Zaterdag 06/06/2020

ColumnLize Spit

We wandelen niet enkel om wat beweging te hebben, maar ook om het huis even te vergeten

Lize Spit.Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit en haar collega Bregje Hofstede, allebei 31, vertellen beurtelings over hun leven.

Telefoon van mijn zus. Ze maakt net een wandeling in het Kempense. Haar hakken tikken monter op het asfalt. Als uitgever van schoolboeken kan ze thuis werken, liever zou ze op kantoor zitten, daar heeft ze collega’s en een ergonomische bureaustoel. Het zou me niet verbazen als ze thuis geklede schoenen draagt zodat ze deze na acht uur welverdiend kan omwisselen voor comfortabele pantoffels.

Ik sta ook net op het punt om even buiten te gaan, met in de ene hand mijn telefoon, en in de andere een in zeep gedrenkt stukje keukenpapier. Er wonen meer dan dertig mensen in mijn gebouw, dat zeepdoekje heb ik bij gebrek aan handgel nodig nadat ik de lichtknoppen in de gang en de deurklinken heb aangeraakt. Op straat zoek ik een vuilzak om het doekje vol glitters weg te gooien. Zo stel ik me dit virus voor, als giftige glitters. Dat komt door het filmpje van een juffrouw die in een wolk glitters hoestte om haar leerlingen duidelijk te maken hoe een virus zich verspreidt. Overal zie ik glinsteringen, zelfs op brieven die in onze postbus zitten, het is een hele ­onderneming om er geen op mijn vingers te krijgen.

Mijn zus is niet voortdurend met natte doekjes in de weer. Zij deelt haar voordeur enkel met haar lief, stapt recht in haar tuin, die grenst aan velden en bosjes. Ik kan door de telefoon de weidsheid van haar omgeving horen. Er is niets, behalve haar stem en het getik van haar ­hakken. Het doet me naar die plek verlangen.

“Hoe gaat het met jullie?”, vraagt ze.

Hier in Brussel kun je geen wandeling maken van een half uur zonder honderd anderen te kruisen. Mijn woning heeft tuintje noch balkon. Deze week haalden R. en ik twee keer een frisse neus, slalommend ­tussen mensen in het park van Vorst, in een poging voldoende afstand te houden. Het nieuws dat het betreden van grasperken in dat park verboden werd, omdat er anders te veel mensen samendrommen, verontrustte me: op den duur blijven alleen nog de smalle paadjes over en wordt ook slalommen onmogelijk. We wandelen niet enkel om wat beweging te hebben, maar ook om het huis even te vergeten, om er daarna weer opnieuw in te kunnen thuiskomen.

Er klinkt een kraakhelder gemekker, een schaap heeft in mijn plaats geantwoord op de vraag. “O,” zegt mijn zus, “hier staat een lam in de wei. Ik kijk even of ik kan facetimen, dan toon ik je het.”

Ik zet zelf mijn camera al aan, in afwachting tot ook zij verbinding heeft, schrik van mijn eigen hoofd dat ­pontificaal op mijn scherm verschijnt.

“Shit,” klinkt door mijn luidspreker, “ik krijg geen beeld, wacht.”

Bolle wangen, kringen onder de ogen, in de camera van mijn telefoon zie ik er even slecht uit als in de ­reflectie van een treinraam.

Dat is hoe het met me gaat: ik ben het beu deze Lize te zijn. Normaal gezien zie je op een week tijd verschillende mensen, in verschillende hoedanigheden, en elke keer ben je een tikkeltje anders, een variatie op jezelf. Wie opgesloten zit met slechts één ander, kan alleen maar die ene versie zijn. Dat is op den duur verlammend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234