Vrijdag 30/10/2020
Walter Zinzen.Beeld rv

ColumnWalter Zinzen

We mogen hopen dat de politieke kinderachtigheden nu tot het verleden behoren

Oud-journalist Walter Zinzen overschouwt de politieke actualiteit. Hij doet dat afwisselend met journalist Alain Gerlache en oud-journalist en -politicus Siegfried Bracke.

Wat een treurig schouwspel hebben we beleefd de afgelopen dagen. Als dreinende kleuters die vechten om een stuk speelgoed, zo stonden leidende politieke figuren tegenover elkaar. Bart De Wever (N-VA) nam de leiding: hij schold zijn liberale tegenspelers verrot, waarop die, gekwetst en gebelgd, niet meer wilden meedoen en andere speelkameraadjes zochten. Daarbij bleek enige lenigheid een grote troef. Dezelfde speler die eind januari de groentjes van het veld had gejaagd, een zekere Lachaert, bakt nu platte broodjes met hen. Als hij dat eerder had gedaan en zijn toenmalige voorzitter Gwendolyn Rutten was gevolgd, dan hadden we al een halfjaar lang een regering gehad. Maar goed, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, zegt een oud Vlaams spreekwoord. 

Als het dit keer wel lukt, dan gaan we naar een regering zonder N-VA. Daar zijn goede redenen voor. De Wevers scheldpartij aan het adres van de liberale partijleiders was al geen bewijs van groot staatsmanschap, zijn betrouwbaarheid als coalitiepartner was al veel langer aangetast.

Tijdens de regering-Bourgeois saboteerde hij een onderwijshervorming waaraan zijn eigen partij had meegewerkt. Tijdens de coronacrisis weigerde hij, als burgemeester, het verbod om op bankjes in de parken te zitten te doen naleven, hoewel zijn eigen partij die maatregel mee had goedgekeurd. En de regering-Michel deed hij vallen over een niet-bindend internationaal migratiepact waaraan zijn eigen partij geestdriftig mee had gesleuteld. Met zo’n man wil toch niemand in zee gaan? 

We mogen dan ook hopen dat de kinderachtigheden nu tot het verleden behoren en er op een volwassen manier onderhandeld wordt over een kloek regeerakkoord, zodat we weer het oude Vlaamse liedje kunnen zingen dat de toekomst voor ons straalt. Dan moeten liberalen en groenen wel woord houden en niet gaan proberen de fout van Magnette en De Wever te herhalen om al tijdens de regeringsonderhandelingen een communautair akkoord te sluiten. Wat de twee heren op tafel legden was een knoert van een draak. Hun antwoord op de onoordeelkundige splitsingen van de vorige staatsmisvormingen was: nog meer van hetzelfde. Niet één minister van Justitie, maar twee! Blijkbaar waren al die Vlamingen die Justitie de afgelopen decennia hebben beheerd, niet Vlaemsch genoeg. Wat een opluchting dat van deze waanzin niets terechtkomt. 

Dat we nood hebben aan een – hopelijk laatste – nieuwe staatshervorming, staat buiten kijf. Maar dat moet gebeuren op een plaats die daarvoor is uitgevonden: het parlement. Dat is de enige verkozen federale institutie die we hebben. Vier jaar lang kan daar worden nagedacht over een hervorming die het huidige gestuntel en getwist over bevoegdheden kan vervangen door efficiënte en doorzichtige instituties. Aan het eind van de regeerperiode kan dan het – hopelijk breed gedragen – akkoord aan de kiezer worden voorgelegd. Moeten er dan artikelen van de grondwet worden gewijzigd, dan kunnen die open voor herziening worden verklaard.

Nu er een verhofstadtiaanse – dus paars-groene – regering in de maak schijnt te zijn – hout vasthouden! – kunnen onze liberale vrienden misschien nog eens de Burgermanifesten van de gewezen premier herlezen? Bijvoorbeeld zijn voorstel om de premier rechtstreeks te laten verkiezen via een federale kieskring? Dat zou ook met duo’s kunnen: een Nederlandstalige kandidaat-premier en een Franstalige kandidaat-vicepremier of omgekeerd. De winnaar zou dan in relatief korte tijd een regering moeten kunnen vormen. 

Bij de N-VA zien ze dat uiteraard niet zitten, maar Bart De Wever heeft wel al een paar keer het Duitse federalisme als model voor ons land voorgesteld. Bij onze oosterburen is het allemaal veel beter geregeld, vindt hij. Gelijk heeft hij! Maar hij ‘vergeet’ er systematisch bij te zeggen dat er in Duitsland een hiërarchie bestaat tussen het federale en regionale niveau. Bundesrecht bricht Landesrecht, heet het daar: het federale niveau heeft altijd het laatste woord. Mocht dat bij ons ook zo zijn, dan zouden ons de talloze bevoegdheidsbetwistingen tijdens het coronaberaad bespaard zijn gebleven. 

Er is dus, dames en heren regeringsonderhandelaars, communautaire stof te over om aan de parlementsleden over te laten en ons land een laatste keer en definitief te hervormen. Van de toekomstige ministers daarentegen verwachten we een daadkrachtig beleid om de gigantische uitdagingen die ons te wachten staan kordaat aan te pakken en Walen, Brusselaars en Vlamingen naar een stralende toekomst  te leiden. Optimisme, dat was toch een liberale deugd?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234