Zondag 18/08/2019

Column

We verstonden elkaars taal niet, maar begrepen elk onuitgesproken woord

Hilde Van Mieghem (°1958), acteur, regisseur en auteur, neemt u mee in haar leefwereld Beeld Eric de Mildt

Yorgos heette hij. Hij was net veertien, en ik dertien en een half. Een half jaar doet er toe op die leeftijd.

Ik ben iemand die graag op vakantie gaat als het nazomert en iedereen weer gewoon aan het werk is of op de schoolbanken zit. Als er nauwelijks toeristen te bespeuren zijn. En nu, 46 jaar later, kijk ik naar diezelfde sterrenhemel, boven datzelfde Griekse eiland.

Ik was hem vergeten. Hij mij niet. Daar was hij, zijn beeld verscheen in die betoverende melkweg boven me. De hoog­opgeschoten jongen met dik zwart krulhaar, een koperbruine huid, parelwitte tanden tussen de glimmende roze, volle lippen. Met daarboven de smaragdgroene ogen die me fris en gelukkig toelachten zoals alleen de onschuld kan lachen. In de iris van het linkeroog twee kleine, gouden stipjes vlak bij de zwarte pupil. Mijn Griekse Tadzio.

Onafscheidelijk

Onschuldig en verliefd waren we. We wisten niet eens dat dát nu verliefdheid was. We waren onafscheidelijk. We vergaten de wereld en speelden samen van de vroege ochtend tot de zon onderging. We verstonden elkaars taal niet, maar begrepen elk onuitgesproken woord. We dansten om elkaar heen. In een wereld waar nog geen dubbele betekenissen bestonden. Waar alles was wat het was, zonder dat we het konden benoemen.

We zwommen om elkaar heen. In die zoute, helblauwe zee. Wie kon er het langst de adem inhouden onder water? Zo lang mogelijk, liefst tot het zand dat opwervelde door ons geplons, weer zonk. Het lukte ons nooit. Voor de zandkorrels de bodem bereikten, doken we proestend weer op uit het water, knepen onze neuzen dicht en probeerden het opnieuw. Hopeloos. Dan maar zo stil mogelijk de golven in glijden als vissen, elkaar aankijkend onder water, de ogen opengesperd. Of we zwommen onder elkaars gespreide benen door, stonden om het langst op onze handen, zochten naar schelpen op de zeebodem. In de vloedlijn vielen we hijgend neer om uit te rusten. Voor dood bleven we liggen, meespoelend op de branding.

We vrijden eerder met de golven dan met elkaar. We hadden nog geen weet, golvend vrijen was ons onbekend.

Een virtuele wereld was er toen nog niet. Alles bestond gewoon. Echt. Taalloos. We schaterlachten toen zijn vriendje ons wou overbluffen door nog langer op zijn handen te blijven staan dan wij. Hij dook onder. Vanop het natte zand keken we toe. Hij droeg een oude, gescheurde zwembroek. Zijn knokige knieën, kuiten en voeten priemden de lucht in en uit zijn gescheurde zwembroek tuimelden zijn ballen naar buiten. Nat, glimmend en puur. Yorgos zwom naar hem toe, hield, toen het vriendje weer bovenkwam, zijn arm en vuist hoog in de lucht, als een scheidsrechter die bij een boksmatch de winnaar tot kampioen uitroept. Hij belette hem lief om zijn eigen record nog eens te verbreken.

De laatste dag voor ons vertrek. Yorgos stelde me voor aan zijn vader, een taxi­chauffeur die een paar woorden Engels sprak. Hij vertaalde wat zijn zoon me vroeg: of ik de volgende ochtend om vijf uur naar het strand wilde komen om bij zonsopgang afscheid te nemen voor ik voorgoed vertrok.

Mijn moeder was in alle staten. Voor haar, die de onschuld allang kwijt was, was dit de voorbode van verderf. Hier was iets aan de hand dat alleen maar onheil kon brengen. Zij zag iets wat ik niet zag, niet wist, niet kende. Ik moest getemd worden, opgesloten.

Ik kroop die nacht om vier uur uit het raam, liet me vallen op de grond en rende naar het strand. Hij was er al. Naast elkaar lagen we in het koele zand en keken naar de donkere hemel. Hij wees naar de sterren en fluisterde hun Griekse namen. Ik herhaalde zachtjes wat hij zei. De zon kwam op. We gingen rechtop zitten, keken stil naar de zon en voor het eerst in al die tijd raakten onze handen elkaar. Doelbewust.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden