Donderdag 02/07/2020
Sabrine Ingabire.Beeld DM

ColumnSabrine Ingabire

Wat ik deze week besefte, op de zoveelste dag waarop ik mijn bed bijna niet uit kon

Sabrine Ingabire is journalist en schrijver. Ze is aan de slag bij NRC Handelsblad in Amsterdam. Haar column verschijnt tweewekelijks.

Als tiener, voor ik een eigen computer had en toen smartphones nog geen ding waren, heb ik veel weekends opgesloten in mijn kamer doorgebracht. Deels door mijn depressie en deels door de pijnlijke omstandigheden waarin ik opgroeide, beide weliswaar onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Wanneer er geen school was in de zomer, werden die weekends soms weken.

Vrienden en lezers vertellen me dat de quarantaine hen herinnert aan hun depressieve episodes, maar dan – voorlopig – zonder de depressie. Wie al zware episodes heeft doorgemaakt, waarbij opstaan, eten, douchen bijna onmogelijk zijn, heeft waarschijnlijk ook periodes gekend waarbij naar buiten gaan niet lukte. De eenzaamheid die velen nu voor het eerst ervaren voelt voor ons zowel vertrouwd als triggerend.

De trigger kwam bij mij vorige week, toen ik na een tiental dagen in onzekerheid en zelfquarantaine in Johannesburg en Kaapstad eindelijk thuis aankwam. Zodra de veiligheid van mijn appartement mij omarmde, maakte de stress van de terugreis naar Amsterdam plaats voor een depressieve golf.

Ik werd overweldigd door alles – de economische slachtoffers van dit virus, de jongeren met gewelddadige ouders, de vrouwen met gewelddadige partners, de gedetineerde mensen in te kleine cellen, mijn schuldgevoelens. Hoeveel Europeanen waren net als ik in maart naar coronavrije Afrikaanse landen vertrokken zonder stil te staan bij de gevolgen?

De eerste keer dat ik mijn wanhoop onder woorden kon brengen, was in gesprek met vriend en NRC-Zuid-Afrika-correspondent Bram Vermeulen. Maar hij vertelde dat deze periode hem juist optimistisch maakt: de solidariteit, het gezamenlijk afstappen van de onophoudelijke tredmolen van het leven, hoe we door deze crisis met zijn allen zijn beginnen nadenken over fundamentele maatschappelijke kwesties.

Misschien beseffen we nu dat het anders kan?

Misschien, zei ik, maar wat daarna?

Wat nadat we klaar zijn met klappen voor zorgverleners en winkeliers en schoonmakers en al die arbeiders op wie we tot een maand geleden nog neerkeken? Stoppen we dan met stemmen op politici die hen geen waardig inkomen gunnen? Dat betwijfel ik – het zijn vaak mensen met een migratieachtergrond die deze banen aannemen. En er is zelden plaats voor het benoemen van ras in gesprekken over klasse. Daarom spreekt men al weken over het kapitalisme en zorgverleners in coronatijden zonder kleur te bekennen. Al die niet-intersectionele discussies maakten me steeds droeviger. Ik verwijderde mijn socialemedia-apps.

Wat me nog wanhopiger maakte, was de angst dat we na zo’n grote schok toch zouden terugkeren naar hoe het vroeger was. Onze politiek en maatschappij worden gekenmerkt door een buitengewone, bijna indrukwekkende, vaardigheid om het status quo in stand te houden. Om slechts even verontwaardigd te zijn en dan weer over te gaan tot de orde van de dag. Waarom was hij dan optimistisch?

Het waren geen retorische vragen. Toch bleef hij stil.

Mijn depressieve golf voerde me mee, terug naar mijn jeugdtijd, naar weekends en zomers in mijn kamer. Ik had toen een countdown, getiteld ‘Freedom’, die liep tot de dag dat ik als zeventienjarige mijn diploma zou ontvangen. Ik zou weggaan, studeren, de wereld redden. Mensenrechtenadvocate, Verenigde Naties, al die dingen. (Ik had een saviour complex. Nu minder.) Ik geloof dat die droom, dat doel, me toen levend hielden.

Wat ik deze week besefte, op de zoveelste dag waarop ik mijn bed bijna niet uit kon, is dat er geen antwoord is op mijn cynische vragen. Alleen een droom, voor de toekomst, voor ‘wat daarna’, en een hoop dat we iedere dag die toekomstvisie met meer mensen zullen delen. En dat we dan samen kunnen zoeken naar ‘hoe daarna’.

Om mentaal gezond te kunnen zijn tijdens deze quarantaine, moet ik, voorzichtig, hopen dat zij die nu meer solidair zijn dan ooit, zij die klappen voor onze nieuwe arbeidershelden, zij die plots stilstaan bij de vele donkere kanten van het kapitalisme, zij wier wereldbeeld door deze crisis aan het veranderen is, zich aan die gevoelens kunnen vastklampen: dat het beter moet, dat het beter kan.

Want als deze tijden iets bewijzen, is het dat zaken razendsnel kunnen veranderen, ook wanneer de gevestigde ordes doen alsof er niets aan de hand is. That’s not just the way it is. Er is ruimte voor verandering. Om zich een betere, een goede, toekomst te verbeelden. Om sociale waarden centraal te stellen. Om beter om te gaan met onze planeet. Maar dromen leiden niet tot verandering, acties doen dat. Dus voorzichtig hoop ik dat we na de coronatijden, na de rust en levensvragen, na het hopen en verbeelden, met een grotere groep zullen strijden voor een gezamenlijke utopische ‘daarna’.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234