Zaterdag 26/09/2020
Paul De Grauwe.Beeld DM

OpiniePaul De Grauwe

Wat we tot nu toe geleerd hebben over de impact van het coronavirus op de economie

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

De vakantie was anders. Geen verre reizen. Wel veel rust, stil leesplezier en gewoon je geest vrij laten meanderen, weg van het Twitter-lawaai. Als econoom kan het haast niet anders dan dat je stilstaat bij de vraag: wat hebben we tot nu toe geleerd over de impact van het coronavirus op de economie? Hier is het resultaat van mijn denken.

Eerste les. Het marktsysteem is een wonderbaarlijk mechanisme dat de gedragingen van miljoenen mensen en bedrijven coördineert. En in normale tijden komen daar ook nog leuke dingen uit, zoals materiële vooruitgang. Maar wanneer grote schokken optreden dan geraakt dit raderwerk danig ontregeld. Zodanig zelfs dat het implodeert en hulpeloos wordt. Dat gebeurde met de coronaschok. De productie kwam in vele delen van de wereld, en ook bij ons, tot een stilstand omdat grondstoffen, materialen, componenten niet ter plaatse aankwamen, en omdat werknemers niet op hun werk geraakten. Vele ondernemingen moesten hun deuren sluiten. Gevolg: werknemers zaten plots zonder inkomens zodat de vraag naar goederen en diensten instortte. Nog meer ondernemingen dreigden over de kop te gaan. Het was een neerwaartse spiraal die niet vanzelf zou stoppen.

Het opvallendste in deze dynamiek is dat er in dat marktsysteem geen zelfregulerend mechanisme bestaat dat de economie weer naar boven zou trekken. Baron Münchhausen was in staat zichzelf uit het moeras te halen door aan zijn haren te trekken. De markteconomie bleek geen baron Münchhausen te zijn. Ze schreeuwde om hulp.

De grote deus ex machina bleek de overheid te zijn. Die trok het systeem uit het moeras. Ze deed dat op verschillende manieren: het loon van de werknemers werd doorbetaald door diezelfde overheid zodat werknemers hun werkplek behielden. Goedkope leningen en premies zorgden ervoor dat duizenden ondernemingen op een laag pitje konden blijven draaien en hun deuren niet moesten sluiten. De centrale banken pompten massaal geld in de economie om te beletten dat bij gebrek aan liquiditeiten vele banken en ondernemingen over de kop zouden gaan.

Die onderstuttingsoperaties stopten de neerwaartse spiraal en zorgden ervoor dat massale bedrijfssluitingen werden vermeden. Dankzij de overheidssteun werd er geen grote en permanente schade berokkend aan het economische weefsel. Als de epidemie afzwakte vanaf mei, juni, konden vele bedrijven die in een tijdelijke coma waren terechtgekomen gewoon weer opstarten. Het was alsof de overheid op de pauzeknop had gedrukt en na verloop van tijd opnieuw op de startknop kon drukken.

Hieruit blijkt dus dat het marktsysteem heel broos is. Het systeem kan wel kleine schokken aan, zoals normale conjunctuurbewegingen of fluctuaties in het weer. Maar echt grote schokken, neen, dan herstelt het marktsysteem niet vanzelf. Dan heeft het hulp nodig van buiten uit en alleen de overheid (inclusief de centrale bank) kan die existentiële hulp bieden. Zonder die hulp implodeert het stelsel.

De geschiedenis heeft uitgewezen wat er allemaal kan gebeuren bij zo een implosie. Tijdens de Grote Depressie van de jaren 30 kromp de productie in de VS, Duitsland en andere Europese landen met ongeveer 40 procent. De werkloosheid steeg massaal. De overheden in die landen waren aanvankelijk druk bezig met het in evenwicht houden van de begroting. Geen sprake dus van onderstuttingsoperaties. Die implosie zorgde niet alleen voor ontzaglijk veel leed maar leidde ook tot politieke instabiliteit die in Europa het nazisme mogelijk maakte, en nog veel meer.

Tweede les. Over de waarde der dingen. Er is een heel populaire theorie bij Vlaamse bedrijfsleiders en vermogensbeheerders. Die zien de economie als een piramide. Onderaan heb je de industrie. Dat is de basis. Die schraagt de superstructuur. Die laatste bestaat uit handel, dienstverlening en overheid. Samen met de industrie schraagt handel en dienstverlening op zijn beurt de overheid, inclusief de sociale zekerheid. De overheidssector bestaat dus alleen dankzij het harde labeur in de industrie en in mindere mate de dienstensectoren. De overheidssector is niets dan een last die de ontplooiing van industrie en handel bemoeilijkt. Die moet dringend gekortwiekt worden.

Hoe fout is dat paradigma gebleken. Het blijkt nu dat de overheid en grote delen van de sociale zekerheid (inclusief ziekteverzekering) de industrie en de dienstensectoren hebben ondersteund. Zonder die steun was er geen markteconomie meer zoals we die vandaag kennen.

Er is dus geen hiërarchie van waarden. Het piramidale denken is fout. De markt primeert niet op de overheid. Ook het omgekeerde geldt niet. De sociale zekerheid is geen last maar een investering die buitengewoon productief is gebleken. Op dezelfde wijze als investeringen in de industrie heel productief kunnen zijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234