Donderdag 20/02/2020

Opinie

We mogen niet opkijken naar de superrijken

Marc Coucke in Durbuy. Beeld Photo News

Joël De Ceulaer is journalist bij De Morgen.

Hij is even omstreden als Zwarte Piet: de vermogende Belg. Verdient hij een standbeeld, zoals Jan Jambon dit weekend suggereerde, of moet hij zelf vooral erg dankbaar zijn?

De wegen van de Heer zijn ondoorgrondelijk, maar het wereldbeeld van Rik Torfs is ook niet meteen een toonbeeld van helderheid en logica. Dat komt ervan als je de helft van je leven doorbrengt in tv-studio’s om er commentaar te geven op zowat élk nieuwsfeit in binnen- en buitenland, van een omstreden Europees handelsakkoord tot de verkiezing van een nieuwe Amerikaanse president: op den duur begin je te hallucineren en wil je alleen nog maar de tijd zo elegant mogelijk volpraten. “Ik badineer, dus ik besta.”

Joël De Ceulaer.Beeld Jonas Lampens

U kan dit abonneestuk vandaag gratis lezen. Elke dag De Morgen lezen? Proef nu drie maanden en krijg 49 procent korting op demorgen.be/proef.

Vorige week leverde de Leuvense rector twee bijdragen aan het publieke debat die de moeite waard zijn om op te slaan in het collectieve geheugen. Toen de sp.a het idee lanceerde om bij de fiscus een speciale cel voor de superrijken op te richten, tweette Torfs: “Vroeger was armoedebestrijding een prioriteit. Vandaag rijkdombestrijding.” Een paar dagen later liet hij tijdens een interview op de Boekenbeurs weten dat hij wat sociaal-economisch beleid betreft eerder voor Donald Trump zou stemmen dan voor Paul Magnette. Beide citaten tonen aan dat onze monkelende kerkjurist ten prooi is gevallen aan het misverstand dat deze tijdsgeest typeert: dat wij, gewone stervelingen, dankbaar mogen zijn dat er rijke mensen bestaan. N-VA-boegbeeld en minister van Binnenlandse zaken Jan Jambon vatte dat misverstand zaterdag in Het Nieuwsblad mooi samen: “We zouden mensen zoals Marc Coucke een standbeeld moeten geven.”

Ziedaar herverdeling in tijden van Trump en Torfs: als we de rijken hun gang laten gaan, en vooral niet te veel belasten, investeren ze hun geld in de economie, waardoor ze jobs en welvaart voor iedereen creëren. Een paar dagen nadat Trump dat had uitgelegd in debat met Hillary Clinton, herhaalde Coucke het bij Van Gils & Gasten. Hun boodschap, en die van Torfs en Jambon, is duidelijk: wat zijn wij toch een stelletje bofkonten dat er nog rijke mensen bestaan. Een ferm applaus en een diepe buiging dringen zich op.

De rijke emigrant

De vermogende medemens zelf is het vanzelfsprekend eens met die bewieroking. In een opiniestuk in deze krant vroeg Guillaume Van der Stighelen, die fameus fortuin gemaakt heeft in de reclame, onlangs extra applaus in ruil voor een extra bijdrage: “De rijkste één procent van het land, dat zijn er honderdduizend”, schreef hij. “Daar kun je zes keer het Sportpaleis mee vullen. Velen onder hen zouden niet liever doen dan een stuk van hun rijkdom delen met kinderen die opgroeien in armoede en alle sukkelaars een dak boven het hoofd geven. Zet ze in een heldenrol in plaats van ze uit te schelden voor muilezels. Hoe moeilijk kan dat zijn? Kruip dat podium van het Sportpaleis op en maak ze trots op wat ze al hebben bijgedragen door de jaren heen. Spreek hen aan met passie en begeestering. Laat Reggie met de hoed rondgaan, terwijl ze om het luidst samen zingen dat ze als dappere helden naar het slagveld trekken om zichzelf te geven voor het welzijn van de zwaksten.” Einde citaat.

Voor een man die met Samen door één deur pas een interessant boekje geschreven heeft over de waarden van de democratische rechtsstaat, is die vraag om applaus een beetje ongepast. Het uitgangspunt in deze verlichte samenleving is dat wij vrije en gelijke burgers zijn, die door de overheid op dezelfde manier moeten worden bejegend, los van huidkleur, geslacht, seksuele oriëntatie of financieel vermogen. En aangezien de modale loonslaaf, die elke maand de helft van zijn inkomen linea recta in de klauwen van de fiscus ziet verdwijnen, nooit applaus krijgt, is er geen enkele reden om de rijke medemens wél een staande ovatie te geven in ruil voor zijn afdracht.

