Vrijdag 20/09/2019

Column

We moesten onze plannen herzien, en dit vlekje, dat in geen enkele gids staat, bleek de dichtstbijzijnde plek om te over­nachten

Beeld Damon De Backer

Auteur Lize Spit en haar Nederlandse collega Bregje Hofstede, allebei 31, vertellen beurtelings over hun leven.

Zodra mijn vriend en ik de camping oprijden, komt de opzichter ons tegemoet. Stan, heet hij: een tanige grijsaard van 86. Hij draagt een paarse pet met Hunting & Fishing New Zealand erop, maar zijn neus en wangen hebben al zo veel zon gehad, dat de huid rood en strak is als het vel onder een blaar. Hij woont zelf in een caravan behangen met discolampjes, recht aan het meer, op het mooiste plekje van deze minicamping. Lake Alexandrina.“The most beautiful lake in the world”, zegt hij trots.

Kijk, dat uitzicht. Kijk, dat heldere water. En de ­vissen? Die zijn hier steviger dan waar dan ook. “Niet die slappe beesten uit het kanaal!” Stan kan het weten. Hij straalt van de absolute zekerheid dat de plek waar hij is, de beste plek is, voor hem en überhaupt.

Mijn vriend en ik zijn hier per toeval. De grote hike die we deden, en die we maanden hadden voorbereid, ­moesten we vanochtend afbreken: mijn knie was overbelast. We moesten onze plannen herzien, en dit vlekje, dat in geen enkele gids staat, bleek de dichtstbijzijnde plek om te over­nachten. The most beautiful lake in the world.

In bredere zin is Stan hier ook maar per toeval verzeild geraakt. Zijn Poolse grootvader vluchtte hierheen na de oorlog; hijzelf erfde het boerenbedrijf. Sinds zijn pensioen blijft hij doen wat hij altijd al deed, risin’ early, ev’ry day, ’s ochtends vissen op het meer. Hij heeft heus wel gereisd, maar nergens was het zoals hier; de mensen waren luidruchtig, de politie bemoeizuchtig, het eten was duur. Stan is een zaadje dat door de wind gedragen is, ergens is geland, ­ontsproten is en niet meer in ­beweging komt.

Zijn kleding is mottig, net als zijn stem; steeds vallen er delen van de woorden weg. Stan praat veel, en keurt veel af. Youngsters, tourists, Asians!, gromt hij. En toch bewonder ik de manier waarop hij het toeval dat hem hier bracht, heeft omgezet in zekerheid. Dit is de beste plek op aarde. Dromerig kijkt hij uit over het meer, waarop de wind zijn ribbelige vingerafdruk drukt.

Weifelaars

Dan schrikt hij op. O ja, gasten. “Hoe lang blijven ­jullie?”, vraagt hij, en we kijken elkaar aan. Geen idee. Wij weten nooit iets, wij zijn weifelaars. Er zijn altijd zo veel opties.

Maar we blijven. Twee dagen luieren we aan de oever, tussen de eenden. We wassen onze kleren in het meer. Een van de vaste gasten leent ons zijn roeiboot, en ­daarmee gaan we het water op. We springen de boot uit, laten ons drogen, zwemmen opnieuw. Terwijl we over onze plannen praten, steekt er een wind op die ons ver van de oever blaast. Zwalkend roeien we terug terwijl de zon ondergaat.

De volgende ochtend trekken we onze haringen weer los en wurmen het klapperende tentzeil in zijn zak. Dan rijden we verder, met de kaart uitgevouwen op het ­dashboard. Stan ziet ons hoofdschuddend gaan.

Terwijl ik met een vinger onze route volg, denk ik: misschien is toeval ons beste plan. Wie weet kunnen ook wij ergens blijven haken, wortelschieten, en voortaan beweren dat nergens het water ­helderder, of de vis smaakvoller is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234