Woensdag 22/05/2019
Joachim Pohlmann. Beeld rv

Column Joachim Pohlmann

Wat kappers en politici gemeen hebben

Joachim Pohlmann is woordvoerder van Bart De Wever (N-VA) en schrijver van Een unie van het eigen. Zijn wisselcolumn met Tarik Fraihi verschijnt op vrijdag.

Wat hebben kappers en politici gemeen, buiten de gave om eindeloos te ratelen zonder daadwerkelijk iets te zeggen? Wel, sinds de oudheid zijn beide professies quasi onveranderd gebleven. Een kapperszaak of de senaat in het oude Rome verschilt amper van de hippe barbiers op de Turnhoutsebaan of het parlement in de Wetstraat.

Ja, de omstandigheden wijzigden drastisch en de technologische vooruitgang had een enorme impact op de uitoefening van het beroep – de föhn deed voor kappers wat de iPhone deed voor de politiek. Maar de essentie bleef hetzelfde. Haar wordt nu nog steeds op dezelfde manier geknipt als tweeduizend jaar geleden, en we doen nog steeds op dezelfde manier aan politiek.

Die robuustheid van het ambacht is wellicht de belangrijkste les die ik na twintig jaar politiek heb geleerd. Machiavelli schetste in de 16de eeuw een politiek bedrijf dat zich in weinig onderscheidt van de hedendaagse praktijk. En hij deed dat op basis van de Titus Livius’ Ab urbe condita, dat toen al anderhalf millennium oud was. Waar je ook intapt in de politieke geschiedenis, gelijkenissen zijn snel te vinden.

Kazakdraaierij

Neem pakweg het leven van Hendrik IV. Aan hem danken we de uitdrukking “Paris vaut bien une messe” die in de Wetstraat al eens in de mond wordt genomen voor de rechtvaardiging van opportunisme grenzend aan verraad. Al was het leven van Hendrik op zich al voldoende om zijn kazakdraaierij te excuseren.

De protestantse Hendrik groeide op in een door godsdienstoorlogen verscheurd Frankrijk. Zijn huwelijk met de katholieke Margaretha van Valois – een poging om beide religies te verzoenen – werd bezegeld met de Bartholomeus-nacht: een ongeziene afslachting van protestantse hugenoten die Hendrik op het nippertje overleefde.

Dat was letterlijk zijn huwelijksnacht. Om maar te zeggen: van een man die als kleine dreumes een cavalerie-aanval tegen katholieke troepen moest leiden, kan men wel een onstuimig leven verwachten. “Met een wapen in de hand en de kont in het zadel”, nog zo’n befaamde uitdrukking van Hendrik, waarmee hij zijn kindertijd beschreef.

Maar door een speling van het lot en de Salische wet – die afstammelingen in vrouwelijke lijn van de Franse troon hield – bevond Hendrik zich plots in een positie waarin hij de Franse kroon kon opeisen. Voorwaarde was wel dat hij zich zou bekeren tot het katholicisme. Tot afgrijzen van zowel zijn oude protestantse medestanders als zijn katholieke tegenstanders, veranderde hij van obediëntie.

Het hoofd van Hendrik IV, door Peter Paul Rubens (1622). Beeld museum plantin-moretus

“Parijs is me wel een mis waard” werd de spreekwoordelijke omschrijving van machiavellistisch cynisme; een plastischere vorm van ‘het doel heiligt de middelen’. Hendrik IV was dan ook hoogst onpopulair bij zijn tijdgenoten. Tientallen moordpogingen overleefde hij – en de meest amateuristische werd hem fataal: doodgestoken door een passant terwijl zijn koets in de file stond.

Toch zou hij na zijn dood herdacht worden als Henri le Bon. Zijn pragmatisme en verbetenheid om religieuze conflicten niet met geweld maar door politiek gekuip – intriges en omkoperij met land, geld en titels – op te lossen, beëindigden uiteindelijk de godsdienstoorlogen. En met de religieuze tolerantie die hij propageerde, brak een periode van voorspoed voor de gewone Fransman aan.

Herbert Hoover

“Als God me laat leven, zal ik ervoor zorgen dat elke werkmens in mijn rijk zich op zondag een kip in de stoofpot kan veroorloven”, zo vatte Hendrik die welvaartspolitiek samen. En ook dat zou spreekwoordelijk worden, zij het een dikke vierhonderd jaar later. Tijdens de presidentscampagne van Herbert Hoover in 1928 werd namelijk een parafrasering ervan gebruikt in een krantenadvertentie.

A chicken in every pot and a car in every garage”, werd erin beloofd en het leverde Hoover een daverende verkiezingsoverwinning op. Alleen crashte een jaar later de beurs op Wall Street en bleek een kip in elke pot, laat staan een wagen in elke garage, een onhaalbare belofte. Hoover werd er in de presidentscampagne van 1932 door Franklin D. Roosevelt mee afgemaakt.

Sindsdien is ‘a chicken in every pot’ synoniem voor politici die hun kiezers schijnbaar realistische beloftes maken waarvan ze weten dat ze die nooit kunnen nakomen. Wij zijn nu bijna een eeuw verder en de kippen stoven weer lustig op het fornuis. Een minimumpensioen van 1.500 euro! Een minimumloon van 1.600 euro! Vier dagen werken voor hetzelfde loon! Btw-verlagingen à volonté!

Machiavelli wist dat het beter is gevreesd te zijn dan geliefd. Want liefde moet je kopen en op een dag is het geld op. Mensen zijn niet dom. Ze weten dat. Hendrik IV was niet geliefd. Hij was een realist pur sang. Maar hij kreeg uiteindelijk wel een kip in elke pot.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.