Toen Alexandre Van Damme, de rijkste Belg, onlangs naar Genève verhuisde – wellicht bij gebrek aan applaus – liet econoom en vermogensbeheerder Geert Noels weten dat we in dit land “rijke mensen” “wegpesten”, waarmee hij dezelfde denkfout maakte als Van der Stighelen. Als de fiscus geen mededogen heeft met de modale loonslaaf die over geen enkele uitwijkmogelijkheid beschikt, mag hij ook geen mededogen hebben met de rijke medemens. Een gedetineerde die dreigt te ontsnappen, krijgt evenmin een gunstregime, integendeel: die wordt normaal gesproken nog strenger bewaakt.

De arme supporter

Rijk zijn is vanzelfsprekend geen misdaad. Maar de wilde hysterie die losbarst telkens als iemand de woorden vermogens- of vermogenswinstbelasting uitspreekt, is toch een tikje overdreven. Zeker als je weet dat niet alleen eenvoudigen van geest daar vóór zijn, maar ook een slimme econoom zoals Paul De Grauwe. In zijn column in deze krant schreef hij onlangs zelfs dat alleen een vermogensbelasting kan helpen om “de steeds schevere vermogensverdeling” te corrigeren. Zo’n belasting moet volgens De Grauwe de middenklasse ontzien, “terwijl de grote vermogens een bijdrage betalen die hen niet in het verderf zal storten, en hen ook niet minder zal doen werken.”

Klinkt redelijk. En toch al die weerstand. Waarom? De Grauwe legde de vinger op de wonde: “Een grote meerderheid van de Belgen is voor zo’n vermogensbelasting. Het is merkwaardig dat de Belgische politieke klasse die meerderheid niet volgt. Ik kan alleen maar besluiten dat de politieke invloed van de grote vermogens in België groot is.”

Dat maakt dit debat zo eigenaardig. De meeste lobbyisten verdedigen hun eigenbelang. Maar in dit geval werkt het zo niet. De mensen die het openlijk opnemen voor de grote vermogens, zijn zelf helemaal niet vermogend. Rik Torfs is vast niet armlastig, maar als we de rijkste één procent van het land in het Sportpaleis verzamelen, zal de Leuvense rector daar allicht niet bij zijn. Ook de journalisten van zakenkrant De Tijd en de parlementariërs van Open Vld en N-VA, die het verzet tegen een vermogensbelasting consequent aanvoeren, horen zelf niet bij die rijkste één procent.

De verklaring? Misschien is het wel misplaatst ontzag. Misschien zijn de voorstanders van een vermogensbelasting helemaal niet jaloers op hun vermogende medeburgers, zoals Geert Noels vaak suggereert, misschien lijden de tegenstanders veeleer aan een overdosis bewondering voor de superrijken. Geld symboliseert succes en naar iemand die succes heeft, kijken we op – vraag dat maar aan de arme drommels die voor Donald Trump hebben gestemd. Die bewondering tekent de tijdgeest: wie vandaag in de penarie zit, is een potentiële profiteur die maatschappelijk gewantrouwd wordt; wie goed heeft geboerd, hijsen we op het podium en bedelven we onder het gejuich.

Het domme toeval

Applaus voor de rijken, hoon voor de sukkelaar: die houding brengt, paradoxaal genoeg, ons model in gevaar. En wel hierom: succes is niet alleen het resultaat van visie en hard werken. De factor geluk wordt schromelijk onderschat. Als X en Y allebei evenveel talent en doorzettingsvermogen hebben, is het dikwijls gewoon het domme toeval dat beslist wie van beide succes heeft en wie faalt. Idem dito voor de onderkant: met de nodige pech en tegenslagen kan ieder van ons in de goot belanden. De welvaartsstaat is in het leven geroepen om de effecten van dat toeval, de gevolgen van pech en geluk, een beetje te milderen. Wie pech heeft, laten we niet in de goot liggen en wie geluk heeft, moet naar verhouding meer bijdragen. De rijkste één procent verdient dan ook geen dankbaarheid, de rijkste één procent moet vooral zelf erg dankbaar zijn. Superrijken zouden blij moeten zijn dat ze in tijden van schaarste extra vermogensbelasting mogen betalen.

Rik Torfs heeft de dampkring van de christendemocratie definitief verlaten. Het is te hopen dat voorzitter Wouter Beke en vicepremier Kris Peeters namens CD&V op tafel blijven kloppen. Want als deze federale regering de rit uitdoet met besparingen in de sociale zekerheid maar zonder extra bijdrage van de grote vermogens, dan redt ze ons sociaal model niet, maar neemt ze er afscheid van.

U kan dit abonneestuk vandaag gratis lezen. Elke dag De Morgen lezen? Proef nu drie maanden en krijg 49 procent korting op demorgen.be/proef.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234