Zaterdag 26/09/2020
Beeld DM

ColumnVincent Stuer

Wat bezielt iemand om in de politiek te gaan?

Vincent Stuer is schrijver en werkt als woordvoerder in het Europees Parlement. Hij schrijft in eigen naam.

Mary L. Trump had een bijzonder inzicht om geschokt wakker te worden de dag dat haar neef tot president verkozen werd. Ze voelde zich alsof de Amerikaanse kiezer had besloten het hele land te veranderen in ‘een uitvergrote versie van haar kwaadaardig disfunctionele familie’. Haar boek, Too Much and Never Enough, schetst de waanzin waarin Donald Trump als kind moest zien te overleven. Een afwezige moeder, een afwijzende vader, een dagdagelijkse wedstrijd om de eerste, de hardste, de meest meedogenloze te zijn. Alleen via zijn familiegeschiedenis begrijp je hoe de man zo is kunnen worden, schrijft Mary Trump, die ook klinisch psycholoog is. Haar vader, Fred Trump Jr., zocht een uitweg via de fles. Zijn jongere broer Donald, via de politiek.

De Verenigde Staten heeft lang een Goldwater rule gekend: in 1964 had een peiling onder psychologen uitgewezen dat ze Barry Goldwater, de Republikeinse uitdager van Lyndon Johnson, mentaal ongeschikt vonden om president te worden. Het had er wel erg veel van weg dat politieke meningsverschillen verpakt werden in een medische argumentatie. Sindsdien is het de regel dat psychologen zich niet uitspreken over politieke figuren die ze niet zelf op de bank hebben gehad. (En dat gebeurt zelden: Richard Nixon is een van de weinige toppolitici waarvan geweten is dat hij een psychotherapeut bezocht.)

Dat wás tenminste de regel. Het karakter van George W. Bush was al zo bevreemdend dat een psychologisch profiel veelzeggender leek dan de normale politieke overwegingen. The Bush Tragedy van Jacob Weisberg leert meer over de man dan alle politologische, economische of ideologische analyses samen. En sinds Trump is de Goldwater rule er helemaal aan. Wat gaat er in godsnaam om in die man zijn hoofd? En wat zien kiezers in zo iemand, dat ze hem de macht in handen geven?

Functioneel gestoord

“Mensen die waanvoorstellingen koesteren, dwazen, neuroten en gekken hebben altijd een grote rol gespeeld in de menselijke geschiedenis”, schreef Sigmund Freud in de jaren 30. Ze bereiken hun doel deels ondanks maar ook dankzij hun afwijkingen, hun “pathologische karaktertrekken, de eenzijdigheid van hun ontwikkeling, de onkritische en onbeperkte overgave aan een enkel doel, die hen de kracht geven anderen mee te sleuren en de weerstand van de wereld te overkomen”.

Het risico op psychologisering was meteen duidelijk: de stamvader van de psychoanalyse had zich laten verleiden mee te werken aan een boek over ex-president Woodrow Wilson, wiens zogezegde grootheidswaanzin al te makkelijk teruggebracht werd tot zijn kindertijd. “In order to be a man, he had to be a statesman.” Maar de hoofdauteur, de Amerikaanse diplomaat William Bullitt, bleek ook gewoon een politieke en persoonlijke afkeer van Wilson te koesteren.

De vraag is daarom niet minder boeiend: wat bezielt iemand om in de politiek te gaan, en wat zegt dat over hoe ze functioneren? Worden onze politici gedreven door een oprechte overtuiging, waarin ik als kiezer een hoofdrol speel, of raken ze alleen maar hogerop dankzij een monomane drang om er hoe dan ook te geraken – waarbij wij herleid worden tot klapvee? De postmoderne democratie blijft het moeilijk hebben met die inschatting. Karakter is een steeds belangrijkere maatstaf om politici te beoordelen. Ideologie is immers minder bepalend dan ooit. Hun partijkleur is verbleekt. Parlementen, zuilen, experten en de achterban hebben minder te zeggen. We kiezen onze politici op karakter, en als puntje bij paaltje komt is het hun karakter dat de doorslag geeft bij belangrijke beslissingen. Je zou dus denken dat we er intussen meer inzicht in zouden hebben.

Ik heb mijn eigen regel: een politicus ken je pas aan zijn passies náást de politiek. Winston Churchill schilderde en metselde. Konrad Adenauer deed uitvindingen, zoals sojaworsten en een verbeterde tikmachine. William Gladstone kapte bomen om zich te ontspannen en vertaalde talloze keren de volledige Ilias uit het oud-Grieks. Wie geen leven naast de politiek heeft, heeft in de politiek niks te zoeken.

De paradox van Freud blijft: je moet een verschroeiende drive hebben om het in de politiek te maken, terwijl net die gedrevenheid je ontwortelt van de realiteit, vervreemdt van je idealen en uiteindelijk je ondergang betekent.

Als je nog eens een politicus tracht in te schatten, vraag dus niet wat hij gaat doen eens hij de macht heeft – het antwoord geloven we toch niet. Maar vraag je af wat hij zou doen als hij naast de macht grijpt. Wie dan nog bezieling uitstraalt, wie ook onbekend en door het grote publiek onbemind overeind blijft als mens, die is uw vertrouwen wel waard.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234