Vrijdag 15/11/2019

Opinie

We lijken collectief te vergeten dat de NMBS een overheidsbedrijf is, gerund door politiek benoemde bestuurders

Bieke Purnelle. Beeld rv

Bieke Purnelle is directeur van kenniscentrum Rosa. Ze woont in Gent en werkt in Brussel.

De NMBS gaf dinsdag de resultaten van haar tevredenheidsenquête vrij. Met die tevredenheid viel het tegen. Vooral die over de stiptheid bereikte een historisch dieptepunt. Slechts 42 procent vindt die aanvaardbaar. Voor de dagelijkse pendelaars op de drukke lijnen is dat geen nieuws. Die ondergaan de toenemende malaise al jaren: berustend als schapen die op een drafje naar de offerbank worden geleid, begeven ze zich naar hun werk, hopend op een meevaller.

Zelf neem ik al 25 jaar de trein voor al mijn woon-werkverkeer. Ik herinner me een tijd waarin ik hoogst uitzonderlijk naar mijn werkgever moest bellen om te melden dat ik later zou zijn. Vertragingen waren een uitzondering, niet de regel. De afgelopen jaren verslik ik me van verbazing in mijn Panos-koffie als mijn trein op tijd het station binnenrijdt. Dat gebeurt namelijk zelden. Mijn pendeltocht, en die van velen met mij, is een calvarie geworden. Gemiste aansluitingen, afgeschafte en propvolle treinen, hoog oplopende vertragingen, defecten allerhande en soms een zoekgeraakte treinbestuurder. Steeds vaker ben ik pas twee uur nadat ik de voordeur achter me dichttrok op mijn werk. Een zee van kostbare tijd die verloren ging. En dat in een tijd waarin we worden aangemaand vooral meer en langer te werken.

We leven in een van de welvarendste landen ter wereld, maar we slagen er niet in om mensen op een efficiënte manier te vervoeren. Wie door de beruchte ruimtelijke verrommeling ergens woont waar het openbaar vervoer nauwelijks bestaat, staat stil in de file, ziekmakende uitlaatgassen uitstotend. “Er gaat al zoveel geld naar de spoorwegen”, klinkt het steevast. De vraag is waar dat geld voor gebruikt wordt. In elk geval niet voor extra personeel, niet voor meer en betere treinen, niet voor de bediening van kleinere stations.

Sakkeren en vloeken doen we dus, van frustratie en vermoeidheid. Maar tegen wie moeten we eigenlijk sakkeren? Het is alvast niet tegen die arme conducteur die ik dinsdagochtend paniekerig in z
ijn intercom hoorde roepen dat de locomotief defect was. Het is ook niet de stationschef die ons de weg wees naar het juiste spoor om een andere trein te nemen.

Uit een rondvraag bij goed geïnformeerde krantenlezende vrienden blijkt dat haast niemand weet wie onze federaal minister van Mobiliteit is. Pro memorie: het is François Bellot (MR), de man die gretig kritiek uit op de NMBS, maar in het falen van de spoorwegen geen enkele verantwoordelijkheid voor zichzelf weggelegd ziet.

We lijken collectief te vergeten dat de NMBS een overheidsbedrijf is, gerund door politiek benoemde bestuurders.

Toen ik onlangs half grappend op Twitter gooide dat ik een grote pendelaarsstaking wilde, waarbij we allemaal thuisblijven en weigeren te werken tot we fatsoenlijk openbaar vervoer krijgen, werd dat gretig geliked. Dat verwondert me niet. Wie dagelijks dit soort odyssee onderneemt is het al heel lang zat. Natuurlijk gaan wij pendelaars niet staken. We doen ons werk graag, toegewijd en met verantwoordelijkheid. Alleen krijgen wij het gevoel dat men ons uitlacht in ons gezicht. Vier uur per dag verliezen betekent vier uur niet bij je kinderen zijn, vier uur niet koken, huiswerk helpen maken, opvoeden, of zorgen, cruciale taken in veel mensenlevens. Na de dagtaak wacht voor velen een ‘tweede shift’.

Onze overheid weet natuurlijk al lang dat het de verkeerde kant uitgaat. Er zijn dan ook drie mogelijke oorzaken voor de passiviteit en het gebrek aan een degelijk en duurzaam plan.

Onbekwaam

Ofwel kunnen onze bestuurders het niet, en zijn ze onbekwaam. Ofwel kan het hen geen bal schelen. Ofwel willen ze het niet, en laten ze een cruciale openbare dienst bewust verrotten om die nadien aan de hoogste private bieder te kunnen verpatsen, een scenario dat in andere landen al weinig zaligmakend werd bevonden. Ik weet niet wat ik het ergste vind.

Het belang van goed werkend openbaar vervoer valt niet te overschatten. De impact op onze levenskwaliteit, op de efficiëntie van het openbaar leven, de luchtkwaliteit en de haalbaarheid van de combinatie arbeid en gezin is enorm. En toch ontbreekt het de overheid al jaren aan enige ambitie wat mobiliteit betreft. In mei staan we opnieuw in het stemhok. Ik stem op wie van publiek, efficiënt en gebruiksvriendelijk openbaar vervoer een prioriteit wil maken. We hebben het echt broodnodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234