Zaterdag 16/01/2021
Beeld rv

NieuwjaarsbriefMarnix Peeters

Wat eeuwelingen zeggen als men hen vraagt naar het geheim van hun hoge leeftijd

Schrijver en columnist Marnix Peeters kijkt uit naar de nieuwe mijlpaal in het leven van zijn pa

Mijn vader, geboren in 1931, wordt in augustus van volgend jaar 90. Hij vertelde me ooit dat hij als knaap, in de oorlogsjaren, al weleens over het leven nadacht, over de toekomst, over het jaar 2000. Hij kon het zich toen moeilijk voorstellen dat hij dan bijna 70 zou zijn. Dat zijn leven achter de rug zou zijn. In die tijd waren mensen van 70 veeleer een uitzondering. 

Het waren geen levensgenietende plussers. Het waren oude knoken, ze droegen oude donkere kleren en hun gezichten waren gegroefd en gedeukt – je kon zelfs met hun mond dicht zien dat ze geen tanden meer hadden. Zeventig, dat was het zaaltje vlak voor het graf. Mensen die bij de stoof werden gezet en die geacht werden nu en dan hetzelfde verhaal opnieuw te vertellen en niet op de rollende ogen te letten.

Mijn vader en ik verschillen op één punt heel sterk van elkaar. Ik heb geen talent voor kwantiteit. Voor mij moet de dag zinderen, het uur bruisen, de avond gloeien. Mijn vader heeft zich, misschien op die zomerdag in 1944, liggend in de koeien­wei en dromend van later, voorgenomen dat het leven vooral uit lengte moet bestaan. Uit jaren. Dat het leven pas zin en nut krijgt als het heel lang duurt. 

Toen hij 70 werd, wilde hij in hoofdzaak 80 worden. Toen hij 80 werd, verzuchtte hij dat hij 90 wilde zijn. Die wens hebben er velen, maar bij mijn vader ging het echt om de getallen. Wat er in de tussenliggende jaren gebeurde, was voor hem van minder belang. Elke dag was een opstapje naar een hogere leeftijd. Zijn manier van leven was er vooral op gericht om de volgende mijlpaal te halen. Levensgenietende plussers waren in zijn ogen domme waaghalzen die hun voortbestaan op het spel zetten. 

Iets meemaken: je moet wel gek zijn. Je kunt vallen, botsen, uitglijden, je verslikkenBeeld Studio Caro

Hoewel hij enorm van de natuur houdt, is hij in al die jaren welgeteld twee keer naar de Oostkantons gekomen. Elke gereden kilometer betekende een risico. Iets ontdekken, iets meemaken was in de regel ondergeschikt aan het louter in leven blijven. Een uitstap doen, een voorstelling bijwonen, een reisje maken, een trappist gaan drinken: je moest wel gek zijn. Je kunt vallen, botsen, uitglijden, je verslikken, zo hard schrikken dat je hart het begeeft. Een wilde schutter in de taverne, wie zal het zeggen. Zo word je nooit oud.

Na de dood van mijn moeder, nu bijna drie jaar geleden, is zijn verbetenheid om in leven te blijven alleen maar groter geworden. Zijn zicht is sterk achteruitgegaan, hij is bijna blind, maar hij blijft zich stil en dapper voor de dood verschansen. Hij wijst meer dan ooit elke verandering af, hij verzet zich tegen elke wijziging of nuance. 

Toen mijn zus hem een apparaat bracht dat hem een boek kon voorlezen, wilde hij er niet van weten. Een grotere televisie, zodat hij toch nog íéts zou kunnen zien, werd door hem op wekenlang protest onthaald. Alles moet hetzelfde blijven. Wat niet beweegt, kan niet misgaan. Wie niet praat, kan niets verkeerds zeggen. Wat niet in een stopcontact steekt, kan geen kortsluiting veroorzaken. 

Elke keer als je bij hem binnenkomt, zit hij op exact dezelfde stoel met zijn armen over elkaar te wachten op de tijd. Elke seconde is er één gewonnen, elke dag betekent een stap dichter bij het doel. Het doel is: volhouden. Blijven ademen. Dat is wat schalkse eeuwelingen zeggen als men hen vraagt naar het geheim van hun hoge leeftijd: elke dag een plak peperkoek, en gewoon blijven ademen.

Als hij straks, op 6 augustus van het volgende jaar, 90 jaar wordt, zal hij prompt beginnen te mikken op de 100. Op het schalkse-eeuwelingschap. Ik begrijp er geen snars van, maar ik gun het hem van harte. 

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234