Dinsdag 05/07/2022

OpinieRoger Standaert

Wat er mis is met Vlaamse toetsen: de microkosmos van onze klassen wordt omgesmeed tot een cijferdans

null Beeld Henk Deleu
Beeld Henk Deleu

Roger Standaert is professor emeritus pedagogiek UGent. Hij is de geestelijke vader van de allereerste eindtermen in het onderwijs.

Roger Standaert

Vanaf 2024 moeten alle Vlaamse leerlingen vier keer in hun schoolcarrière een centrale toets maken: in het vierde en het zesde leerjaar, het tweede en het zesde secundair. Dat zal telkens gebeuren voor de vakken Nederlands en wiskunde. De ‘Vlaamse toetsen’, zoals onderwijsminister Weyts (N-VA) ze heeft herdoopt, moeten het middel bij uitstek worden om de onderwijskwaliteit te meten. Meten is weten, lijkt de logische redenering, om scholen die straks ondermaats presteren bij te spijkeren. Wie kan daar tegen zijn?

Wel, de missioneringsdrang om Vlaamse toetsen in te voeren valt alvast op. De overheid pretendeert daarmee eigenlijk menselijk gedrag te meten, net zoals de natuurwetenschappen dat doen. Aan de hand van psychometrie en statistiek worden leerlingenprestaties gemeten en vergelijkbaar gemaakt. Een concentratieschool in Ronse vergelijken met een college in Sint-Martens-Latem? Geen probleem! Je kent een bepaald cijfer toe aan sociaal milieu, laat er een ingewikkelde formule op los en klaar. Dat wie eerder links gezind is een hoger cijfer zal willen toekennen aan leerprestaties op een concentratieschool om hen af te wegen dan een liberaal gezinde statisticus: zoiets blijft keurig buiten beeld.

Ondertussen wordt de microkosmos van onze klassen omgesmeed tot cijferdans. Het meetbaarheidsdenken hecht een bijna blind geloof in de waarde van toegekende cijfers. Het lijkt ook aantrekkelijk: het geeft de schijn van objectiviteit. Welke school is de beste? Is het Vlaamse onderwijs nog outstanding in de wereld? Maar in het onderwijs is meten géén exact weten. Er zijn ontzettend veel keuzes mee gemoeid. Niemand ziet die, behalve wie statistiek heel goed beheerst.

Wil ik de puntenkaart in de vuilbak? Toetsen afschaffen? Natuurlijk niet. Toetsen zijn nodig, maar ze zijn alleen een hulpmiddel bij de evaluatie van leerlingen. De toetsvragen hebben geen een-op-eenrelatie met de doelen van het onderwijs. Je kan die doelen namelijk op verschillende wijze evalueren. Met het groots opgezette (en dure) programma van verplichte toetsen geeft de overheid blijk van een vrij naïeve opvatting over wat kwaliteit van het onderwijs is. Noem het een storende vorm van meetzucht.

Die drang naar toetsbaarheid wordt gevoed door twee ideologische stromingen. De eerste is de stroming van het afrekenen (accountability), waarbij je leraren en scholen kan afrekenen op de behaalde resultaten. Daarbij is het vergelijken tussen scholen erg aanlokkelijk, zodat je via de toetsresultaten ook de goede van de minder goede scholen kan onderscheiden. Die ideologie past perfect in een overtrokken marktvisie op het onderwijs.

De tweede ideologische grondslag is emancipatorisch. Door met exacte cijfers te werken, zie je meteen waar kansarme leerlingen niet voldoende aan hun trekken komen. Op die wijze kan je dan druk uitoefenen op leraren en scholen om die resultaten op te trekken.

Paradoxaal zie je op die wijze dat zowel links als rechts zich vinden in een toetsencultus met allerlei cijfers in tabellen, taartdiagrammen, gemiddeldes, correlaties en noem maar op.

Cijfers zijn aanlokkelijk en verleidelijk. Een complexe realiteit van een leerlingprestatie wordt al sinds jaar en dag in een cijfer gegoten, waardoor de realiteit ogenschijnlijk maximaal transparant wordt. Cijfers worden populair, zijn de eenvoud zelf en laten maximale communicatie in allerlei media toe.

Bij deze toetsenbeweging wordt het moeilijk erop te wijzen dat cijfers telkens een mathematische weergave zijn van een bepaalde kwalitatieve werkelijkheid. Anders gezegd, je zet een cijfer op een leerprestatie. Maar hoe kom je aan dat cijfer? Waarom staan er zes punten op een vraag en geen tien? Waarom staat er op iedere vraag één punt, ook al zijn de bevraagde inhouden niet gelijk van waarde? Waarom kies je een bepaalde vraag en geen andere om een doel te meten?

Als je dan nog eens leerwinst gaat meten, moet je bij wijze van spreken stellen hoeveel punten er op de Guldensporenslag staan en hoeveel op de Franse Revolutie. Of hoeveel op de wet van Ohm en op de fotosynthese.

Belangrijk is dat de aannames waarop de statistiek gebaseerd is, telkens kwalitatief van aard zijn, vaak ideologisch gebonden en dus ook voor discussie vatbaar. Menselijk gedrag en dus ook leerlingenprestaties zijn niet te vatten in natuurwetenschappelijke schalen, zoals graden, meters, frequenties of voltages. Er is geen kookpunt voor begrijpend lezen en geen vriespunt voor algebra. Je kan wel zien of de leerlingen de ‘participe passé’ beheersen dan wel of ze een vergelijking van de tweede graad kunnen oplossen. Maar hoeveel punten is die prestatie waard? Dat blijft gissen.

Wat je wel kan zien is of de leerlingen de eindtermen al dan niet bereikt hebben (bijvoorbeeld door de daartoe bestemde oefeningen te hebben opgelost). Daar een cijferwaarde aan toekennen is sowieso giswerk, al dan niet volgens een bepaald algoritme. Maar hoeveel is dat gedrag waard? Dat zegt meteen hoe relatief de uitslagen van centrale toetsen zijn. De statistische verwerking maakt vaak indruk door de uitgebreide en nogal eens ingewikkelde cijferacrobatie op de verkregen punten. Maar die punten verbergen de hele ijsberg onder de zeespiegel.

De school moet best geen toetsinstituut worden met ingewikkelde berekeningen over prestaties die over elkaar buitelen. Die zien er telkens indrukwekkend uit, maar ze verbergen een heleboel aannames. Een grondige reflectie over de kennisfilosofische waarde van meetbaarheid van menselijk gedrag dringt zich op. Leer- en onderwijsprocessen zijn per definitie interactief en contextueel van aard en vragen een flexibele en vaak onvoorspelbare aanpak.

Toetsen kunnen een nuttig hulpmiddel zijn, maar mogen geen einddoel worden. Dat is wat staat te gebeuren als de geplande politiek van centrale en verplichte toetsen vorm zal krijgen. Scholen zullen gerangschikt worden, indien niet officieel dan wel tersluiks. De uitkomst laat zich raden. Met een boutade: de scholen in Brasschaat zullen het altijd halen van die in het centrum van Antwerpen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234