Vrijdag 13/12/2019
Sabrine Ingabire. Beeld rv

Column Sabrine Ingabire

Wat ik zou willen? Een revolutie

Sabrine Ingabire (23) is journaliste en schrijfster. Ze is aan de slag bij NRC Handelsblad in Amsterdam. Haar column verschijnt tweewekelijks.

Het jaar is, nog even, 2019. Het einde van een zonnige dag in Southsea, aan de zuidoostelijke Engelse kust. We zitten tegenover elkaar, tussen ons een bijna lege tafel met daarop twee halfvolle wijnglazen. Het restaurant is rumoerig, net genoeg om ons eraan te herinneren dat er buiten ons nog een wereld bestaat, die ondanks de zwaarte van ons gesprek gezellig blijft draaien.

“Wat we doen – het voelt allemaal te klein. Het gaat te traag.”
“Wat zou je willen?”
“Een revolutie.”
“Hoe ziet revolutie eruit? Blown up parliaments?

Vanuit onze zitplaatsen hebben we zicht op de zee. In de verte schieten ze al enkele avonden vuurwerken af voor de Britse Guy Fawkes, die voor het groter publiek bekender werd dankzij de film V for Vendetta. ‘Remember, remember, the fifth of November.’

“Alleen als ze leeg zijn,” grap ik. We weten allebei dat ik geen parlementen wil opblazen. “Je weet dat ik niet aan geweld wil doen.”

“Hoe dan?”, vraagt mijn vriendin Olivia me geduldig.

Er moet een middenweg zijn tussen de traagheid waarmee sociale ongelijkheid bestreden wordt en ‘parlementen opblazen’. Ik wil een tastbaar verschil zien. Ik wil dingen die nu revolutionair lijken, maar dat eigenlijk niet zijn in een wereld waar gelijke rechten primeren: een wereld zonder armoede of honger, waar iedereen een woning heeft en toegang tot zorg. Waar gelijkwaardigheid en veiligheid gewaarborgd zijn voor iedereen. Het klinkt bijna te naïef. Ik kan de rusteloosheid in mijn hart niet onder woorden brengen:

“Ik weet het niet zo goed.”

“Parlementen opblazen zorgt er meestal voor dat men niet focust op wat fundamenteel en dringend moet veranderen.”

“Men focust alleen op de overblijvende brokstukken.”

“Daarom moet je de onderdrukkende structuren figuurlijk opblazen. Zoals je doet telkens als je je radicaal afzet tegen onrecht, ook binnen instellingen waar je deel van uitmaakt. En je moet vertrouwen dat ook als je het grotere plaatje niet ziet, dat er wel is.”

Terwijl wij ons gesprek voeren, vindt op continentaal Europa, in Nederland, een landelijk congres van Kick Out Zwarte Piet (KOZP) plaats, een organisatie die zich vreedzaam inzet om Zwarte Piet af te schaffen. De afgelopen jaren heeft KOZP, ondanks alle – vaak verbale, en soms fysieke gewelddadige – backlash grote overwinningen geboekt: de jaarlijkse intrede van Sinterklaas is intussen in veel Nederlandse steden Zwarte Piet-vrij. Voor velen zijn deze activisten helden. En hun congres wordt op deze vrijdagavond in Den Haag bestormd. Tientallen white supremacists proberen de zaal binnen te dringen. Ze hebben knuppels bij zich. Gooien met vuurwerk. Vernielen ruiten. En de auto van Mitchell Esajas, een van de voortrekkers. Ze zaaien haat en terroriseren. Ondanks hoe de media het daarna framen, is het een fascistische aanval.

Wij vernemen dit pas de volgende ochtend.

“We moeten onze definitie van revolutie herzien”, vervolgt Olivia nietsvermoedend. “Telkens als we de bronnen van onrecht ontmantelen, eerder dan ze gestaag hervormen, ook wanneer het in ons eigen vlees snijdt, ook wanneer we niet de onmiddellijke positieve gevolgen van dat verzet zien, of ooit zullen zien: dat is revolutionair. De revolutie is de optelsom van kleine en grote revolutionaire daden. Don’t forget, the revolution will always be communal.

Ik denk aan het boek Guapa, van de Brits-Libanees-Jordaanse schrijver Saleem Haddad, over een homoseksuele jongeman in een onbenoemd Arabisch land. Hij beschrijft het gevoel tijdens hun Arabische lente. “We locked elbows and marched, […] We were singing for us, reclaiming our past and celebrating our future. Everything we thought was for the president was actually ours. We were not just taking back the streets, we were taking back our lives.” Is dit wat ik wil? Maar ook in Guapa duurde het niet lang voor de revolutie door de regering gekaapt werd en werd omgedoopt tot een ‘crisis’. Sommige burgers kregen meer voorrechten. En de president behield de macht.

“In het Westen krijgen we net genoeg rechten en vrijheden, of de illusie ervan, dat we niet beseffen dat we in opstand moeten komen”, zeg ik. Tegen de constante besparingen terwijl multinationals geen belastingen betalen, tegen de ongezonde lucht en onze stervende longen, tegen sociale ongelijkheid, tegen populistische politici die gemarginaliseerde groepen gebruiken als zondebokken voor hun falend beleid, tegen stervende vluchtelingen, tegen het kapitalisme en de daaruit vloeiende alomtegenwoordige armoede, tegen opportunistische leiders die niet geven om het volk. Dat we in opstand komen, is, besef ik, wat ik wil.

“Eén grote revolutionaire daad, als het volk dat besef nog niet heeft, wordt gemakkelijker gekaapt”, concludeert Olivia. “We mogen niet zelfgenoegzaam denken dat we al genoeg gedaan hebben, of dat alles tijd nodig heeft. Maar we moeten ook kunnen zien dat en waar de revolutie al bezig is.”

Haar woorden zijn, denk ik, hoopvol.

Toch wil ik huilen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234