Zaterdag 28/03/2020
Beeld DM

Column

We mochten de gordijnen niet openen omdat hij na een lang ziekbed de achtertuin niet meer had kunnen onderhouden

Op zijn berg in de Oostkantons schrijft Marnix Peeters over zijn vrijheid, zijn vogels en zijn vrouw.

Ik werk mee aan een item in Iedereen beroemd, naar aanleiding van honderd jaar Oostkantons. Ik zag er eerst wat tegenop. Televisie is raar. Je draait een godganse dag om dan alles weg te laten monteren en vier minuten dertig tv over te houden – het strookt niet met mijn productiviteitsethos. En in team werken: dat is ook niet mijn sterkst ontwikkelde spier, na al die jaren aan een stil bureau met alleen je eigen hoofd om rekening mee te houden.

Maar het is plezierig om te doen. De jongens van de ploeg zijn stuk voor stuk toppers, we lachen wat af, het is een welgemutst item voor een opgeruimd programma en je ontmoet mensen die je anders nooit zou ontmoeten.

Vorige week waren wij op bezoek bij een Oostkantonse esperantist. De man was tachtig. Hij woonde alleen in een huis dat hij niet meer de baas kon. Het was er donker en we mochten de gordijnen niet openen omdat hij na een lang ziekbed de achtertuin niet meer had kunnen onderhouden.

Hij had voor de komst van de televisie een oud, wat sleets, driedelig pak aangetrokken, lerarenbruin van kleur en iets te groot zodat de schouders afhingen, en hij had zijn woonkamer zo goed en zo kwaad als het kon aan kant gedaan. Vergeefs, want zo’n tv-ploeg begint onmiddellijk je huis opnieuw in te richten, zetels uit de weg, hometrainer de gang in, statieven en spots in de plaats. Angstig sloeg de oude baas de afbraak gade.

Toen eindelijk de camera draaide en ik hem vroeg hoe dat zat met de Oostkantons en dat Esperanto, schraapte hij zijn keel, zei op ernstige toon: “Ten eerste: 1906”, en begon met zijn prachtige oude stem aan een gedetailleerde uitleg over een of andere professor die de fabrieksarts van de zinkfabriek overhaalde om zijn arbeiders te verheffen door middel van taalonderwijs. Een kwartier later nam hij een slok van zijn glas water, zei: “Vervolgens: 1907”, en zette het opnieuw op een minutieus doceren. Pas toen hij nog eens tien minuten later even door z’n adem heen zat, zag de regisseur zijn kans schoon om tussenbeide te komen met de melding dat het uiteindelijke interview helaas niet meer dan tachtig seconden zou mogen beslaan.

Gehoorzaam doch ietwat beteuterd vatte de man zijn prachtige geschiedenis samen in twee volzinnen.

Terwijl de ploeg de veldstudio ontmantelde, bedankte ik hem voor zijn goede uitleg en vroeg ik hoe het met hem ging.

Hij had veel last van zijn nieren, zei hij, trekkend met zijn wang. Hij was fel vermagerd, de laatste maanden. In zijn blik blonk angst.

Ik vertelde dat mijn vader al meer dan tien jaar last heeft van zijn nieren, dat hij nu bijna negentig is en nog prima zijn streng trekt met zijn haperende apparaten. Het leek hem gerust te stellen.

Ik maak elke dag een ritje, zei hij, toekijkend hoe de mannen zijn kamerfiets weer op z’n plaats zetten.

Dat is altijd goed, zei ik, bij gebrek aan woorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234